id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090903.1 Rolnummer: C.07.0608.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-15 Raadplegingen: 180 - laatst gezien 2026-07-02 22:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het vertrekpunt van de éénjarige vervaltermijn van vorderingen tot betaling van planschadevergoeding, is de datum waarop de betrokkene geacht wordt kennis te hebben genomen van de beslissing tot weigering van de bouw- of verkavelingsvergunning en waarop een termijn aanvangt voor het aanwenden van rechtsmiddelen tegen die weigeringsbeslissing
(1).
(1)Het O.M. concludeerde tot verwerping nu het van oordeel was dat de wettelijke bepaling, die voorziet dat het recht op schadevergoeding ontstaat bij de weigering van een bouw- of verkavelingsbeslissing, tot gevolg heeft dat het vertrekpunt van de termijn de weigeringsbeslissing zelf is en niet de betekening ervan. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Planschade en -baten Vrije woorden: Planschade - Schadevergoeding - Vordering - Vervaltermijn - Vertrekpunt Wettelijke bepalingen: Wet - 29-03-1962 - Artt. 37, derde lid en 38, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1962032904 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0608.N
- V. D. A. J.,
- V. D. A. H.,
- V. D. A. R.,
- V. D. A. A., eisers, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- GEMEENTE BONHEIDEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2820 Bonheiden, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest,
- VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voorzitter van de Vlaamse Regering, dienst Kanselarij, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 35, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 17 april 2007 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens het te dezen toepasselijk artikel 37, derde lid, van de wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw van 29 maart 1962 ontstaat het recht op schadevergoeding onder meer bij de weigering van een bouw- of verkavelingsvergunning. Volgens artikel 38, tweede lid, van die wet vervallen de vorderingen tot betaling van planschadevergoeding één jaar na de dag waarop het recht op schadevergoeding ontstaat.
- De wetgever heeft door een bepaalde termijn toe te staan om een rechtsvordering in te stellen, de bedoeling gehad dat de onzekerheid voor het bestuur zou worden beperkt, maar ook dat de betrokkene over een volledige termijn van een jaar zou beschikken om een vordering in te stellen. De datum waarop de betrokkene geacht wordt kennis te hebben genomen van de weigeringsbeslissing en waarop een termijn aanvangt voor het aanwenden van rechtsmiddelen tegen de weigeringsbeslissing, vormt het vertrekpunt van de termijn.
- Het arrest oordeelt, met gedeeltelijke verwijzing naar de eerste rechter, dat alleen de weigering van 10 augustus 1987 door de Vlaamse minister van binnenlandse gemeenschapsaangelegenheden in aanmerking mag worden genomen. Het oordeelt verder dat voor de berekening van de termijn geen rekening mag worden gehouden met de kennisgeving van de weigering. Het arrest schendt aldus de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen.
- Het onderdeel dat geen onderzoek van feiten vraagt, is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de toekenning van planschade en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 3 september 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090903.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div