id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090922.6 Rolnummer: P.09.1389.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 537 - laatst gezien 2026-07-03 03:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de verdachte voor het onderzoeksgerecht dat uitspraak doet over de handhaving van zijn voorlopige hechtenis, in conclusie de nietigheid van een onderzoekshandeling en van de hierop gesteunde procedure aanvoert om hieruit af te leiden dat er geen schuldaanwijzingen bestaan die de handhaving van de voorlopige hechtenis verantwoorden, is het onderzoeksgerecht slechts gehouden tot een prima facie onderzoek van de aangevoerde onregelmatigheid
(1).
(1)Cass., 24 okt. 2000, AR P.00.1387.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001024.8, A.C., 2000, nr 573; 20 feb. 2001, AR P.01.0235.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8, A.C., 2001, nr 106 met noot M.D.S. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Handhaving Vrije woorden: Aanwijzingen van schuld - Conclusie waarbij de nietigheid van een onderzoekshandeling wordt aangevoerd - Opdracht van het onderzoeksgerecht Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Handhaving Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Aanwijzingen van schuld - Conclusie waarbij de nietigheid van een onderzoekshandeling wordt aangevoerd - Opdracht van het onderzoeksgerecht Fiche 3 De kamer van inbeschuldigingstelling die de voorlopige hechtenis handhaaft na een prima facie onderzoek van de door de verdachte aangevoerde onregelmatigheid van een onderzoekshandeling, blijft geadieerd om alsnog uitspraak te doen over de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering
(1).
(1)Cass., 20 feb. 2001, AR P.01.0235.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8, A.C., 2001, nr 106 met noot M.D.S. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Handhaving Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Conclusie waarbij de nietigheid van een onderzoekshandeling wordt aangevoerd - Prima facie onderzoek van aangevoerde onregelmatigheid - Uitspraak over de handhaving van de voorlopige hechtenis - Geen verdere uitspraak over de regelmatigheid van de procedure Tekst van de beslissing Nr. P.09.1389.N J. R., verdachte, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 23, 4°, en 30 Voorlopige hechteniswet: het arrest beantwoordt eisers verweer niet dat de uitgevoerde bijzondere opsporingsmethodes observatie en infiltratie onregelmatig waren daar er op het ogenblik van het bevelen van die opsporingsmethodes onvoldoende ernstige aanwijzingen voorhanden waren om die te verantwoorden en er niet voldaan was aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit.
- Wanneer de verdachte voor het onderzoeksgerecht dat uitspraak doet over de bevestiging van zijn voorlopige hechtenis, in conclusie de nietigheid van een onderzoekshandeling en van de hierop gesteunde procedure aanvoert om hieruit af te leiden dat er geen schuldaanwijzingen bestaan die de handhaving van de voorlopige hechtenis verantwoorden, is het onderzoeksgerecht slechts gehouden tot een prima facie onderzoek van de aangevoerde onregelmatigheid.
- Het arrest oordeelt: "In de huidige stand van de procedure moeten inderdaad de onderzoeksgerechten zich beperken tot een ‘prima facie' toetsing van de regelmatigheid van de opsporingsmethoden. De regelmatigheid van de infiltratie en van de observatie die door het parket gemachtigd werden, wordt ‘prima facie' niet aangetast door de strijdige beschikking van 24 augustus 2009 van de onderzoeksrechter betreffende het afluisteren van telecommunicatie." Aldus beantwoordt het arrest eisers verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
- Uit eisers conclusie blijkt dat de eiser de kamer van inbeschuldigingstelling in werkelijkheid ook gevraagd heeft met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid van de onderzoekshandelingen infiltratie en observatie te onderzoeken. De kamer van inbeschuldigingstelling heeft daarover geen uitspraak gedaan zodat zij, wat dit punt betreft, steeds geadieerd blijft. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 22 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090922.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001024.8 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250416.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div