id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.2 Rolnummer: P.09.0778.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-11-02 Raadplegingen: 589 - laatst gezien 2026-07-02 21:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche De overtreding van de meldingsplicht bedoeld in artikel 67terWegverkeerswet is niet afhankelijk van het voorafgaande bewijs dat er een overtreding op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten is begaan
(1).
(1)Zie Cass., 14 nov. 2007, AR P.07.1064.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071114.8, A.C., 2007, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Vermoeden bestuurder - art. 67bis-ter Vrije woorden: Overtreding van de verplichting de identiteit van de bestuurder mee te delen Tekst van de beslissing Nr. P.09.0778.N R. L. R. D. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan De Buck, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 2 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel in dubio pro reo dit in samenhang met schending van artikel 67ter Wegverkeerswet en artikel 6 EVRM: daar de overtreding niet is bewezen, is de eiser niet verplicht de identiteit van de bestuurder die de overtreding zou begaan hebben, mee te delen.
- Anders dan waarvan het middel uitgaat, is de overtreding van de meldingsplicht bedoeld in artikel 67ter Wegverkeerswet niet afhankelijk van het voorafgaande bewijs dat er een overtreding is begaan. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 14 IVBPR: de appelrechters hebben hun persoonlijke afkeer tegen de eiser laten prevaleren op de feiten; dat de appelrechters niet nagaan of de fout van de rechtspersoon zwaarder is dan die van de eiser, bewijst het gebrek aan objectiviteit van de appelrechters; de eiser is niet verwittigd dat zijn verklaringen tegen hem kunnen worden gebruikt.
- De redenen die het middel bekritiseert, bewijzen niet dat de appelrechters vooringenomen zouden geweest zijn.
- De appelrechters oordelen dat de eiser de fout wetens en willens heeft begaan. Daardoor moesten ze niet meer onderzoeken of de rechtspersoon dan wel de eiser de zwaarste fout heeft begaan. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige is het middel niet gericht tegen het bestreden vonnis of vraagt het onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5 Strafwetboek in samenhang met artikel 67ter Wegverkeerswet: de appelrechters hadden de rechtspersoon moeten veroordelen; zij veroordelen de eiser "op basis van veel te subjectieve persoonlijke overwegingen".
- De redenen die het middel bekritiseert, bewijzen niet dat de appelrechters vooringenomen zouden geweest zijn.
- De appelrechters oordelen dat de eiser de fout wetens en willens heeft begaan. Daardoor moesten ze niet meer onderzoeken of de rechtspersoon dan wel de eiser de zwaarste fout heeft begaan. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 27 oktober 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071114.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180306.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.9 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250129.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div