id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090915.4 Rolnummer: P.09.0659.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-09-22 Raadplegingen: 204 - laatst gezien 2026-07-02 22:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Onder de in de artikelen 1017, eerste lid, en 1018, Gerechtelijk Wetboek vermelde kosten zijn de kosten vermeld in artikel 222, § 4 AWDA niet begrepen. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemeen (douane en accijnzen) Vrije woorden: In beslag genomen vervoermiddelen - Geen verbeurdverklaring - Kosten verbonden aan de inbeslagneming, bewaring en behoud van in beslag genomen vervoermiddelen - Artikelen 1017, eerste lid en 1018, Gerechtelijk Wetboek - Toepasselijkheid Fiche 2 Onder de in de artikelen 1017, eerste lid, en 1018, Gerechtelijk Wetboek vermelde kosten zijn de kosten vermeld in artikel 222, § 4 AWDA niet begrepen.. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemeen (douane en accijnzen) Vrije woorden: Douane en accijnzen - Kosten verbonden aan de inbeslagneming, bewaring en behoud van in beslag genomen vervoermiddelen - Artikelen 1017, eerste lid en 1018, Gerechtelijk Wetboek - Toepasselijkheid Fiche 3 Onder de in de artikelen 1017, eerste lid, en 1018, Gerechtelijk Wetboek vermelde kosten zijn de kosten vermeld in artikel 222, § 4 AWDA niet begrepen. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemeen (douane en accijnzen) Vrije woorden: Artikelen 1017, eerste lid en 1018, Gerechtelijk Wetboek Tekst van de beslissing Nr. P.09.0659.N P. P. R. M. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Peter Engels, advocaat bij de balie te Antwerpen. tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de douane en accijnzen van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok - Oostkaai 22, vervolgende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING De verweerder heeft de eiser rechtstreeks voor de correctionele rechtbank te Antwerpen gedagvaard wegens mededaderschap aan: - feit I: invoer van 1.096.200 sigaretten zonder Belgische fiscale kentekens; - feit II: onwettig vervoer van 1.950 flessen whisky, zonder geldige documenten. In hoger beroep spreekt het hof van beroep te Antwerpen de eiser vrij, zegt dat overeenkomstig artikel 222, § 4, eerste lid, AWDA er geen grond is tot verbeurdverklaring van de in beslag genomen trekker Iveco, eigendom van de eiser, daar niet blijkt dat de eiser niet vreemd is aan de hem sub 1 en 2 ten laste gelegde feiten, maar zegt dat overeenkomstig artikel 222, § 4, tweede lid, AWDA de kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud van dit vervoermiddel, dit is in het totaal 4.237,37 euro, ten laste van de eigenaar blijven, dit is de eiser. De eiser heeft enkel cassatieberoep ingesteld tegen deze laatste beslissing. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het middel voert schending aan van de artikelen 10 en 11 Grondwet en de artikelen 1017 en 1018, 4°, Gerechtelijk Wetboek, overeenkomstig artikel 59 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, zijn kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud van in beslag genomen voertuigen te beschouwen als kosten zoals bedoeld in de artikelen 1017 en 1018, 4°, Gerechtelijk Wetboek; overeenkomstig artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek verwijst, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten; artikel 222, § 4, tweede lid, AWDA dat bepaalt dat in geval de vervoermiddelen, bedoeld in de eerste paragraaf van het wetsartikel, niet verbeurd verklaard worden, de eventuele kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud ervan ten laste van de eigenaar blijven, schendt derhalve de artikelen 10 en 11 Grondwet en miskent het daarin vervatte beginsel dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet en het genot van hen toegekende rechten zonder discriminatie moet verzekerd zijn.
- Het middel verzoekt ook het Hof de prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen: "Schendt artikel 222, § 4, tweede lid, AWDA de artikelen 10 en 11 van de Grondwet omdat dit artikel bepaalt dat de kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en behoud van in beslag genomen vervoermiddelen ten laste worden gelegd van de eigenaar alhoewel deze aantoont dat hij vreemd is aan het douanemisdrijf omdat hij hiervoor werd vrijgesproken en op grond waarvan de verbeurdverklaring van dit in beslaggenomen voertuig werd afgewezen, terwijl artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek, [samen met] artikel 96 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken voorschrijft dat de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt verwezen."
- Artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijkgestelde partij in de kosten verwijst, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Artikel 1018 Gerechtelijk Wetboek bepaalt wat de bedoelde kosten omvatten.
- Artikel 222, § 4, tweede lid, AWDA bepaalt dat in geval met toepassing van de eerste paragraaf van het artikel in beslag genomen vervoermiddelen niet verbeurd verklaard worden, de eventuele kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud ervan ten laste van de eigenaar blijven. De reden van deze bepaling is dat deze kosten het in beslag genomen vervoermiddel zelf ten goede zijn gekomen.
- Onder de in artikelen 1017, eerste lid, en 1018 Gerechtelijk Wetboek vermelde kosten zijn de kosten vermeld in artikel 222, § 4, AWDA niet begrepen. Het middel faalt naar recht.
- De opgeworpen prejudiciële vraag berust op een onjuiste uitlegging van de wet, zodat het Hof ze niet hoefde te stellen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 15 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090915.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div