id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090908.3 Rolnummer: P.09.0402.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-09-22 Raadplegingen: 571 - laatst gezien 2026-07-03 03:00 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 87, vijfde lid, Bosdecreet dat als uitzondering op de vergunningsplicht van artikel 99 Stedenbouwdecreet 1999, een enkele meldingsplicht oplegt voor de rooiing binnen een termijn van 12 jaar na de aanplanting of de laatste exploitatie van houtachtige gewassen of van spontane bebossing, is niet toepasselijk in geval van ontbossing. Thesaurus CAS: BOSSEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Bossen Vrije woorden: Ontbossen - Rooiing - Vergunningsplicht - Toepassing Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 99, § 1, 2° Decreet Vlaamse Raad - 13-06-1990 - Artt. 4, 15°, 4, 20° en 87, vijfde lid Fiche 2 De maatregelen tot herstel bedoeld in artikel 95 Bosdecreet houden niet in dat de plaats noodzakelijk moet worden hersteld in de materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór het bosmisdrijf bestond; dit herstel kan ook inhouden dat aan de illegale ontbossing een einde wordt gesteld door aanplanting van andere boomsoorten dan diegenen die onrechtmatig werden verwijderd
(1).
(1)Zie Cass., 13 sept. 2005, AR P.05.0522.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.40, A.C., 2005, nr
- Thesaurus CAS: BOSSEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Bossen Vrije woorden: Ontbossing - Herstelmaatregel Tekst van de beslissing Nr. P.09.0402.N P. V. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Guido Van Den Eynde, advocaat bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 februari
- De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 87 Bosdecreet, alsmede miskenning van het legaliteitsbeginsel in strafzaken zoals verwoord in artikel 14 Grondwet en "het verbod van rechterlijke incriminatie": ten onrechte oordelen de appelrechters dat de uitzonderingsbepaling van artikel 87, vijfde lid, Bosdecreet waarbij voor het rooien van bossen enkel een voorafgaande melding is vereist, enkel toepasselijk zou zijn indien voor de beplanting een vergunning zou verleend zijn door het college van burgemeester en schepenen en het eensluidend advies van de landbouwkundig ingenieur van de dienst Landbouw en van de ambtenaar verleend is; voormelde uitzondering is toepasselijk zodra het gaat om aanplantingen van houtachtige gewassen gedaan in agrarisch gebied; zij is daarenboven eveneens toepasselijk ingeval van ontbossing, waarvoor aldus geen stedenbouwkundige vergunning overeenkomstig artikel 99, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 is vereist.
- Artikel 99, § 1, 2°, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt dat niemand zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning mag ontbossen in de zin van het Bosdecreet van alle met bomen begroeide oppervlakten bedoeld in artikel 3, § 1 en § 2, van dat decreet. Artikel 4, 15°, Bosdecreet verstaat onder ‘ontbossen' iedere handeling waardoor een bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven. Artikel 4, 20°, Bosdecreet definieert de ‘rooiing' als het verwijderen van bomen en houtachtige gewassen, met inbegrip van het wortelstelsel.
- Anders dan bij ‘ontbossen' houdt ‘rooiing' aldus niet in dat aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven. Artikel 87, vijfde lid, Bosdecreet dat als uitzondering op de vergunningsplicht van artikel 99 Stedenbouwdecreet 1999, een enkele meldingsplicht oplegt voor de rooiing binnen een termijn van 12 jaar na de aanplanting of de laatste exploitatie van houtachtige gewassen of van spontane bebossing, is bijgevolg niet toepasselijk in geval na het verwijderen van deze gewassen aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven. In zoverre het middel ervan uitgaat dat artikel 87, vijfde lid, Bosdecreet eveneens toepasselijk is in geval van ontbossing, faalt het naar recht.
- Voor het overige stellen de appelrechters vast dat het te dezen niet enkel een rooiing maar een ontbossing betreft. In zoverre het middel opkomt tegen hun interpretatie met betrekking tot de meldingsplicht van artikel 87, vijfde lid, Bosdecreet, in geval van rooiing, is het gericht tegen een motivering die overtollig is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 95 Bosdecreet en van de artikelen 149 en 159 Grondwet: de maatregelen tot herstel bedoeld in artikel 95 Bosdecreet beogen enkel het herstellen in de oorspronkelijke toestand en niet het creëren van een nieuwe toestand; bijgevolg mochten de appelrechters niet ingaan op de vordering van het bestuur tot aanplanting van zomereiken, zwarte els en/of berk na rooiing van een populierenplantage, welke vordering kennelijk onredelijk is.
- De rechter is verplicht het herstel te bevelen zodra dit noodzakelijk is om de gevolgen van het misdrijf te doen verdwijnen. Daaruit volgt dat het herstel in de oorspronkelijke toestand niet inhoudt dat de plaats noodzakelijk moet worden hersteld in de materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór het bosmisdrijf bestond. Dit herstel kan ook inhouden dat aan de illegale ontbossing een einde wordt gesteld door aanplanting van andere boomsoorten dan diegenen die onrechtmatig werden verwijderd. Ook de vereiste van evenredigheid van de gevorderde maatregel is geen beletsel voor een dergelijke vorm van herstel. Met de redenen die het bestreden arrest vermeldt, wordt de bevolen herstelmaatregel naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 8 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090908.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161121.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.40 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160405.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div