id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091022.1 Rolnummer: D.09.0018.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-10-23 Raadplegingen: 459 - laatst gezien 2026-07-02 21:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche Omdat een in het belang van de dienst genomen ordemaatregel van schorsing van een rechter uit zijn ambt, ingeval hij wegens een misdaad of een wanbedrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, een uitzonderlijk karakter vertoont en de wetgever de bevoegde overheid heeft willen verplichten de toestand van maand tot maand opnieuw te evalueren, moet de betrokkene, tot waarborg van het recht van verdediging, worden gehoord telkens wanneer een verlenging van de schorsing wordt overwogen en dient de oproeping hiertoe de redenen te vermelden die aanleiding geven tot de maatregel tot verlenging. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Ordemaatregel - Schorsing - Verlenging - Voorafgaand verhoor - Oproeping - Redenen - Verplichting Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1, en 423, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. D.09.0018.N X, eiseres in hoger beroep, die verschijnt, ter rechtszitting bijgestaan door mr. André De Becker, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Boomstraat 14, bus 4 I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het hoger beroep is gericht tegen de op 24 september 2009 door de dienstdoend eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel genomen beschikking. Op verzoek van de eiseres geschiedt de behandeling achter gesloten deuren. Advocaat-generaal Guy Dubrulle wordt gehoord. De eiseres en haar raadsman worden gehoord. Er wordt enkel gebruik gemaakt van het Nederlands. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De eiseres voert aan dat de bestreden beschikking nietig is, doordat: - zij inzake de verlenging van de maatregel niet vooraf werd gehoord; - dit verhoor zich des te meer opdrong daar geen loutere verlenging van de maatregel werd gelast, maar de inhouding van 20 pct. van de brutowedde werd bevolen wat een nieuwe maatregel uitmaakt; - de verlenging van de maatregel werd genomen door dienstdoend eerste voorzitter J. van der Eecken, terwijl de aanvankelijke maatregel werd beslist door waarnemend eerste voorzitter Ch. Ph. Vermylen, zodat eerstvermelde haar nooit heeft gehoord; - de motivering niet beantwoordt aan de motiveringsvereiste.
- Krachtens artikel 406, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de betrokkene, ingeval hij wordt vervolgd wegens een misdaad of een wanbedrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, op grond van een ordemaatregel uit zijn ambt worden geschorst voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen. Krachtens artikel 406, § 1, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, spreekt de tuchtoverheid bevoegd om een lichte straf op te leggen de ordemaatregel uit voor de duur van een maand, kan de maatregel vervolgens van maand tot maand worden verlengd tot de eindbeslissing en kan de maatregel een inhouding van 20pct. van de brutowedde inhouden. Krachtens artikel 406, § 1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan geen ordemaatregel worden genomen zonder dat de betrokkene voorafgaandelijk is gehoord overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 423 van het Gerechtelijk Wetboek. Krachtens artikel 406, §1, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan bij uiterst dringende noodzakelijkheid of bij betrapping op heterdaad een voorlopige maatregel worden genomen zonder voorafgaand verhoor van de betrokkene, wordt de betrokkene na het toepassen van de voorlopige ordemaatregel onverwijld gehoord en vervalt de maatregel na tien dagen, tenzij de overheid die de maatregel genomen heeft, hem binnen deze termijn heeft bekrachtigd.
- Krachtens artikel 423, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek moet de betrokkene opgeroepen worden bij aangetekende brief waarin onder meer de reden van de oproeping en de ten laste gelegde feiten vermeld zijn.
- De voormelde wetsbepalingen onderstrepen dat deze maatregelen, in het belang van de dienst genomen, een uitzonderlijk karakter vertonen en dat de wetgever de bevoegde overheid heeft willen verplichten de toestand van maand tot maand opnieuw te evalueren. Het recht van verdediging wordt hierbij gewaarborgd door voor elke maatregel een voorafgaandelijk verhoor, na oproeping overeenkomstig artikel 423 van het Gerechtelijk Wetboek, verplicht te stellen, benevens de mogelijkheid tot beroep, zoals bepaald in artikel 415, §13, van het Gerechtelijk Wetboek.
- Hieruit volgt dat de betrokkene moet worden gehoord telkens wanneer een verlenging van de schorsing wordt overwogen en dat de oproeping hiertoe de gegevens dient te vermelden die aanleiding geven tot de maatregel tot verlenging.
- Te dezen blijkt niet dat de eiseres in hoger beroep met het oog op de verlenging van de schorsing door de bevoegde overheid werd opgeroepen en gehoord overeenkomstig de voormelde artikelen 406 en 423 van het Gerechtelijk Wetboek.
- De bestreden maatregel werd dienvolgens niet regelmatig genomen en dient mitsdien nietig te worden verklaard.
- Bij gebrek aan oproeping overeenkomstig artikel 423 van het Gerechtelijk Wetboek, waarin de in randnummer 5 bedoelde gegevens zijn vermeld, kan het Hof niet oordelen over de verlenging van de schorsing. Dictum Het Hof, Zitting houdende in hoger beroep; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond; Vernietigt de bestreden beschikking van 24 september 2009; Laat de kosten ten laste van de Staat. Begroot de kosten op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 22 oktober 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091022.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130628.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div