← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.4 Rolnummer: P.09.0498.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-07-01 Raadplegingen: 570 - laatst gezien 2026-07-03 04:07 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Waar in toepassing van artikel 351 Wetboek van Strafvordering, indien de beschuldigde slechts bij eenvoudige meerderheid aan het hoofdfeit schuldig wordt verklaard, de rechters onder elkaar beraadslagen over hetzelfde punt en de beschuldigde wordt vrijgesproken indien de meerderheid van het hof zich niet met de meerderheid van de jury verenigt, voldoet de schuldigverklaring die in toepassing van voormelde wetsbepaling tot stand komt, aan de vereisten van artikel 6 E.V.R.M. en aan de verplichting voor de rechter zijn beslissing te motiveren, indien het voor de beschuldigde duidelijk is op grond van welke motieven en redenen deze met toepassing van artikel 351 Wetboek van Strafvordering tot stand gekomen schuldigverklaring, is gesteund. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Verklaring van de jury - Hoofdfeit - Bevestigende verklaring bij eenvoudige meerderheid - Meerderheid van het hof die zich met de meerderheid van de jury verenigt - Bestaanbaarheid van die schuldigverklaring met artikel 6 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 346, tweede lid, 347 en 351 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - EINDARREST UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Motivering van de schuldigverklaring - Verklaring van de jury - Hoofdfeit - Bevestigende verklaring bij eenvoudige meerderheid - Meerderheid van het hof die zich met de meerderheid van de jury verenigt - Bestaanbaarheid van die schuldigverklaring met artikel 6 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 346, tweede lid, 347 en 351 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Hof van assisen - Verklaring van de jury - Hoofdfeit - Bevestigende verklaring bij eenvoudige meerderheid - Meerderheid van het hof die zich met de meerderheid van de jury verenigt - Bestaanbaarheid van die schuldigverklaring met artikel 6 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 346, tweede lid, 347 en 351 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0498.N I en II T H S L, beschuldigde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen. III T L, reeds vermeld, beschuldigde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Pol Vandemeulebroucke en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen, tegen

  1. T J, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar zoon R M, burgerlijke partij,
  2. I M, in eigen naam en als vertegenwoordiger van zijn zoon R M, burgerlijke partij,
  3. F J, burgerlijke partij,
  4. A J, burgerlijke partij,
  5. D J, burgerlijke partij,
  6. S V, burgerlijke partij,
  7. M J, burgerlijke partij,
  8. J J, burgerlijke partij,
  9. R J, burgerlijke partij,
  10. J D B, burgerlijke partij,
  11. N V D, advocaat, in haar hoedanigheid van voogdes ad hoc van de minderja-rige kinderen N, K, Z en D J, burgerlijke partij, met als raadsman mr. Bart De Schrijver, advocaat bij de balie te Antwerpen,
  12. T S, burgerlijke partij, met als raadsman mr. Bart De Schrijver, advocaat bij de balie te Antwerpen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I (aktenummer F 12 van 5 maart 2009) is gericht tegen het ar-rest nummer 8 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 19 februa-ri 2009, dat uitspraak doet over de tegen de eiser ingestelde strafvordering. Het cassatieberoep II (aktenummer F 19 van 6 maart 2009) is gericht tegen de tussenarresten van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 13 februa-ri 2009 (5de tot en met 7de bladzijden van het proces-verbaal van de rechtszit-ting), 17 februari 2009 (26ste en 27ste bladzijden van het proces-verbaal van de rechtszitting) en 19 februari 2009 (42ste en 43ste bladzijden van het proces-verbaal van de rechtszitting). Het cassatieberoep III (aktenummer F 13 van 5 maart 2009) is gericht tegen het arrest nummer 9 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 20 fe-bruari 2009, dat uitspraak doet over de tegen de eiser ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep III
  13. Het arrest nr. 9 stelt vast dat de verweerder 2 niet meer verschijnt en geen eis heeft gesteld en verklaart de vordering van de verweerster 10 ongegrond. In zoverre het cassatieberoep tegen die beslissingen is gericht, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  14. Het middel is gericht tegen het arrest nr. 8 van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 19 februari
  15. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 351 Wetboek van Strafvordering: de door het hof van assisen "geformu-leerde motivering betreffende de schuld van eiser, claimt de motieven weer te ge-ven die de jury in haar beraad brachten tot het oordeel dat eiser zich schuldig maakte aan het hem ten laste gelegde feit doch claimt met dezelfde overwegingen de motieven weer te geven die het hof brachten tot dezelfde schuldigverklaring bij haar beraad overeenkomstig artikel 351 Wetboek van Strafvordering"; door in één motivering de beide schuldigverklaringen weer te geven, wordt aan de eiser en aan het Hof de mogelijkheid ontnomen toezicht te houden op de beweegrede-nen die tot de respectieve beslissingen aanleiding gaven.
  16. Het recht op een eerlijk proces dat vervat zit in artikel 6 EVRM, vereist dat de rechter zijn beslissing motiveert. De draagwijdte van de motivering kan varië-ren naar gelang van de aard van de beslissing en moet afzonderlijk beoordeeld worden in het licht van de omstandigheden van elke zaak.
  17. Waar in toepassing van artikel 351 Wetboek van Strafvordering, indien de beschuldigde slechts bij eenvoudige meerderheid aan het hoofdfeit schuldig wordt verklaard, de rechters onder elkaar beraadslagen over hetzelfde punt en de be-schuldigde wordt vrijgesproken indien de meerderheid van het hof zich niet met de meerderheid van de jury verenigt, voldoet de schuldigverklaring die in toepas-sing van voormelde wetsbepaling tot stand komt, aan de vereisten van artikel 6 EVRM en aan de verplichting voor de rechter zijn beslissing te motiveren, indien het voor de beschuldigde duidelijk is op grond van welke motieven en redenen deze met toepassing van artikel 351 Wetboek van Strafvordering tot stand geko-men schuldigverklaring, is gesteund.
  18. Het arrest (nr. 8) stelt vast dat "de beslissing van de jury [en van het [hof van assisen] of wat betreft het hoofdfeit ingevolge het beraad overeenkomstig ar-tikel 351 van het Wetboek van Strafvordering] over de schuldvragen is gesteund op de hiernavermelde motieven die een samenvatting vormen van de voornaamste concrete redenen die in aanmerking werden genomen". Vervolgens geeft het ar-rest die redenen. Daarmee vermeldt het arrest de feitelijke redenen op grond waarvan de jury sa-men met het hof de eiser schuldig verklaren en verantwoordt het die beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  19. Het middel is gericht tegen het tussenarrest van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 19 februari 2009 dat "akte verleent van het niet toelaten (door de voorzitter) van het richten van de aan de conclusie gehechte bijlage aan de rechtsprekende jury na het debat over de schuldvraag op 18 februari 2009". Eerste onderdeel
  20. Het onderdeel voert schending aan van artikel 119 Gerechtelijk Wetboek: "door het neerleggen van de namens eiser opgestelde conclusie betreffende de schuld te weigeren, eigent de voorzitter van het hof van assisen zich de rechts-macht van het hof van assisen sensu stricto toe".
  21. Het proces-verbaal van de rechtszitting van 18 februari 2009 vermeldt op bladzijde 37: "Meester P. Vandemeulebroecke, advocaat voornoemd, stelt een conclusie te willen overmaken aan elk jurylid met het verzoek hun beslissing te motiveren" en dat de voorzitter daarop meedeelde "dat het niet voorzien is dat een conclusie wordt gericht aan de rechtsprekende jury en stelt dat het verzoek van de verdediging mogelijk een rechtsvraag betreft die bij conclusie kan worden gericht aan het [hof van assisen]. Onmiddellijk hierna stelt de Voorzitter dat alle partijen hun standpunt hieromtrent kunnen weergeven tijdens hun repliek en dat de voornoemde conclusie niet kan worden gegeven aan de rechtsprekende jury".
  22. Het bestreden tussenarrest verleent daarvan akte, zodat het onderdeel be-trekking heeft op die afwijzing van eisers verzoek tot overmaking van een conclu-sie aan elk jurylid ten einde hun beslissing te motiveren.
  23. Uit het antwoord op het eerste middel volgt evenwel dat het hof van assisen eisers schuldigverklaring regelmatig motiveert en naar recht verantwoordt op grond van de redenen die het arrest nr. 8 (p. 6 en 7) vermeldt.
  24. Het onderdeel dat alleen betrekking heeft op eisers bij conclusie aan elk ju-rylid geformuleerd verzoek hun beslissing te motiveren, vertoont derhalve geen belang en kan zodoende niet tot cassatie leiden. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  25. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: door de eiser "het recht en de mogelijkheid te ontzeggen een conclusie voor te leggen aan de instantie die over de gegrondheid van de strafvordering te-gen hem gericht uitspraak dient te doen, wordt hem het recht op een (bijzonder) gemotiveerd vonnis ontzegd".
  26. Uit het antwoord op het eerste middel volgt dat het arrest nr. 8 de beslissing tot schuldigverklaring van de eiser regelmatig motiveert op grond van de redenen die het op de bladzijden 6 en 7 vermeldt .
  27. Het onderdeel dat miskenning van het recht op een bijzonder gemotiveerd vonnis aanvoert, gaat uit van een onjuiste lezing van het voormelde arrest. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  28. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 188,96 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 23 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.1 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091014.2 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100210.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.