← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.5 Rolnummer: P.09.0844.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Overige - Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-07-01 Raadplegingen: 680 - laatst gezien 2026-07-02 22:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De ontvankelijkheid van het cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat, met toepassing van de artikelen 71 en 72 Vreemdelingenwet, de invrijheidstelling beveelt van de vreemdeling tegen wie een maatregel van vrijheidsberoving is genomen, wordt geregeld door de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en niet door de Voorlopige Hechteniswet

(1).
(1)Zie Cass., 14 maart 2001, AR P.01.0179.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010314.14, A.C., 2001, nr. 133 met conclusie van advocaat-generaal Spreutels; Cass., 21 maart 2001, AR P.01.0163.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010321.13, A.C., 2001, nr. 152. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Rechtsmiddelen - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat de invrijheidstelling beveelt - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Ontvankelijkheid - Toepasselijke wetsbepalingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 373 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 15-12-1980 - Artt. 71 en 72 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Vreemdelingen - Vrijheidsberoving - Rechtsmiddelen - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat de invrijheidstelling beveelt - Cassatieberoep van het openbaar ministerie - Ontvankelijkheid - Toepasselijke wetsbepalingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 373 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 15-12-1980 - Artt. 71 en 72 Fiches 3 - 4 De beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van een vreemdeling, hebben geen betrekking op het vaststellen van diens burgerlijke rechten en verplichtingen en bepalen niet de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging, zodat artikel 6 E.V.R.M. er niet op van toepassing is
(1).
(1)EHRM, Maaouia v. Frankrijk, ECHR 2000-X. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Toegang tot het grondgebied - Verblijf, vestiging en verwijdering van een vreemdeling - Beslissingen - Artikel 6, E.V.R.M. - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Vreemdelingen - Toegang tot het grondgebied - Verblijf, vestiging en verwijdering van een vreemdeling - Beslissingen - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Fiches 5 - 6 Het onderzoeksgerecht moet krachtens artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet, alleen nagaan of de tegen de vreemdeling genomen maatregel tot vrijheidsberoving met het oog op terugleiding naar de grens en uitwijzing, overeenkomstig de wet is gewezen, zonder uitspraak te mogen doen over de opportuniteit ervan, ook niet door te verwijzen naar een andere beslissing in een andere rechtspleging
(1).
(1)Zie Cass., 30 maart 1999, AR P.99.0288.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990330.10, A.C., 1999, nr. 192; Cass., 31 juli 2001, AR P.01.1011.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010731.3, A.C., 2001, nr.
  1. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Verwijderingsmaatregel - Onderzoeksgerecht - Opdracht - Overeenstemming met de wet - Opportuniteit Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Art. 72, tweede lid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Vreemdelingen - Vrijheidsberoving - Verwijderingsmaatregel - Beoordeling - Rechtsmacht Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Art. 72, tweede lid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0844.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, tegen
  2. S G, vreemdeling, gedetineerd, met als raadslieden mr. Zouhaier Chihaoui en mr. Sophie Claeys, advocaten bij de balie te Brussel,
  3. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Migratie- en Asielbeleid, Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, dienst vreemde-lingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59B, vervolgende partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 mei
  4. De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  5. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat, met toepassing van de artikelen 71 en 72 Vreem-delingenwet, de invrijheidstelling beveelt van de vreemdeling tegen wie een maat-regel van vrijheidsberoving is genomen, wordt geregeld door de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en niet door de Voorlopige Hechteniswet.
  6. De door de verweerder opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep die ervan uitgaat dat de Voorlopige Hechteniswet hier van toepas-sing is, faalt naar recht. Middel
  7. De beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van een vreemdeling, hebben geen betrekking op het vaststellen van diens burgerlijke rechten en verplichtingen en bepalen niet de ge-grondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM.
  8. Het onderzoeksgerecht moet krachtens artikel 72, tweede lid, Vreemdelin-genwet, alleen nagaan of de tegen de vreemdeling genomen maatregel tot vrij-heidsberoving met het oog op terugleiding naar de grens en uitwijzing, overeen-komstig de wet is gewezen, zonder uitspraak te mogen doen over de opportuniteit ervan, ook niet door te verwijzen naar een andere beslissing in een andere rechts-pleging.
  9. Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt dat een dergelijke maatregel tot vrijheidsberoving regelmatig is genomen en zij niettemin beslist tot opheffing van die maatregel op grond van schending van artikel 6 EVRM wegens de mogelijke weerslag ervan op een andere rechtspleging, gaat zij uit van een lou-tere onderstelling en beoordeelt zij in werkelijkheid de opportuniteit van de maat-regel tot vrijheidsberoving.
  10. In zoverre het arrest vaststelt dat de maatregel van administratieve vrij-heidsberoving overeenkomstig de wet is gewezen, maar daarbij eveneens oordeelt dat artikel 6 EVRM "desalniettemin" is geschonden, op grond dat de verweerder "het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek waarin hij bij arrest van 6 april 2009 in vrijheid werd gesteld mits betaling van een borgsom en het naleven van voorwaarden", is het niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Zegt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de eerste verweerder in de kosten. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld. Begroot de kosten op 115,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 23 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20151223.4 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200610.2F.10 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201223.2F.4 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220927.2N.21 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990330.10 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010314.14 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010321.13 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010731.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100727.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160907.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170920.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.