← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:

Art. 235ter

, § 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden - Horen van de opmerkingen van de procureur-generaal buiten aanwezigheid van de partijen - Aanwezigheid van andere leden van het openbaar ministerie die de zaak behandelen - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 235ter

, § 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Uit de artikelen 138, eerste lid, en 140 Gerechtelijk Wetboek en artikel 273 Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter in strafzaken voor alle gerechten, waaronder de kamer van inbeschuldigingstelling, zetelt in aanwezigheid van het openbaar ministerie

(1).
(1)Cass., 28 okt. 2008, AR P.08.0706.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.3, A.C., 2009, nr. 587 met conclusie van advocaat-generaal DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Strafzaken - Openbaar ministerie bij de rechtbanken en hoven van beroep - Opdracht Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Strafvordering - Aanwezigheid van het openbaar ministerie bij de behandeling van de zaak Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Aanwezigheid van het openbaar ministerie bij de behandeling van de zaak Fiches 6 - 7 Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling belast met de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, de onderzoeksrechter hoort met toepassing van artikel 235ter, § 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, is de aanwezigheid van het openbaar ministerie vereist, zoniet is de rechtspleging door nietigheid aangetast. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden - Rechtspleging - Horen van de onderzoeksrechter buiten aanwezigheid van de partijen - Vereiste van de aanwezigheid van het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 235ter

, § 2, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden - Rechtspleging - Horen van de onderzoeksrechter buiten aanwezigheid van de partijen - Vereiste van de aanwezigheid van het openbaar ministerie Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 235ter

, § 2, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.0855.N I. A Z, inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39/40, waar de eiser woonplaats kiest, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Pieter Filipowicz, advocaat bij de balie te Antwerpen. II. C N M, inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39/40, waar de eiser woonplaats kiest, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Pieter Filipowicz, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 mei

  1. De eisers voeren elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht, eenzelfde mid-del aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel preciseert niet hoe het arrest artikel 6 EVRM schendt en eisers recht van verdediging miskent. In zoverre het schending van die bepaling en miskenning van dit algemeen rechts-beginsel aanvoert, is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk. Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 235ter Wetboek van Straf-vordering: de kamer van inbeschuldigingstelling heeft de vertrouwensmagistraat van het parket gehoord, terwijl de voormelde wetsbepaling in die mogelijkheid niet voorziet.
  4. Artikel 235ter, § 2, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de partijen, de opmerkingen van de procureur-generaal hoort.
  5. Het openbaar ministerie is één en ondeelbaar. De kamer van inbeschuldi-gingstelling kan bijgevolg, samen met de procureur-generaal, andere leden van het openbaar ministerie die de zaak behandelen, waaronder de vertrouwensmagistraat belast met de concrete opvolging van de uitvoering van de bijzondere opspo-ringsmethode, horen. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 235ter Wetboek van Straf-vordering: de kamer van inbeschuldigingstelling heeft de onderzoeksrechter ge-hoord in aanwezigheid van de federale magistraat belast met de behandeling van de zaak, terwijl uit het voormelde artikel volgt dat dit moet gebeuren buiten de aanwezigheid van het openbaar ministerie.
  7. Artikel 235ter, § 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling met betrekking tot de toegepaste bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, de onderzoeksrechter en de in de ar-tikelen 47sexies, § 3, 6°, en 47octies, § 3, 6°, bedoelde officier van gerechtelijke politie afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de partijen kan horen.
  8. Uit de artikelen 138, eerste lid, en 140 Gerechtelijk Wetboek en artikel 273 Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter in strafzaken voor alle gerechten, waaronder de kamer van inbeschuldigingstelling, zetelt in aanwezigheid van het openbaar ministerie.
  9. Gelezen in samenhang met deze wetsbepalingen, houdt artikel 235ter, § 2, vierde lid niet in dat het openbaar ministerie niet aanwezig mag zijn bij het horen van de onderzoeksrechter. Het houdt integendeel in dat wanneer het openbaar mi-nisterie niet aanwezig is, de rechtspleging van artikel 235ter door nietigheid is aangetast.
  10. Hieruit volgt dat met "de partijen", artikel 235ter, § 2, vierde lid Wetboek van Strafvordering enkel de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij en niet het openbaar ministerie bedoelt en dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstel-ling de onderzoeksrechter hoort met toepassing van dit artikel, de aanwezigheid van het openbaar ministerie vereist is. Het onderdeel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 184,17 euro waarvan de eiser I 92,08 euro ver-schuldigd is en de eiser II 92,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 23 juni 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.