← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090922.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090922.5 Rolnummer: P.09.1365.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 174 - laatst gezien 2026-07-02 22:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 635, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbanken, behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen, bevoegd zijn voor de tot één of meerdere vrijheidstraffen veroordeelden die gedetineerd zijn in de strafinrichtingen in het rechtsgebied van het hof van beroep waarin zij zijn gevestigd en dat deze strafuitvoeringsrechtbanken bevoegd blijven voor elke beslissing tot op het moment van de definitieve invrijheidstelling, blijft de oorspronkelijk territoriaal bevoegde strafuitvoeringsrechtbank, waarvoor de gedetineerde eerder reeds verscheen, in beginsel bevoegd voor elke nieuwe beslissing tot op het moment van zijn definitieve invrijheidstelling

(1).
(1)Artikel 635, § 1, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank het in uitzonderlijke gevallen voor een bepaalde veroordeelde aangewezen kan achten om de bevoegdheid over te dragen aan een andere strafuitvoeringsrechtbank. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Behandeling door strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Territoriale bevoegdheid - Gedetineerde die eerder voor de territoriaal bevoegde strafuitvoeringsrechtbank verscheen - Overplaatsing naar een strafinrichting gevestigd in het rechtsgebied van een ander hof van beroep Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Behandeling door strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Territoriale bevoegdheid - Gedetineerde die eerder voor de territoriaal bevoegde strafuitvoeringsrechtbank verscheen - Overplaatsing naar een strafinrichting gevestigd in het rechtsgebied van een ander hof van beroep Tekst van de beslissing Nr. P.09.1365.N P. G. J. V., veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank van Gent, van 25 augustus
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 januari 2007 tot vaststelling van de territoriale bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbanken: krachtens voormeld artikel 1 is niet de strafuitvoeringsrechtbank van Gent maar wel deze van Antwerpen bevoegd voor de veroordeelde eiser die gedetineerd is in een strafinrichting gelegen te Hasselt; de bestreden beslissing bepaalt onterecht haar bevoegdheid in functie van de strafinrichting van Brugge omdat de eiser aldaar voor het eerst om een strafuitvoeringsmodaliteit heeft verzocht.
  3. Artikel 635, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "De strafuitvoeringsrechtbanken zijn bevoegd voor de tot één of meerdere vrijheidstraffen veroordeelden die gedetineerd zijn in de strafinrichtingen in het rechtsgebied van het hof van beroep waarin zij zijn gevestigd, behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen. Zij blijven bevoegd voor elke beslissing tot op het moment van de definitieve invrijheidstelling."
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser voor het eerst verscheen op 31 mei 2007 voor de strafuitvoeringsrechtbank te Gent, dit is krachtens het toen toepasselijke artikel 5 van het vermelde koninklijk besluit van 29 januari 2007, de territoriaal bevoegde strafuitvoeringsrechtbank voor de strafinrichting te Oudenaarde waar de eiser toen verbleef. Voormelde strafuitvoeringsrechtbank blijft in beginsel aldus bevoegd tot op het moment van de definitieve invrijheidstelling van de betrokkene.
  5. In zoverre het middel de onbevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbank van Gent aanvoert, faalt het naar recht.
  6. In zoverre het middel de motivering van het bestreden vonnis bekritiseert, kan het niet tot cassatie leiden en is het mitsdien niet ontvankelijk. Ambthalve onderzoek van de beslissing
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 22 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090922.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.