id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090929.4 Rolnummer: P.09.0467.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 558 - laatst gezien 2026-07-02 22:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het verval van het recht tot het besturen van een voertuig, opgelegd aan diegene die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van drugs of van geneesmiddelen, is geen hoofdstraf maar enkel een bijkomende straf, ook al voorziet artikel 35 Wegverkeerswet in een verplichte vervallenverklaring. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 35 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Bijkomende straffen - Algemeen STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Intoxicatie - dronkenschap - art. 34-37 Vrije woorden: Sturen in staat van dronkenschap of soortgelijke staat - Straf - Vervallenverklaring van het recht tot sturen - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 35 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Bijkomende straffen - Algemeen STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Intoxicatie - dronkenschap - art. 34-37 Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 35 - Sturen in staat van dronkenschap of soortgelijke staat - Vervallenverklaring van het recht tot sturen - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 35 Tekst van de beslissing Nr. P.09.0467.N N. J., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Johan Vanoost, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Leuven van 19 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 35 Wegverkeerswet en artikel 37ter, § 1, Strafwetboek: de krachtens artikel 35 Wegverkeerswet op te leggen hoofdstraf omvat niet enkel de geldboete maar ook het rijverbod; de werkstraf vervangt dan ook zowel de geldboeten als het rijverbod; de appelrechters veroordelen de eiser dan ook onterecht én tot een werkstraf én tot een rijverbod.
- Volgens artikel 37ter, § 1, Strafwetboek kan de rechter, indien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, als hoofdstraf een werkstraf opleggen. Artikel 35 Wegverkeerswet straft met een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, diegene die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.
- Anders dan waarvan het middel uitgaat, is het verval van het recht tot het besturen van een voertuig geen hoofdstraf maar enkel een bijkomende straf, ook al voorziet artikel 35 Wegverkeerswet in een verplichte vervallenverklaring. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 29 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090929.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110301.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140107.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170419.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div