← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090929.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090929.5 Rolnummer: P.09.1399.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-16 Raadplegingen: 492 - laatst gezien 2026-07-02 22:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche De dubbele incriminatie vereist bij artikel 5, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel houdt in dat het feit waarvoor de uitvaardigende staat een Europees aanhoudingsbevel aflevert, ook door de Belgische wet strafbaar is gesteld, en bedoelt de essentie van het feit; ze vereist niet dat de kwalificatie van het feit in de respectieve wetgevingen dezelfde is noch dat het strafbare feit volgens de beide wetgevingen een misdrijf oplevert met dezelfde constitutieve bestanddelen

(1).
(1)Zie: Cass., 15 feb. 2006, AR P.05.1594.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060215.4, A.C., 2006, nr 96 met conclusie adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Aanhoudingsbevel door een andere lidstaat Vrije woorden: Tenuitvoerlegging - Voorwaarden - Dubbele incriminatie Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 5, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.09.1399.N M. P., gedetineerde onder Europees aanhoudingsbevel, eiser, met als raadsman mr. Gunter Fransis, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 september
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 2 Strafwetboek, en artikel 5, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest oordeelt ten onrechte dat de vereiste van dubbele strafbaarstelling niet belet dat de bestanddelen van het strafbare feit of de kwalificatie ervan volgens de buitenlandse wetgeving verschillend zouden zijn van deze bepaald in de Belgische strafwet; de dubbele strafbaarstelling vereist integendeel dat de constitutieve bestanddelen van het strafbare feit in de uitvaardigende staat en de uitvoerende staat dezelfde zouden zijn.
  3. Artikel 5, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "De tenuitvoerlegging [van het Europees aanhoudingsbevel] wordt geweigerd ingeval het feit waarop het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, krachtens het Belgische recht niet strafbaar is." De dubbele incriminatie, vereist bij die bepaling, houdt in dat het feit waarvoor de uitvaardigende staat een Europees aanhoudingsbevel aflevert, ook door de Belgische wet strafbaar is gesteld. De dubbele strafbaarstelling bedoelt de essentie van het feit. Het is evenwel niet vereist dat de kwalificatie van het feit in de respectieve wetgevingen dezelfde is noch dat het strafbare feit volgens de beide wetgevingen een misdrijf oplevert met dezelfde constitutieve bestanddelen. In zoverre het middel een andere rechtsopvatting verkondigt, faalt het naar recht.
  4. Voor het overige blijkt uit de stukken van de rechtspleging dat het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd wegens het misdrijf bepaald in artikel 233, § 1, van het Poolse strafwetboek dat strafbaar stelt een valse getuigenis of verklaring gedaan in rechte of in een rechtspleging conform de wet, die de rechter in zijn beoordeling van de hem voorgelegde bewijselementen heeft misleid. Dit feit is in essentie het feit dat volgens de Belgische wetgeving bij artikel 218 Strafwetboek strafbaar is gesteld. Het arrest dat aldus oordeelt, is naar recht verantwoord. Het middel kan in zoverre niet aangenomen worden. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 29 september 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090929.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060215.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.