← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.5 Rolnummer: D.08.0025.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-10-20 Raadplegingen: 226 - laatst gezien 2026-07-02 21:58 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 In een procedure tot wraking die in het kader van een tuchtzaak volgens de regels van de artikelen 828 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek moet verlopen, kunnen niet als partij worden beschouwd de organen die over de tuchtzaak moeten oordelen of die over de zaak krachtens de wet een advies moeten uitbrengen; dit geldt onder meer voor de rechtskundig assessor die, in het wrakingincident ingesteld door de beroepsbeoefenaar, voor de kamer van beroep (zoals deze van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten) wordt gehoord in zijn advies; het feit dat de rechtskundig assessor hoger beroep kan instellen staat hieraan niet in de weg. Thesaurus CAS: BEROEPSVERENIGINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Wrakingsprocedure - Tuchtorganen - Hoedanigheid - Rechtskundig assessor - Advies - Hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828 Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 59 en 66 Thesaurus CAS: ACCOUNTANT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Wrakingsprocedure - Tuchtorganen - Hoedanigheid - Rechtskundig assessor - Advies - Hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828 Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 59 en 66 Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Wrakingsprocedure - Tuchtorganen - Hoedanigheid - Rechtskundig assessor - Advies - Hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828 Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 59 en 66 Fiches 4 - 6 De akte van de wraking van een lid van een uitvoerende kamer van een beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen, zoals het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten, kan, bij gebrek aan specifieke griffie-organisatie, in de lokalen van het instituut worden neergelegd, weze dit op de zitting. Thesaurus CAS: BEROEPSVERENIGINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Uitvoerende kamer - Lid - Wraking - Akte - Griffie - Afwezigheid - Neerlegging ter zitting - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 833 en 835 Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 63, 65 en 66 Thesaurus CAS: ACCOUNTANT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Uitvoerende kamer - Lid - Wraking - Akte - Griffie - Afwezigheid - Neerlegging ter zitting - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 833 en 835 Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 63, 65 en 66 Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Uitvoerende kamer - Lid - Wraking - Akte - Griffie - Afwezigheid - Neerlegging ter zitting - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 833 en 835 Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 63, 65 en 66 Fiche 7 De omstandigheid dat de klagende partij die over de rechtspleging wordt ingelicht gehoord wordt door de rechter die over de wrakingvordering moet oordelen en eveneens een conclusie neerlegt, heeft niet de nietigheid van de procedure tot gevolg. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Accountant en belastingconsulent BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht Vrije woorden: Klager gehoord - Conclusie neergelegd Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838 Tekst van de beslissing Nr. D.08.0025.N

  1. BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN, vertegenwoordigd door de Nationale Raad, voor wie optreedt de voorzitter, met zetel te 1000 Brussel, Legrandlaan 45,
  2. VOORZITTER VAN DE NATIONALE RAAD VAN HET BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN, vertegenwoordigd door Roland Smets, met kantoor te 1000 Brussel, Legrandlaan 45,
  3. RECHTSKUNDIGE ASSESSOR BIJ HET BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN, vertegenwoordigd door Peter Defreyne, met kantoor te 1000 Brussel, Legrandlaan 45, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen P.P., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing, op 12 november 2008 gewezen door de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten met het Nederlands als voertaal. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift vier middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. Een valsheidsvordering is door de eisers voor het Hof ingediend, die aan dit arrest wordt gehecht en er deel van uitmaakt. III. BESLISSING VAN HET HOF A. Voeging De valsheidsvordering die ondergeschikt wordt ingesteld aan het cassatieberoep wordt gevoegd bij dat cassatieberoep. B. Cassatieberoep Eerste middel
  4. De nederlandstalige kamer van beroep oordeelt in de bestreden beslissing over een verzoek tot wraking neergelegd tegen R. Micholt en M.Van de Putte, voorzitter en lid van de nederlandstalige uitvoerende kamer.
  5. Krachtens artikel 66 van het koninklijk besluit van 27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende intellectuele beroepen zijn opgericht, verloopt de beoordeling van een wrakingsverzoek tegen een lid van de uitvoerende kamer volgens de procedure bepaald in artikel 838 van het Gerechtelijk Wetboek.
  6. In een procedure tot wraking die in het kader van een tuchtzaak volgens de regels van de artikelen 838 en volgende moet verlopen, kunnen niet als een partij worden beschouwd de organen die over de tuchtzaak moeten oordelen of die over de zaak krachtens de wet een advies moeten uitbrengen. Dit geldt onder meer voor de rechtskundig assessor die, in het wrakingsincident ingesteld door de beroepsbeoefenaar, voor de kamer van beroep wordt gehoord in zijn advies. Het feit dat de rechtskundig assessor hoger beroep kan instellen staat hieraan niet in de weg.
  7. Krachtens artikel 59 van voormeld koninklijk besluit, worden de beslissingen met redenen omkleed en vermelden de identiteit van de partijen.
  8. Het middel gaat ervan uit dat de rechtskundig assessor als een partij moet worden beschouwd in het wrakingsincident gevoerd door een beroepsbeoefenaar tegen twee leden van de uitvoerende kamer. Het middel faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
  9. Het onderdeel voert niet aan dat de wrakingsakte slechts na aanvang van de pleidooien voor de uitvoerende kamer werd neergelegd. De rechters stellen vast dat: - de vordering tot wraking op 21 augustus 2008 op de zetel van het BIBF werd neergelegd; - de rechtskundig assessor stelt dat niet voldaan is aan het vereiste van de neerlegging ter griffie. Zij oordelen dat: - overeenkomstig artikel 63 van het koninklijk besluit van 27 november 1985 de uitvoerende kamers zitting houden in de lokalen van het instituut; - aangenomen mag worden dat de griffie van deze kamers ook in de lokalen van het instituut kan zijn; - uit geen enkel element van het dossier blijkt dat het verzoek tot wraking werd neergelegd buiten de lokalen van het instituut en dus op een andere plaats dan de griffie; - de vordering ontvankelijk is. Aldus geven zij te kennen dat, bij gebrek aan specifieke griffie-organisatie binnen het instituut, de wrakingsakte rechtsgeldig in de lokalen van het instituut kan worden neergelegd, weze dit op de zitting, en verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. Tweede onderdeel
  10. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eisers voor de rechters enig feit hebben aangevoerd dat verband houdt met de concrete organisatie van het secretariaat zodat de akte op dit secretariaat kan worden neergelegd. Het onderdeel verplicht het Hof ertoe feitelijke gegevens te onderzoeken, waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Derde middel
  11. De eisers verwijten aan de kamer van beroep te hebben beslist dat er geen reden was om de klagende partij niet te horen bij de wrakingsprocedure en er evenmin een reden is om de door de klager neergelegde memorie uit het debat te weren.
  12. De omstandigheid dat de klagende partij die over de rechtspleging wordt ingelicht gehoord wordt door de rechter die over de wrakingsvordering moet oordelen en eveneens een conclusie voor die rechter neerlegt, heeft niet de nietigheid van de procedure tot gevolg, zodat het middel, bij gebrek aan aangevoerde belangenschade, niet kan worden aangenomen. Vierde middel
  13. De uitvoerende kamer besliste op 2 februari 2006 de verweerder in te schrijven op het tableau van erkende boekhouders op de volgende gronden: - betrokkene behaalde een voldoende score en beschikt over het vereiste diploma; - de kamer stelt echter vast dat het evaluatieformulier dat de stagemeester dient in te vullen blanco werd overgemaakt aan het instituut en dat de stagemeester bij het punt ‘algemene evaluatie' heeft ingevuld dat hij de samenwerking met de stagiair verbroken heeft "daar hij niet meer op ons kantoor werkt en zelfs cliënteel afgeworven heeft zonder enige afspraak, akkoord of vergoeding hetgeen dus neerkomt op diefstal van cliënteel"; - het instituut heeft voor de ontvangst van dit evaluatieformulier geen melding gekregen dat de stagemeester de stageovereenkomst zou hebben verbroken of dat de samenwerking tussen de stagemeester en de stagiair verstoord zou zijn; ter zitting wordt toegelicht dat de stageovereenkomst bij aangetekend schrijven van 19 april 2005 met onmiddellijke ingang werd stopgezet door de stagemeester; - op 21 april 2005 heeft de stagemeester dan een verklaring ondertekend dat het aangetekend schrijven van 19 april 2005 als nietig mag worden beschouwd en dat de stageovereenkomst wordt verdergezet; - op 6 november 2005 heeft de stagemeester dan opnieuw een aangetekend schrijven gericht aan de stagiair waarin hij met onmiddellijke ingang de stageovereenkomst stopzet; - de reden waarom de stageovereenkomst werd stopgezet is volgens de stagemeester dat de stagiair cliënteel zou hebben overgenomen van hem en van zijn kantoor zonder dat daarover enige afspraak is gemaakt; - de partij die de opzeg van de stageovereenkomst doet overeenkomstig de bepalingen van het stagereglement dient deze stopzetting onmiddellijk te melden aan het instituut; daarenboven kan de onmiddellijke stopzetting van de stageovereenkomst slechts geschieden om een gegronde reden die door de kamer wordt beoordeeld nadat de partijen gehoord of minstens behoorlijk opgeroepen werden; - aangezien de kamer er niet van op de hoogte werd gebracht dat de stageovereenkomst werd stopgezet kan zij hier bijgevolg geen rekening mee houden; bijgevolg beschouwt de kamer de stageovereenkomst niet als stopgezet op het moment dat de stagiair geslaagd was voor het praktisch bekwaamheidsexamen.
  14. In zoverre het middel miskenning van bewijskracht van de beslissing van 2 februari 2006 aanvoert louter aan de hand van de laatst aangehaalde grond, is het gesteund op een onvolledige lezing van deze beslissing. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  15. Voor het overige oordelen de rechters dat uit de neergelegde stukken duidelijk blijkt dat de nederlandstalige uitvoerende kamer bij de behandeling en uitspraak op 2 februari 2005 niet alleen kennis heeft genomen van het bestaan van een geschil tussen huidige beklaagde en huidige klager doch ook van de inhoud ervan zoals blijkt uit volgende zinsnede: "de reden waarom de stageovereenkomst wordt stopgezet is volgens de stagemeester dat de stagiair cliënteel zou hebben overgenomen van hem en van zijn kantoor zonder dat daarover enige afspraak is gemaakt". Zij verantwoorden aldus hun beslissing dat de betrokken personen die thans in de tuchtprocedure over dezelfde feiten dienen te oordelen, reeds kennis hebben genomen van het geschil, naar recht, zonder dat zij alle gegevens dienen te vermelden waarop zij hun beslissing laten steunen, bij gebrek aan daartoe strekkende conclusie. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. C. Valsheidsvordering
  16. De eisers voeren de valsheid aan van de beslissing van 12 november 2008 in zoverre de kamer van beroep beslist heeft dat de wrakingsakte niet op de zitting werd ingediend. Uit het antwoord op het tweede middel blijkt dat de aangevoerde valsheid geen weerslag heeft op de beoordeling ervan. De valsheidsvordering is zonder belang en dienvolgens niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de valsheidsvordering. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 810,69 euro jegens de eisende partijen en op de som van 212,41 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 1 oktober 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110211.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.