id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.9 Rolnummer: C.08.0184.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-10-20 Raadplegingen: 251 - laatst gezien 2026-07-02 22:00 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het verbod om bloedverwanten in nederdalende lijn te horen in zaken waarin hun bloedverwanten in opgaande lijn tegengestelde belangen hebben steunt op de overweging dat het niet past dat bloedverwanten in nederdalende lijn stelling nemen in conflicten tussen hun ouders; dit verbod moet begrepen worden in die zin dat geen enkele verklaring van de bloedverwanten in nederdalende lijn, ongeacht de vorm waarin ze is verkregen, tijdens een geding tussen hun ouders, in rechte mag worden overgelegd, behalve de verklaringen betreffende feiten waarvan ze persoonlijk het slachtoffer zouden zijn geweest
(1).
(1)Cass., 27 april 1984, AR 4320, A.C., 1983-84, nr.
- Dat precedent, zoals Cass., 27 sept. 1974, A.C., 1975, 127 en Cass., 11 okt. 1979, A.C., 1979-80, nr. 105, waarnaar het verwijst, heeft betrekking op een echtscheidingsprocedure. Dit is thans ook het geval maar blijkt niet expliciet uit het arrest, waaraan het verzoekschrift slechts gehecht is. Het verantwoordt de publicatie ook onder het trefwoord "Echtscheiding". Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE - Echtscheiding op grond van bepaalde feiten UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Getuigen Vrije woorden: Bewijs - Getuigen - Bloedverwanten in de nederdalende lijn - Verbod - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 931, tweede lid Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Getuigen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Getuigen Vrije woorden: Echtscheidingsprocedure - Echtscheiding op grond van bepaalde feiten - Bloedverwanten in de nederdalende lijn - Verbod - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 931, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. C.08.0184.N B. R., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen D. G., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 5 maart 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Artikel 931, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat bloedverwanten in nederdalende lijn niet mogen worden gehoord in zaken waarin hun bloedverwanten in opgaande lijn tegengestelde belangen hebben. Deze wetsbepaling steunt op de overweging dat het niet past dat bloedverwanten in nederdalende lijn stelling nemen in conflicten tussen hun ouders. Dit verbod moet begrepen worden in die zin dat geen enkele verklaring van de bloedverwanten in nederdalende lijn, ongeacht de vorm waarin ze is verkregen, tijdens een geding tussen hun ouders, in rechte mag worden overgelegd, behalve de verklaringen betreffende feiten waarvan ze persoonlijk het slachtoffer zouden zijn geweest.
- De appelrechters gronden hun beslissing dat voormeld artikel geen toepassing vindt op de volgende vaststellingen en redenen: - de eiseres steunt zich op het volledig strafdossier dat door de verweerder lastens haar werd uitgelokt; - voor zover het overgelegde volledige strafdossier ten laste van de eiseres ook de verklaringen van de 3 kinderen bevat, die gehoord zijn in verband met de niet correcte uitoefening van het bezoekrecht stelt zich geen enkel probleem; - anders zou het zijn, mochten de kinderen gehoord zijn of verklaringen hebben afgelegd over andere feiten die partijen elkaar verwijten, maar die de kinderen niet betreffen. Door aldus te oordelen geven de appelrechters te kennen dat de verklaringen van de kinderen enkel slaan op feiten die hen betreffen. Zodoende verantwoorden zij hun beslissing naar recht.
- Het middel is voor het overige afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 931, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel gaat volledig ervan uit dat de appelrechters aan de geciteerde beoordeling door de kortgedingrechter verbindende kracht en meteen gezag van gewijsde toekennen bij hun beoordeling ten gronde.
- De appelrechters verwerpen het verweer van de eiseres op grond van: - het door de eiseres uit de weg gaan van de vaststellingen voor de kort gedingrechter die uitdrukkelijk en uitgebreid geciteerd worden in het arrest ten gronde; - het feit dat deze vaststellingen niet ontkracht worden door de "nu overgelegde" verklaringen van de kinderen in de strafprocedure; - het seponeren van de strafklacht niets afdoet aan de "juridische waarheid" zoals vastgesteld in het kortgedingarrest; - deze beslissing definitief is; - de houding van de eiseres ook blijkt uit haar conclusie.
- Door aldus te oordelen geven de appelrechters niet aan als bodemrechters gebonden te zijn door de kortgedingbeslissing maar geven zij te kennen dat zij de toenmalige en voorlopige beoordeling door de kortgedingrechter ten gronde bijtreden en overnemen en ook naderhand in andere vaststellingen bevestigd zien. Het middel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 721,38 euro jegens de eisende partij en op de som van 104,36 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 1 oktober 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div