← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091029.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091029.11 Rolnummer: C.08.0608.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2009-11-20 Raadplegingen: 485 - laatst gezien 2026-07-02 21:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit de bepalingen van de artikelen 170, § 4, en 173 van de Grondwet volgt dat een door de gemeente opgelegde heffing die niet als een retributie kan worden beschouwd, als een belasting moet worden aangemerkt en dus ook overeenkomstig de vormen bepaald voor de invorderingen van belastingen moet geïnd worden; uit die bepalingen volgt daarentegen niet dat de door de gemeente opgelegde heffing die als retributie kan worden beschouwd, moet worden geïnd overeenkomstig de vormen bepaald voor de invordering van belastingen. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 173 UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: Gemeente - Heffing die (niet) als retributie kan worden beschouwd - Aard - Invordering Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 170, § 4, en 173 Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: Heffing die (niet) als retributie kan worden beschouwd - Aard - Invordering Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 170, § 4, en 173 Thesaurus CAS: RETRIBUTIE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: Gemeente - Heffing die (niet) als retributie kan worden beschouwd - Aard - Invordering Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 170, § 4, en 173 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0608.N STAD GENT, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met zetel te 9000 Gent, Botermarkt 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen L. R., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 10 december 2007 in laatste aanleg gewezen door de Vrederechter van het eerste kanton te Gent. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Vierde onderdeel

  1. Voor de feitenrechter werd niet betwist dat de heffing waarvan betaling werd gevorderd, in overeenstemming met wat de eiseres voorhield, een retributie is.
  2. Artikel 170, §4, van de Grondwet bepaalt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad. Overeenkomstig artikel 173 van de Grondwet kan, behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
  3. Uit deze bepalingen volgt dat een door de gemeente opgelegde heffing die niet als een retributie kan worden beschouwd, als een belasting moet worden aangemerkt en dus ook overeenkomstig de vormen bepaald voor de invorderingen van belastingen moet geïnd worden. Uit die bepalingen volgt daarentegen niet dat de door de gemeente opgelegde heffing die als een retributie kan worden beschouwd, moet worden geïnd overeenkomstig de vormen bepaald voor de invordering van belastingen.
  4. Het bestreden vonnis beslist dat de retributie waarvan betaling wordt gevraagd alleen kan worden gevorderd op de wijze waarop belastingen worden ingevorderd, meer bepaald door inkohiering overeenkomstig artikel 3 van de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van provincie- en gemeentebelastingen. Door aldus te oordelen, schendt het bestreden vonnis de in het onderdeel aangewezen wettelijke bepalingen. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het Vredegerecht te Gent, tweede kanton. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 29 oktober 2009 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091029.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130222.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.