id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.1 Rolnummer: P.09.1075.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-08-13 Raadplegingen: 531 - laatst gezien 2026-07-02 22:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Behoudens de toepassing van artikel 44, § 1, tweede en derde lid, of §§ 2 en § 3 van de Wet Europees Aanhoudingsbevel, dienen de verzoeken om overlevering ontvangen na 1 januari 2004 uitsluitend te worden beoordeeld volgens die wet, zelfs indien het aan een verzoek ten grondslag liggende vonnis dat tot een vrijheidsbenemende straf veroordeelt, vóór 1 januari 2004 is gewezen
(1).
(1)Zie: Cass., 13 april 2004, AR P.04.0513.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040413.16, A.C., 2004, nr. 195. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Werking in de tijd - Grondslag van het verzoek om overlevering - Vonnis dat veroordeelt tot een vrijheidsbenemende straf - Vonnis dat veroordeelt tot een vrijheidsbenemende straf - Vonnis gewezen vóór 1 januari 2004 Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 44 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Werking in de tijd - Europees aanhoudingsbevel - Grondslag van het verzoek om overlevering - Vonnis dat veroordeelt tot een vrijheidsbenemende straf - Vonnis gewezen vóór 1 januari 2004 Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 44 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 3 - 4 Artikel 5.1 Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken, luidens hetwelk de verdragsluitende partijen hun onderdanen niet uitleveren, is niet toepasselijk op een door Nederland uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel dat onder de bepalingen valt van de Wet Europees Aanhoudingsbevel; de omstandigheid dat werd berust in het vonnis dat aan een door Nederland uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, op een ogenblik waarop artikel 5.1 Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken nog van toepassing was, doet daaraan niet af
(1)Zie: Cass., 24 aug. 2004, AR P.04.1211.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040824.2, A.C., 2004, nr.
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Tenuitvoerlegging in België - Betrokken persoon van Belgische nationaliteit - Artikel 5.1, Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken - Toepasselijkheid - Berusting in vonnis dat aan het aanhoudingsbevel ten grondslag ligt op een ogenblik dat het Benelux-verdrag van toepassing is Thesaurus CAS: BENELUX - VERDRAGSBEPALINGEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Benelux-Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken - Artikel 5.1 - Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging in België - Betrokken persoon van Belgische nationaliteit - Berusting in vonnis dat aan het aanhoudingsbevel ten grondslag ligt op een ogenblik dat het Benelux-verdrag van toepassing is Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.1075.N I. L. E. V. D. S., eiseres, met als raadsman mr. Frans Carsau, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 juni
- De eiseres voert in een bij de cassatieakte neergelegd geschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 2 Strafwetboek: niettegenstaan-de het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd op 15 september 2008, kan de eiseres niet in toepassing van de Wet Europees Aanhoudingsbevel aan Neder-land worden overgeleverd voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, aan-gezien de veroordeling in Nederland dateert van 2 juli 2003 en zij in het vonnis heeft berust omdat, krachtens het op dat ogenblik toepasselijke uitleveringsrecht, België de eigen onderdanen niet aan het buitenland uitleverde.
- De Wet Europees Aanhoudingsbevel is geen strafwet zoals bedoeld in arti-kel 2 Strafwetboek maar een wet op de rechtspleging die, krachtens artikel 3 Ge-rechtelijk Wetboek, onmiddellijk van toepassing is, behoudens de bij die wet be-paalde uitzonderingen.
- Artikel 44, § 1, eerste lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "Deze wet is van toepassing op de aanhouding en overlevering van een gezochte persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel tussen België en de andere Lid-Staten van de Europese Unie vanaf 1 januari
- De verzoeken om overlevering van vroegere datum worden verder geregeld door de instrumenten die inzake uit-levering reeds bestaan." Uit die bepaling volgt dat, behoudens indien artikel 44, § 1, tweede en derde lid, of artikel 44, § 2 en § 3, van deze wet moet worden toegepast, wat hier niet het geval blijkt te zijn, de verzoeken ontvangen na 1 januari 2004 uitsluitend dienen te worden beoordeeld volgens de Wet Europees Aanhoudingsbevel, zelfs indien het aan een verzoek ten grondslag liggende vonnis dat tot een vrijheidsbenemende straf veroordeelt, vóór 1 januari 2004 is gewezen.
- Artikel 5.1 Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken, luidens hetwelke de verdragsluitende partijen hun onderdanen niet uit-leveren, is niet toepasselijk op een door Nederland uitgevaardigd Europees aan-houdingsbevel dat onder de bepalingen valt van de Wet Europees Aanhoudings-bevel. De omstandigheid dat werd berust in het vonnis dat aan een door Nederland uit-gevaardigd Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, op een ogenblik waar-op artikel 5.1 Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in straf-zaken nog van toepassing was, doet daaraan niet af. Berusten in een vonnis dat tot een vrijheidsbenemende straf veroordeelt, is immers geen proceshandeling die is gesteld in toepassing van het voormelde verdrag. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het Hof ontwaart in het middel drie grieven.
- Een eerste grief voert schending aan van de artikelen 4, 4°, en 16, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel en artikel 7, § 2, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat door de gepleegde misdrijven vreemdelingen wer-den benadeeld, is niet onderbouwd met bewijs en motivering.
- De grief komt in werkelijkheid geheel op tegen de onaantastbare beoorde-ling door de rechter van de feiten en de bewijswaarde van de overgelegde stukken of vraagt een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. De grief is niet ontvankelijk.
- Een tweede grief voert schending aan van de artikelen 7, § 2, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 16, § 1, Wet Europees Aanhoudings-bevel: het arrest slaat geen acht op de door de eiseres overgelegde stukken en het daarop gesteund verweer, minstens miskent het die stukken waaruit blijkt dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten wel degelijk opdracht hebben gekregen om de misdrijven te onderzoeken en te vervolgen.
- Het arrest geeft geen uitlegging van de bedoelde stukken zodat het de be-wijskracht ervan niet kan miskennen. In zoverre de grief miskenning van de bewijskracht van de overgelegde stukken aanvoert, mist hij feitelijke grondslag.
- Artikel 16, § 1, eerste lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel heeft geen be-trekking op de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die uitspraak doet over het beroep tegen de beschikking van de raadkamer. In zoverre de grief enkel schending van die wetsbepaling aanvoert, faalt hij naar recht.
- Met de redenen die het arrest (ro 3.4) bevat en de redenen die het overneemt van de schriftelijke vordering van de procureur-generaal, beantwoordt dit het ver-weer van de eiseres. In zoverre mist de grief feitelijke grondslag.
- Voor het overige komt de grief geheel op tegen de onaantastbare beoorde-ling door de rechter van de feiten en de bewijswaarde van de overgelegde stukken of vraagt hij een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is de grief niet ontvankelijk.
- Een derde grief voert schending aan van artikel 16, § 1, eerste lid, Wet Eu-ropees Aanhoudingsbevel: het arrest antwoordt niet op het verweer van de eiseres dat de door de onderzoeksrechter opgelegde voorwaarden voor haar voorlopige invrijheidstelling moeten worden aangepast.
- Zoals uit het antwoord op de tweede grief blijkt, faalt de grief naar recht in zoverre hij enkel schending van artikel 16, § 1, eerste lid, Wet Europees Aanhou-dingsbevel aanvoert.
- Met de redenen die het arrest (ro 3.4) vermeldt, beantwoordt dit het verweer van de eiseres. In zoverre mist de grief feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 82,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, sa-mengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoor-zitter Frédéric Close, en de raadsheren Didier Batselé, Paul Maffei en Koen Mest-dagh, en op de openbare rechtszitting van 14 juli 2009 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky. V. Kosynsky K. Mestdagh P. Maffei D. Batselé F. Close E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040413.16 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040824.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140318.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div