id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.3 Rolnummer: C.08.0124.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-20 Raadplegingen: 198 - laatst gezien 2026-07-02 21:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de inschrijving wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen, zoals prijzen, termijnen en technische specificaties, nietig is, moet het bestuur die inschrijving als onregelmatig en derhalve als niet bestaande beschouwen en is het, slechts bij afwijzing van de inschrijving wegens het blijkbaar abnormaal karakter van de prijs, ertoe gehouden, vooraleer hiertoe over te gaan, de inschrijver te verzoeken een verantwoording te verstrekken en de aldus gegeven uitleg te onderzoeken. Thesaurus CAS: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSOPDRACHTEN - Aanneming werken - Gunningswijze - Algemeen Vrije woorden: Nietige inschrijving - Verplichting van het bestuur - Verzoek tot verantwoording Wettelijke bepalingen: Wet - 14-07-1976 - Art. 12, § 1 Koninklijk Besluit - 22-04-1977 - Artt. 14, eerste en tweede lid, en 25, §§ 1 en 2 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0124.N STOCKMAN INGENIEURSBUREAU, naamloze vennootschap, met zetel te 9000 Gent, Muinklaan 6, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- KATHOLIEK ONDERWIJS GENT-AGGLOMERATIE, vereniging zonder winstoogmerk, met zetel te 9000 Gent, Marialand 31, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest,
- CENTRALE VERWARMING KEERMAN WILLY, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9500 Moerbeke-Waas, Damstraat 206, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 11 april 2007 gewezen door het hof van beroep te Gent. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 12, §1, van de wet van 14 juli 1976 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zoals te dezen van toepassing, moet, wanneer de bevoegde overheid beslist de opdracht te gunnen, deze worden toevertrouwd aan de inschrijver die de laagste regelmatige inschrijving heeft ingediend op straffe van schadeloosstelling vastgesteld op 10 pct. van het bedrag van deze inschrijving. Krachtens artikel 14, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten, zoals te dezen van toepassing, wordt de inschrijving overeenkomstig het bij het bestek behorende model opgemaakt en wordt ze door de inschrijver of zijn gemachtigde ondertekend. Krachtens artikel 14, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, moeten doorhalingen, overschrijvingen, aanvullingen of wijzigingen, zowel in de inschrijving als in de bijlagen, die de essentiële voorwaarden van de opdracht zoals prijzen, termijnen, technische specificaties kunnen beïnvloeden, eveneens door de inschrijver of zijn gemachtigde worden ondertekend. Krachtens artikel 25, §1, van dit koninklijk besluit, kan het bestuur, onvermin¬derd de nietigheid van elke inschrijving wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen, zoals die van artikel 14, tweede lid, de inschrijvingen als onregelmatig en derhalve als niet bestaande beschouwen, indien zij niet overeenstemmen met de bepalingen van afdeling 2, enig voorbehoud inhouden of bestandde¬len bevatten die niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Krachtens artikel 25, §2, van voormeld koninklijk besluit, moet het bestuur evenwel, vooraleer het een inschrijving afwijst inzonderheid met verwijzing naar artikel 20, §5, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, de betrokken inschrijver per aangetekende brief verzoeken hierover, binnen een termijn van 12 kalenderdagen, de noodzakelijke ver¬antwoordingen te verstrekken en laat het bestuur, na onderzoek van de gegeven uitleg, de inschrijver weten welke prijzen nog als abnormaal worden beschouwd.
- Uit deze bepalingen volgt dat het bestuur, wanneer de inschrijving wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen, zoals prijzen, termijnen en technische specificaties, nietig is, die inschrijving als onregelmatig en derhalve als niet bestaande moet beschouwen en dat het, slechts bij afwijzing van de inschrijving wegens het blijkbaar abnormaal karakter van de prijs, ertoe gehouden is, vooraleer hiertoe over te gaan, de inschrijver te verzoeken een verantwoording te verstrekken en de aldus gegeven uitleg te onderzoeken.
- Het hof van beroep stelt op derdenverzet vast dat: - de eiseres al na een eerste analyse van de inschrijvingen, ervan uitging dat de in¬schrijving van de tweede verweerster onregelmatig was en daarom geweigerd diende te worden; - de eerste verweerster in haar in de aanvankelijke procedure voor de eerste rechter neergelegde conclusie stelde dat de bijlage van de offerte van de tweede verweerster op zichzelf voldoende was om de inschrijving te weigeren, daar het duidelijk was dat de inschrijving niet conform was, daar ze geen overwerkschakelaars voorzag zoals door het bestek bepaald; - de eiseres in een brief van 9 januari 2001 uiteenzette dat die overwerkschakelaars met soepele, instelbare tijdsuren, een essentieel onderdeel van de installatie zijn; - uit dit alles blijkt dat de eiseres ervan uitging dat de inschrijving van de tweede verweerster manifest onregelmatig was; - de eiseres de tweede verweerster niettemin verzocht een aantal concrete verduidelijkingen te verschaffen; - niet blijkt dat de eiseres bij het voorstel tot toewijzing rekening hield met de, ingevolge dit verzoek, door de tweede verweerster gegeven antwoorden en toelichtingen. Verder oordeelt het hof op derdenverzet dat de passieve houding van de eiseres, na ontvangst van het uitvoerig antwoord van de tweede verweerster, op zijn minst bevreemdend en niet in overeenstemming is met haar rol als ontwerper, dat het hof van beroep bij de aanvankelijke beoordeling van het geschil tussen de eerste en de tweede verweerster dan ook op goede gronden vermocht te besluiten dat er sprake was van een "bizarre gang van zaken waarover geen redelijke en/of aannemelijke uitleg werd gegeven" en dat de eiseres, in het kader van haar derdenverzet, op haar beurt niet aantoont hoe zij in dergelijke omstandigheden in redelijkheid tot de conclusie is kunnen komen dat de inschrijving van de tweede verweerster als onregelmatig diende te worden gehandhaafd.
- Het hof op derdenverzet dat zonder uit te sluiten dat de inschrijving van de tweede verweerster, zoals door de eiseres aangevoerd, afweek van essentiële technische specificaties van het bestek, aldus oordeelt dat de inschrijving van de tweede verweerster door het bestuur niet als onregelmatig mocht worden beschouwd, om de enkele reden dat hierbij geen rekening werd gehouden met het door de tweede verweerster op verzoek van de eiseres verstrekte uitleg, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging op grond van het eerste onderdeel van de beslissing die het derdenverzet afwijst om reden van de beweerde onzorgvuldigheid van de eiseres, strekt zich uit tot de beslissing over de uitbreiding van de vordering van de eiseres in verband met de schadevergoeding die de eerste verweerster aan de tweede verweerster moest betalen gezien de nauwe band die er bestaat tussen deze beslissingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 1 oktober 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div