← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090915.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090915.3 Rolnummer: P.09.0182.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-09-22 Raadplegingen: 702 - laatst gezien 2026-07-03 03:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat handelingen, werken of wijzigingen in ruimtelijk kwetsbaar gebied in de zin van artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 overeenkomstig artikel 145bis vergunbaar zijn, belet niet dat zolang er geen vergunning is, de instandhouding van deze handelingen, werken of wijzigingen strafbaar is; de inzichten van de overheid over het verlenen van een vergunning zijn derhalve irrelevant en wijzigen niets aan de voorspelbaarheid van het strafbare karakter van niet-vergunde handelingen, werken of wijzigingen. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Handelingen, werken of wijzigingen in ruimtelijk kwetsbaar gebied - Vergunbaarheid - Strafbaarheid van de instandhouding van deze handelingen, werken of wijzigingen - Inzichten van de overheid over het verlenen van een vergunning Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 145bis en 146 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Stedenbouwmisdrijf - Instandhouding van niet-vergunde handelingen, werken of wijzigingen in ruimtelijk kwetsbaar gebied - Inzichten van de overheid over het verlenen van een vergunning Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 145bis en 146 Fiche 3 De in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 bedoelde herstelmaatregelen, die een civielrechtelijk karakter hebben, strekken ertoe, als bijzondere vorm van vergoeding of teruggave, een einde te maken aan de met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en waardoor het algemeen belang wordt geschaad

(1).
(1)Zie: Cass., 3 april 2007, AR P.06.1610.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.1, A.C., 2007, nr 166; Cass., 22 mei 2007, AR P.06.1692.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070522.1, A.C., 2007, nr
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Herstelmaatregelen - Aard - Doel Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1 Fiche 4 De veroordeling tot betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde die het goed door het stedenbouwmisdrijf heeft verkregen, strekt tot herstel door het tenietdoen van de gevolgen van de wetsovertreding, met name de onrechtmatige verrijking; deze geldsom is niet gelijk te stellen met een geleden nadeel, maar met het geheel of een deel van de verrijking. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Veroordeling tot betaling van een meerwaarde - Doel - Geldsom Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, §§ 1 en 5 Fiche 5 Enkel diegene die als gevolg van het stedenbouwmisdrijf een onrechtmatige verrijking heeft verkregen, kan veroordeeld worden tot betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen Vrije woorden: Veroordeling tot betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde - Toerekening Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, §§ 1 en 5 Annotaties Publicaties: T.M.R. - VANSANT, P.; NELISSEN, B. - 2010/1 - p. 56-58 Tekst van de beslissing Nr. P.09.0182.N I R. L. D. M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Jan Ghysels, advocaat bij de balie te Brussel, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het Grondgebied van de Provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat 9, verweerder. II GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het Grondgebied van de Provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat 9, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen R. L. D. M., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 december
  2. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de neergelegde stukken
  3. De nota en het hierbij gevoegde stuk dat is neergelegd op 14 september 2009 en ter rechtszitting van 15 september 2009, zijn niet ontvankelijk omdat ze zijn neergelegd met miskenning van de termijn van artikel 420bis Wetboek van Strafvordering. Middel van de eiser I
  4. Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM en artikel 15 IVBPR: volgens artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 zou het "landschappelijk waardevol agrarisch gebied" tot het "ruimtelijk kwetsbaar gebied" behoren, dit in tegenstelling tot artikel 145bis, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 waar het "landschappelijk waardevol agrarisch gebied" niet tot het "ruimtelijk kwetsbaar gebied" behoort; de omstandigheid dat exact dezelfde terminologie overeenkomstig artikel 145bis Stedenbouwdecreet 1999 niet aangezien wordt als een ruimtelijk kwetsbaar gebied heeft tot gevolg dat de duidelijke bepaling van artikel 146 Stedenbouwdecreet 1999 tenietgedaan wordt door de onduidelijkheid die ontstaat als gevolg van de samenhang van beide bepalingen; uit de combinatie van de voornoemde artikelen 145bis en 146 volgt immers dat de wederrechtelijke instandhouding die artikel 146 in landschappelijk waardevol agrarisch gebied verbiedt, volkomen afhankelijk is van het eigen inzicht van de overheid om al dan niet een regularisatievergunning toe te kennen; het onvoorspelbare karakter van deze overheidsbeslissing laat de rechtsonderhorige niet toe zijn gedrag af te stemmen op de verbodsbepaling van artikel 146 Stedenbouwdecreet 1999 zodat het legaliteitsbeginsel wordt miskend.
  5. De omstandigheid dat handelingen, werken of wijzigingen in ruimtelijk kwetsbaar gebied in de zin van artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 overeenkomstig artikel 145bis vergunbaar zijn, belet niet dat zolang er geen vergunning is de instandhouding van deze handelingen, werken of wijzigingen strafbaar is. De inzichten van de overheid over het verlenen van een vergunning zijn derhalve irrelevant en wijzigen niets aan de voorspelbaarheid van het strafbare karakter van niet-vergunde handelingen, werken of wijzigingen. Het middel faalt naar recht. Middel van de eiser II
  6. Het middel voert schending aan van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999: anders dan de appelrechters oordelen, kan het opleggen van de herstelmaatregel van betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen, aan de veroordeelde worden opgelegd, ook al is de waardevermeerdering niet door de veroordeelde maar door een derde verkregen.
  7. Krachtens artikel 149, § 1 Stedenbouwdecreet 1999 kan de rechtbank naast de straf bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen.
  8. Deze maatregelen hebben een civielrechtelijk karakter. Als bijzondere vorm van vergoeding of teruggave strekken zij ertoe een einde te maken aan de met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en waardoor het algemeen belang wordt geschaad.
  9. Uit de bewoordingen van voormelde bepalingen blijkt dat de veroordeling tot betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen, strekt tot herstel door het tenietdoen van de gevolgen van de wetsovertreding, met name de onrechtmatige verrijking en voormelde wetsbepaling de te betalen geldsom niet gelijkstelt met een geleden nadeel, maar met het geheel of een deel van de verrijking.
  10. Uit het voorgaande volgt dat enkel diegene die als gevolg van het misdrijf de onrechtmatige verrijking heeft verkregen, kan veroordeeld worden tot betaling van de in artikel 149, § 1 Stedenbouwdecreet 1999 bedoelde geldsom gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum, Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 376,86 euro waarvan de eiser I 70,14 euro verschuldigd is en de eiseres II 37,15 euro verschuldigd is en 269,57 euro betaald heeft. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 15 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090915.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2018:ARR.20180420.2 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110524.5 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.2 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130514.5 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160225.4 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160225.7 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.2 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191126.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.1 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070522.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140902.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180914.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.