id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.6 Rolnummer: P.09.1041.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-08-14 Raadplegingen: 530 - laatst gezien 2026-07-03 04:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter die uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel heeft niet te oordelen over de wettigheid en regelmatigheid van dit bevel en kan enkel nagaan of de voorwaarden van de tenuitvoerlegging zijn vervuld overeenkomstig de artikelen 4 tot 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel; ingeval van tenuitvoerlegging worden de wettigheid en de regelmatigheid ervan beoordeeld door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit aan dewelke de gezochte persoon wordt overgeleverd
(1).
(1)Zie: Cass., 25 jan. 2005, AR P.05.0065.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050125.4, A.C., 2005, nr. 51; Cass., 21 sept. 2005, AR P.05.1270, A.C., 2005, nr. 450; Zie: Cass., 21 aug. 2007, AR P.07.1268.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070821.2, A.C., 2007, nr. 376 en Cass., 17 juni 2008, AR P.08.0914.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.5, A.C., 2008, nr. 378. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Tenuitvoerlegging - Voorwaarden - Beoordeling door de rechter - Grenzen - Wettigheid - Regelmatigheid Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 2, § 4 en 4 tot 8 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 2 - 3 De voorwaarde dat de uitvaardigende rechterlijke autoriteit toereikende waarborgen verstrekt om de bij verstek veroordeelde persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, ervan te verzekeren dat hij in de uitvaardigende Staat een nieuwe vonnisprocedure kan vragen en in zijn aanwezigheid wordt berecht, is facultatief en de onderzoeksgerechten zijn niet verplicht deze voorwaarde te stellen
(1).
(1)Zie; Cass., 8 dec. 2004, AR P.04.1540.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041208.13, A.C., 2004, nr. 601; Cass., 2 aug. 2006, AR P.06.1128.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060802.2, A.C., 2006, nr.
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Aflevering met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf - Veroordeling bij verstek - Voorwaarde dat de uitvaardigende autoriteit toereikende waarborgen verstrekt - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 7, al. 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging - Europees aanhoudingsbevel afgeleverd met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf - Veroordeling bij verstek - Voorwaarde dat de uitvaardigende autoriteit toereikende waarborgen verstrekt - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 7, al. 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.1041.N D. M., eiser, met als raadsman mr. Pierre Monville, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Magali Wyngaerden, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Pierre Monville, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2, § 3, en § 4, 3°, en 3 Wet Europees Aanhoudingsbevel: er bestaat geen zekerheid over de rechterlijke autoriteit die bevoegd is om eisers overlevering te vragen, noch over de beslissing die aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt.
- De rechter die uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, heeft niet te oordelen over de wettigheid en regelmatigheid van dit bevel. Hij kan enkel nagaan of de voorwaarden van de tenuitvoerlegging ervan zijn vervuld overeenkomstig de artikelen 4 tot 8 Wet Europees Aanhoudingsbe-vel. De wettigheid en regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel worden, in-geval van tenuitvoerlegging ervan, beoordeeld door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit aan dewelke de gezochte persoon wordt overgeleverd.
- Het onderdeel dat in werkelijkheid de wettigheid en regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel aanvecht, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 16, § 1, juncto artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest antwoordt niet op het verweer van de eiser dat de regelmatigheid van de beslissing die aan het Europees aanhoudings-bevel ten grondslag ligt, vragen oproept.
- Met de redenen die het bevat en die het middel in zijn aanhef weergeeft, be-antwoordt het arrest het bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 4, 5°, en 7 Wet Euro-pees Aanhoudingsbevel: aangezien de Roemeense strafprocedure het recht op ver-zet niet daadwerkelijk garandeert, doet de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel afbreuk aan eisers fundamentele rechten en moet zijn overleve-ring worden geweigerd.
- De voorwaarde dat de uitvaardigende rechterlijke autoriteit toereikende waarborgen verstrekt om de bij verstek veroordeelde persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, ervan te verzekeren dat hij in de uitvaardigen-de Staat een nieuwe vonnisprocedure kan vragen en in zijn aanwezigheid wordt berecht, is facultatief en niet verplicht. De onderzoeksgerechten zijn aldus niet verplicht deze voorwaarde te stellen. In zoverre het onderdeel op een andere rechtsopvatting berust, faalt het naar recht.
- Voor het overige komt het onderdeel geheel op tegen de onaantastbare be-oordeling van de feiten door de rechter of vraagt het een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 16, § 1, juncto artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest antwoordt niet op het verweer van de eiser dat het recht op verzet hem ontnomen werd.
- Met de redenen die het bevat en die het middel in zijn aanhef weergeeft, be-antwoordt het arrest het bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 4, 5°, 16, § 1, en 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel: de appelrechters zijn in gebreke gebleven een daadwerkelijke controle uit te voeren op de eerbiediging in de uitvaardigende staat van de fundamentele rechten en vrijheden en hebben het verweer van de eiser ter zake niet beantwoord.
- Met de redenen die het bevat en die het middel weergeeft, doet het arrest het bedoelde onderzoek en beantwoordt het eisers verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 69,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, sa-mengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoor-zitter Frédéric Close, en de raadsheren Didier Batselé, Paul Maffei en Koen Mest-dagh, en op de openbare rechtszitting van 14 juli 2009 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky. V. Kosynsky K. Mestdagh P. Maffei D. Batselé F. Close E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041208.13 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050125.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050921.2 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060802.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070821.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101116.5 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110426.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div