← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090917.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090917.12 Rolnummer: D.09.0016.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-09-30 Raadplegingen: 211 - laatst gezien 2026-07-02 22:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het aan een ordemaatregel voorafgaand verhoor van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter impliceert het recht om een conclusie te nemen; de beschikking, houdende de ordemaatregel, die een conclusie niet ontvankelijk verklaart is nietig. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Ordemaatregel - Voorafgaand verhoor - Conclusie - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 406, § 1 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Tuchtzaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Ordemaatregel - Voorafgaand verhoor - Conclusie - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 406, § 1 Fiches 3 - 4 Ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep tegen de beschikking, houdende een ordemaatregel van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter dient het Hof, nadat het deze beschikking heeft vernietigd, zelf te oordelen over de grond van de zaak. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Ordemaatregel - Beschikking - Hoger beroep - Devolutieve werking - Hof van Cassatie - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1, en 415, §§ 3 en 13 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - TUCHTZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Rechterlijke tucht - Vervolging - Ordemaatregel - Beschikking - Devolutieve werking - Hof van Cassatie - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1, en 415, §§ 3 en 13 Fiche 5 Aangezien het nemen van de ordemaatregel van schorsing van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter, voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen op gespannen voet staat met het vermoeden van onschuld, kan hij enkel worden genomen wanneer het voorwerp van het strafrechterlijk of tuchtrechtelijk onderzoek ernstige feiten betreft en wanneer de goede werking van de dienst eraan in de weg staat dat de betrokkene nog verder zijn functie zou uitoefenen; dit moet worden afgewogen aan het vertrouwen dat de rechtzoekenden moeten kunnen hebben in diegenen die belast zijn met een rechtsprekende functie en die boven iedere verdenking horen te staan. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Ordemaatregel - Schorsing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 406, § 1, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. D.09.0016.N X., eiseres in hoger beroep, die verschijnt, ter rechtszitting bijgestaan door mr. André De Becker, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Boomstraat 14, bus 4 I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het hoger beroep is gericht tegen de op 25 augustus 2009 en 31 augustus 2009 door de waarnemend eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel genomen beschikkingen. De eiseres heeft op 16 september 2009 een conclusie neergelegd. Op verzoek van de eiseres vindt de behandeling achter gesloten deuren plaats. Advocaat-generaal Guy Dubrulle wordt gehoord in zijn vordering. De eiseres en haar raadsman worden gehoord. Er wordt enkel gebruik gemaakt van het Nederlands. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling

  1. De eiseres voert aan dat de beschikking van 25 augustus 2009 vervallen is en dat de beschikking van 31 augustus 2009 nietig is.
  2. De beschikking van 25 augustus 2009 werd niet bekrachtigd door de beschikking van 31 augustus 2009 waarin aan de eiseres een nieuwe schorsing van een maand werd opgelegd. De beschikking van 25 augustus 2009 is derhalve vervallen.
  3. Wat de aangevoerde nietigheid van de beschikking van 31 augustus 2009 betreft, is de grief met betrekking tot het weren van de conclusie gegrond. Artikel 406, §1, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de betrokkene vooraf dient te worden gehoord, hetgeen ook het recht impliceert om een conclusie te nemen. De beslissing om de conclusie van de eiseres niet ontvankelijk te verklaren om reden dat "het Gerechtelijk Wetboek geen verhaal inricht tegen de beschikking die de ordemaatregel in artikel 406, §1, derde lid, bevolen heeft, doch enkel een hoger beroep", is niet naar recht verantwoord. De beschikking van 31 augustus 2009 dient derhalve te worden vernietigd.
  4. In gevolge de devolutieve werking van het hoger beroep dient het Hof zelf te oordelen over de grond van de zaak.
  5. Krachtens artikel 406, §1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek kan de betrokkene ingeval hij wordt vervolgd wegens een misdaad of een wanbedrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, in het belang van de dienst, op grond van een ordemaatregel uit zijn ambt worden geschorst voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen. Aangezien het nemen van een dergelijke maatregel op gespannen voet staat met het vermoeden van onschuld, kan hij enkel worden genomen wanneer het voorwerp van het strafrechterlijk of tuchtrechtelijk onderzoek ernstige feiten betreft en wanneer de goede werking van de dienst eraan in de weg staat dat de betrokkene nog verder zijn functie zou uitoefenen. Dit moet worden afgewogen aan het vertrouwen dat de rechtzoekenden moeten kunnen hebben in diegenen die belast zijn met een rechtsprekende functie en die boven iedere verdenking horen te staan.
  6. De ten laste van de eiseres gelegde tuchtrechtelijke feiten zijn - ook al zijn zij voorshands nog onbewezen - ernstig. Zij zijn bovendien van die aard dat zij bij de rechtzoekenden redelijke twijfel kunnen doen ontstaan over een onpartijdige behandeling van hun zaak. Hiertoe volstaat reeds de vaststelling, in de context van het hangende tuchtonderzoek, dat de eiseres bij vonnis van de vijfde kamer van de rechtbank van koophandel te Brussel van 19 juni 2009 de heer (...) als deskundige heeft aangewezen terwijl vaststaat dat deze laatste via één van zijn vennootschappen een belangrijke onbetaalde schuldeiser van haar is. Daarbij komt nog dat de positie van de eiseres vertroebeld is, hetgeen tot gevolg heeft dat een verdere uitoefening van haar functie van korpsoverste op dit ogenblik problematisch is geworden. Dictum Het Hof, Zitting houdende in hoger beroep; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en in de volgende mate gegrond: Verklaart de beschikking van 25 augustus 2009 vervallen; Vernietigt de beschikking van 31 augustus 2009 en opnieuw rechtdoende, schorst de eiseres bij wege van ordemaatregel als bedoeld in artikel 406, §1, van het Gerechtelijk Wetboek voor de duur van een maand met ingang van 31 augustus
  7. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns en in openbare rechtszitting van 17 september 2009 uitgesproken door raadsheer Eric Dirix, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle en met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090917.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091119.1 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120621.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.