← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090903.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090903.2 Rolnummer: C.08.0151.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-15 Raadplegingen: 180 - laatst gezien 2026-07-02 22:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het voortzetten van werken of verdere aanpassingen aan werken waarvan de strijdigheid met een bouwvergunning werd vastgesteld, weze dit met afwijzing van de gevorderde herstelmaatregel, ressorteert onder de strafsancties voorzien voor de persoon die handelingen, werken of wijzigingen voortzet in strijd met het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding; de afwijzing van de gevorderde herstelmaatregel, die de vastgestelde strijdigheid of afwezigheid van bouwvergunning niet opheft, impliceert een gedogen van de alsdan bestaande toestand, maar dit gedogen strekt zich niet uit tot bijkomende aanpassingswerken. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Herstel van plaats in de vorige staat - Herstelvordering - Afwijzing - Gevolg - Werken - Vastgestelde strijdigheid met een bouwvergunning - Voortzetting of aanpassing Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 146, eerste lid, 1° en 7°, en 154 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0151.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. C. P., en,
  2. C. S., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 21 december 2007 gewezen door het hof van beroep te Gent. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel Grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel
  3. De verweerders werpen op dat het onderdeel niet ontvankelijk is omdat het enkel de schending aanvoert van de bepalingen van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, dan wanneer het onwettig optrekken van het gebouw dateert uit de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding ervan.
  4. De beantwoording van de grond van niet-ontvankelijkheid is onlosmakelijk verbonden met het antwoord op het onderdeel zelf, dat kritiek uitoefent op de schending door de appelrechters van de artikelen 146 en 154 van het voornoemde decreet, artikelen die het arrest toepasselijk verklaart op het geschil. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Onderdeel zelf
  5. De bepalingen van artikel 146, eerste lid, 1° en 7°, en van artikel 154 van het genoemde decreet zijn toepasselijk op een gebouw dat wederrechtelijk werd opgetrokken vóór de inwerkingtreding van het decreet van 18 mei
  6. Artikel 146 van het genoemde decreet voorziet in strafsancties voor de persoon die (...): 5° de handelingen, werken of wijzigingen voortzet in strijd met het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding.
  7. Hieruit volgt dat het voortzetten van werken of verdere aanpassingen aan werken waarvan de strijdigheid met een bouwvergunning werd vastgesteld, weze dit met afwijzing van de gevorderde herstelmaatregel, onder artikel 146 van voormeld decreet ressorteert en voor de stakingsmaatregelen van artikel 154 in aanmerking kan komen. De afwijzing van de gevorderde herstelmaatregel impliceert een gedogen van de alsdan bestaande toestand, maar dit gedogen strekt zich niet uit tot bijkomende aanpassingswerken. Deze afwijzing heft de strafrechtelijk vastgestelde strijdigheid of afwezigheid van bouwvergunning niet op.
  8. De appelrechters stellen vast: - in strijd met de bouwvergunning van 2 maart 1995 voor het verbouwen en saneren van de zich op het kwestieuze perceel bevindende woning werd de woning afgebroken en werd er een nieuwe woning gebouwd op niet nader te bepalen data in de periode van 1 december 1995 tot 20 juni 1997 en werd deze toestand in stand gehouden vanaf 21 juni 1997 tot en met 9 oktober 1997; - de tiende kamer van het hof van beroep heeft bij arrest van 12 maart 1999 de verweerders daarvoor strafrechtelijk veroordeeld en is bij arrest van 13 februari 2004 niet ingegaan op de herstelvordering vanwege de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteur omdat zij als onredelijk dient te worden bestempeld; er werden geen andere herstelmaatregelen gevorderd zoals aanpassingswerken of het betalen van een meerwaarde. Zij oordelen dat ingevolge de eigen optie van de eiser in deze specifieke situatie van een rechterlijk onredelijk bevonden herstelvordering, deze niet zomaar kan voorhouden dat het een illegaal bouwwerk betreft waardoor alle verdere uitgevoerde werken automatisch en evenzeer illegaal zouden zijn; immers door geen andere herstelmaatregelen meer te vorderen moet de eiser als ter zake bevoegde overheid, geacht worden de overeenstemming van het gedoogde bouwwerk met de goede ruimtelijke ordening te hebben aanvaard. Zij bevestigen vervolgens de beslissing tot opheffing van het aangevochten bevel tot stilleggen van 27 september 2005 en van alle navolgend genomen bevelen ter uitvoering.
  9. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  10. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 3 september 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090903.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.