id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.4 Rolnummer: C.08.0064.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-10-20 Raadplegingen: 801 - laatst gezien 2026-07-02 23:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De bepaling dat de beschikking van de beslagrechter, verleend overeenkomstig artikel 1481 van het Gerechtelijk Wetboek, van rechtswege ophoudt gevolg te hebben, indien binnen een maand na de verzending van het deskundig verslag, de beschrijving niet wordt gevolgd door een dagvaarding ten gronde, houdt onder meer in dat het verslag niet kan worden ingeroepen tegen een derde, geen partij in de beslagprocedure inzake namaak, aan wie, op grond van het verslag, namaak wordt verweten, in geval die derde niet binnen de maand na de verzending van het deskundig verslag voor de rechtbank betreffende de zaak zelf wordt gedagvaard
(1).
(1)Art. 1488 Ger. W., voor zijn opheffing bij art. 33 W. 10 mei 2007, toen van kracht en dat het middel dus als geschonden kon aanwijzen (zie Cass., 20 dec. 2007, AR C.06.0574.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10, A.C., 2007, nr. 655. Zie E. DIRIX & K. BROECKX, Beslag, A.P.R., Story-Scientia, 2001, 309, nr. 491; M.-C. JANSSENS, Drie wetten inzake handhaving van intellectuele rechten openen nieuwe horizonten in de strijd tegen namaak en piraterij, R.W., 2007-08, 930
(938). Thesaurus CAS: BESLAG - ALLERLEI UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Beslag inzake namaak GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerbiediging van het privé-leven - art. 8 - Briefwisseling PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - TELECOMMUNICATIE - Elektronische communicatie Vrije woorden: Beslag inzake namaak - Beschikking - Deskundig verslag - Geen dagvaarding ten gronde - Derde - Tegenstelbaarheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1488 Fiche 2 De opzettelijke kennisname van het bestaan van een e-mail, alsook het gebruik van die kennis of van de informatie die zodoende met of zonder opzet werd verkregen, is uitgesloten voor wie niet vooraf de nodige toestemmingen heeft gekregen. Thesaurus CAS: BRIEVEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Beslag inzake namaak GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerbiediging van het privé-leven - art. 8 - Briefwisseling PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - TELECOMMUNICATIE - Elektronische communicatie Vrije woorden: E-Mail - kennisname Wettelijke bepalingen: Wet - 13-06-2005 - Art. 124, 1° en 4° Fiche 3 Kennisname en gebruik van de inhoud van een e-mail zijn gebonden aan de kennisname en gebruik van het bestaan ervan. Thesaurus CAS: BRIEVEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Beslag inzake namaak GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerbiediging van het privé-leven - art. 8 - Briefwisseling PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - TELECOMMUNICATIE - Elektronische communicatie Vrije woorden: E-Mail - kennisname - Gebruik - Verband Wettelijke bepalingen: Wet - 13-06-2005 - Art. 124, 1° en 4° Tekst van de beslissing Nr. C.08.0064.N SCHEPENS, naamloze vennootschap, met zetel te 3560 Lummen, Kanaalstraat 9, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VAN RAAK CHEMICALS, naamloze vennootschap, met zetel te 2381 Weelde, Toekomststraat 1, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 6 september 2007 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 1488 van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest: "Verklaart het hoger beroep gegrond, het incidenteel beroep ongegrond. weert uit het debat het verslag Savelkoul en de hieruit geputte stukken evenals de stukken 5,6,7 en 16 uit het bundel van (de eiseres). Wijzigt het bestreden vonnis en opnieuw wijzende, verklaart de stakingsvordering zoals uitgebreid ongegrond. Verwijst (de eiseres) in de kosten van beide aanleggen, (...)." op grond van de motieven op p. 5-6: "- verslag Savelkoul: Krachtens artikel 1488 van het Gerechtelijk Wetboek moet ingeval van beschrijvend beslag inzake namaak de bodemprocedure ingeleid worden binnen de maand na verzending van het verslag aan de procespartijen bij gebreke waaraan de beschikking van rechtswege ophoudt gevolg te hebben en de verzoeker (de eiseres) kan geen gebruik maken van de inhoud of deze openbaar maken. Dit verslag werd in casu aan partijen verzonden op 24 april 2006 terwijl de bodemprocedure werd ingeleid op 9 juni 2006 derhalve laattijdig. Het verbod tot gebruik is algemeen geformuleerd en niet beperkt tot de bodemprocedure inzake de namaak zoals (de eiseres) stelt zodat het in geen enkele andere procedure mag gebruikt worden en er geen enkele ruchtbaarheid aan mag gegeven worden. Onterecht stelt (de eiseres) dat deze termijn van één maand slechts begon te lopen na 6 juni 2006 omdat de deskundige toen een brief richtte aan de rechtbank teneinde, op verzoek van de raadsman van (de eiseres), een CD aan zijn verslag toe te voegen. Deze brief die ruim één maand na neerlegging en verzending van het verslag is opgesteld, vat verder gewoonweg de bevindingen van het op 28 april 2006 neergelegd verslag samen zonder verdere uitleg omtrent deze wel eigenaardige handelswijze (deze brief werd kennelijk niet aan de procespartij V. verzonden). De eerste rechter heeft dan ook terecht dit verslag uit het debat geweerd". en op p. 7: "(De eiseres) legt tevens een stuk 16 neer dat kennelijk een schrijven is van de heer V. (of een weergave daarvan) aan (de verweerster). Uit de conclusies van (de eiseres) blijkt dat dit stuk deel uitmaakt van het verslag Savelkoul dat buiten het beraad moet gehouden worden". Grieven Artikel 1488 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de beschikking van de rechter, verleend overeenkomstig artikel 1481 van hetzelfde wetboek, van rechtswege ophoudt gevolg te hebben, indien binnen een maand na de verzending, bepaald volgens de poststempel van de in artikel 1487 van hetzelfde wetboek voorziene per post aangetekende verzending van het verslag, de beschrijving van de namaak niet wordt gevolgd door een dagvaarding betreffende de zaak zelf voor de rechtbank. In dat geval kan de verzoeker van het beslag inzake namaak geen gebruik maken van de inhoud van het verslag of deze openbaar maken. Dit verbod viseert niet het gebruik in een procedure ten aanzien van derden, die geen partij zijn bij de beslagprocedure inzake namaak. Hieruit volgt dat het bestreden arrest onwettig het verslag Savelkoul en het stuk 16 van de eiseres uit het debat weert in de stakingsprocedure tussen de eiseres en de verweerster, omdat de eiseres in geen enkele procedure van geen van beide gebruik mag maken of ruchtbaarheid eraan geven, terwijl de verweerster geen partij was in de beslagprocedure inzake namaak en het verbod daarvoor niet geldt (schending van artikel 1488 van het Gerechtelijk Wetboek). Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet; - de artikelen 124 en 125 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie; - artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest: "Verklaart het hoger beroep gegrond, het incidenteel beroep ongegrond. Weert uit het debat het verslag Savelkoul en de hieruit geputte stukken evenals de stukken 5,6,7 en 16 uit het bundel van (de eiseres). Wijzigt het bestreden vonnis en opnieuw wijzende, verklaart de stakingsvordering zoals uitgebreid ongegrond. Verwijst (de eiseres) in de kosten van beide aanleggen, (...)" op grond van de motieven op p. 6-7: "e-mails (De eiseres) wenst zich te beroepen op twee mails (stukken 14 en 15) die de heer V. aan een zekere D. verzond, op een mail door V. verstuurd aan een zekere O. (stuk 5) en op twee mails die hij zichzelf verstuurde in maart 2006 (stukken 6 en 7). Anders dan (de eiseres) lijkt te suggereren is de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie wel degelijk van toepassing op e-mail verkeer; de eerste rechter heeft het bewijsmateriaal ook in het licht van deze wet beoordeeld en (de eiseres) stelt in conclusies overigens uitdrukkelijk dat zij voor een deel der betrokken mails die in het beraad werden betrokken, de motivering van de eerste rechter bijtreedt. Artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 bepaalt dat zonder toestemming van alle andere, direct of indirect betrokken personen, niemand: - kennis mag nemen van het bestaan van informatie van alle aard die via elektronische weg is verstuurd en niet persoonlijk voor hem bestemd is (1° lid); - de informatie, identificatie of gegevens die met of zonder opzet werden verkregen, wijzigen, schrappen, kenbaar maken, opslaan of er enig gebruik van maken (4° lid). Niet betwist is dat de mails gericht aan D. door deze laatste aan (de eiseres) werden overgemaakt; D. kon als bestemmeling vrij beschikken over deze mails die op rechtmatige wijze in het bezit zijn gekomen van (de eiseres) die er zoals door de eerste rechter beslist gebruik van mag maken. De overige mails door V. verstuurd zaten in zijn mailbox bij (de eiseres) voor wie zij uiteraard niet bedoeld waren zodat deze bij gebreke aan toestemming vanwege de afzender en bestemmeling niet mogen gebruikt worden. De eerste rechter oordeelde dat nu deze mails dateren van na de beëindiging der consultancyopdracht van V., hij informatie ontvreemdde waarop hij geen recht had, hij hierdoor een strafbare daad stelde zodat (de eiseres) terecht de regel ‘nemo auditur' kon inroepen en zich minstens mag beroepen op het feit dat de heer V. essentiële informatie over haar werking heeft meegenomen. Deze mails werden door de eerste rechter in het beraad betrokken. De vraag naar het rechtmatig gebruik van deze mails kan evenwel niet afhankelijk gesteld worden van de inhoud van deze mails evenmin als van het tijdstip van verzending. De stukken 5, 6 en 7 dienen dan ook uit het debat geweerd te worden". Grieven Eerste onderdeel Volgens artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie mag niemand, indien hij daartoe geen toestemming heeft gekregen van alle andere, direct of indirect betrokken personen: "1° met opzet kennis nemen van het bestaan van informatie van alle aard die via elektronische weg is verstuurd en die niet persoonlijk voor hem bestemd is; 2° met opzet de personen identificeren die bij de overzending van de informatie en de inhoud ervan betrokken zijn; 3° onverminderd de toepassing van de artikelen 122 en 123, met opzet kennis nemen van gegevens inzake elektronische communicatie en met betrekking tot een andere persoon; 4° de informatie, identificatie of gegevens die met of zonder opzet werden verkregen, wijzigen, schrappen, kenbaar maken, opslaan of er enig gebruik van maken". Deze bepaling viseert, blijkens zijn bewoordingen en de voorbereidende werken, samengevat het kennisnemen van het bestaan van met telecommunicatie overgebrachte gegevens, meer bepaald het loutere feit van de overdracht, zoals de registratie van de naam van de correspondenten, het tijdstip, de duur. De inhoud van een telecommunicatie wordt daarentegen beschermd door de artikelen 259bis en 314bis van het Strafwetboek. Aldus is de inhoud, nl. de eigenlijke substantie van een e-mail, niet beschermd door voormeld artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 en kan bijgevolg deze bepaling niet ingeroepen worden om zich tegen het gebruik van de inhoud van een e-mail te verzetten. Hieruit volgt dat het bestreden arrest zijn beslissing, - de stukken 5, 6 en 7 uit het bundel van eiseres uit het debat te weren, omdat het rechtmatig gebruik van deze mails niet afhankelijk kan worden gesteld van de inhoud ervan en die inhoud niet mag gebruikt worden gezien het voormeld artikel 124, 4°, zich tegen dat gebruik verzet, niet naar recht verantwoordt , gezien het voormeld artikel 124, 4°, enkel het gebruik uitsluit van de kennis van het bestaan de e-mail zoals bedoeld in hetzelfde artikel 124, 1°, en niet het gebruik van de inhoud van een e-mail uitsluit (schending van artikel 124 van de aangehaalde wet van 13 juni 2005, inzonderheid het 1ste en 4de) Tweede onderdeel Volgens artikel 125, 1°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie zijn de bepalingen van artikel 124 van dezelfde wet niet van toepassing wanneer de wet het stellen van bedoelde handelingen toestaat of oplegt. Artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek laat toe zijn eigendom te beschermen na de ontvreemding ervan. De eiseres in haar synthese-beroepsconclusies voerde aan: "De stukken 6 en 7 bevatten (...) geen eigen informatie van Dhr. V. aan derden, doch is louter het zichzelf doormailen van computerbestanden die eigendom zijn van (de eiseres)". Hieruit volgt dat het bestreden arrest niet naar genoegen van recht gemotiveerd is doordat de appelrechters niet hebben geantwoord op de aanvoering dat eiseres zich verweerde tegen de ontvreemding van haar eigendom (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet), minstens onwettig de stukken 5, 6 en 7 van het bundel van de eiseres uit het debat weert op grond van de bepalingen van artikel 124 van de voormelde wet van 13 juni 2005, die evenwel niet van toepassing zijn nu de wet met artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek toelaat van het bestaan van die e-mails kennis te nemen (Schending van de artikelen 124 en 125 van de aangehaalde wet van 13 juni 2005 en artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Krachtens het te dezen toepasselijk artikel 1488 van het Gerechtelijk Wetboek, houdt de beschikking van de beslagrechter, verleend overeenkomstig artikel 1481 van dit wetboek, van rechtswege op gevolg te hebben, indien binnen een maand na de verzending van het deskundig verslag, de beschrijving niet wordt gevolgd door een dagvaarding ten gronde. De verzoeker kan van de inhoud van het deskundig verslag geen gebruik maken of het openbaar maken. 2. Deze bepaling houdt onder meer in dat het verslag niet kan worden ingeroepen tegen een derde, geen partij in de beslagprocedure inzake namaak, aan wie, op grond van het verslag, namaak wordt verweten, in geval die derde niet binnen de maand na de verzending van het deskundig verslag voor de rechtbank betreffende de zaak zelf wordt gedagvaard. 3. Het middel dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel 4. Krachtens artikel 124, 1° en 4°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie mag niemand, indien hij daartoe geen toestemming heeft gekregen van alle andere, direct of indirect betrokken personen, met opzet kennis nemen van het bestaan van informatie van alle aard die via elektronische weg is verstuurd en die niet persoonlijk voor hem is bestemd, noch van de informatie die met of zonder opzet werd verkregen, enig gebruik maken. Bovengenoemd artikel sluit dus onder meer de opzettelijke kennisname van het bestaan van een e-mail uit, alsook het gebruik van die kennis of van de informatie die zodoende met of zonder opzet werd verkregen, door wie niet vooraf de nodige toestemmingen heeft gekregen. 5. Wie kennis neemt van de inhoud van een e-mail, kan dit niet doen zonder tegelijk kennis te nemen van het bestaan ervan. Kennisname en gebruik van de inhoud van een e-mail zijn gebonden aan de kennisname en gebruik van het bestaan van deze e-mail. 6. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat artikel 124, 1° en 4°, van de wet van 13 juni 2005 enkel slaat op externe elementen en niet kan slaan op het bericht in zijn geheel met inbegrip van de inhoud, faalt naar recht. Tweede onderdeel 7. De appelrechters stellen vast dat de in het onderdeel bedoelde mails dateren van na de beëindiging van de consultancyopdracht van de heer V. en dat de eerste rechter hieruit besloot dat de mails informatie bevatten die de heer V. ontvreemdde en waarop hij geen recht had. 8. Door te overwegen dat de vraag naar het rechtmatig gebruik van de mails niet kan afhankelijk gesteld worden van de inhoud ervan, evenmin als van het tijdstip ervan, en door hiermee het oordeel van de eerste rechter te hervormen, in die zin dat de mails, ongeacht hun inhoud, worden geweerd, beantwoorden en verwerpen de appelrechters het middel waarbij de eiseres wijst op de inhoud van de mail, m.n. op het feit dat deze inhoud eigendom zou zijn van de eiseres en zodoende de toepassing van artikel 125 van de wet van 13 juni 2005 zou uitsluiten. 9. Verder gaat het onderdeel ervan uit dat werd vastgesteld dat de in het onderdeel vermelde mails bestanden bevatten die eigendom waren van de eiseres. Het bestreden arrest stelt dit niet vast. 10. Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 772,21 euro jegens de eisende partij en op de som van 240,39 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 1 oktober 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2014:ARR.20140325.14 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190520.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231212.2N.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div