id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091105.2 Rolnummer: C.08.0520.N-C.09.0040.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-11-24 Raadplegingen: 739 - laatst gezien 2026-07-02 21:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De Wet Betalingachterstand, die beoogt de achterstand tegen te gaan van contractuele betalingsverplichtingen die strekken tot vergoeding voor geleverde goederen en diensten, is van toepassing op alle betalingen tot vergoeding van handelstransacties, doch is niet van toepassing op betalingsverplichtingen die strekken tot vergoeding van schade wegens de ontbinding of beëindiging van overeenkomsten die dergelijke transacties tot voorwerp hebben. Thesaurus CAS: BETALING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Vereiste vermeldingen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Interest - Moratoir HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Interesten - Moratoire interesten - Wet betalingsachterstand - Doel - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Wet - 02-08-2002 - Artt. 2.1 en 3 Thesaurus CAS: INTERESTEN - MORATOIRE INTERESTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Vereiste vermeldingen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Interest - Moratoir HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Wet betalingsachterstand - Doel - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Wet - 02-08-2002 - Artt. 2.1 en 3 Fiche 3 De uitwinningsvergoeding waarop de handelsagent recht heeft na de beëindiging van de overeenkomst wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren, strekt ertoe het verlies van cliënteel te compenseren en heeft derhalve een vergoedend karakter. Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Vereiste vermeldingen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Interest - Moratoir HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Einde - Uitwinningsvergoeding - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 13-04-1995 - Art. 20 Fiche 4 Bij de beoordeling van de omvang van de uitwinningsvergoeding waarop de handelsagent recht heeft na de beëindiging van de overeenkomst wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren, mag de rechter rekening houden met alle omstandigheden waarover hij op het ogenblik van zijn uitspraak beschikt; hij mag ook rekening houden met de feiten en omstandigheden die de bestendigheid van de relatie tussen de principaal en het cliënteel beïnvloeden, voorzover die niet toerekenbaar zijn aan de principaal
(1).
(1)Zie Cass., 15 mei 2008, AR C.07.0320.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080515.7, A.C., 2008, nr 298; R.W., 2008-09, 1684, noot K. WAGNER. Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Vereiste vermeldingen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Interest - Moratoir HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Einde - Uitwinningsvergoeding - Beoordeling - Opdracht van de rechter - Relevante omstandigheden Wettelijke bepalingen: Wet - 13-04-1995 - Art. 20 Tekst van de beslissing I. Nr. C.08.0520.N
- ARGENTA SPAARBANK, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Belgiëlei 49-53,
- ARGENTA ASSURANTIES, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Belgiëlei 49-53, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweersters woonplaats kiezen, tegen M. D., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest. II. Nr. C.09.0040.N M. D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- ARGENTA SPAARBANK, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Belgiëlei 49-53,
- ARGENTA ASSURANTIES, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Belgiëlei 49-53, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep in beide zaken is gericht tegen een arrest, op 7 april 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN Zaak C.08.0520.N De eiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. Zaak C.09.0040.N De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
- De twee cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. Zaak C.08.0520.N Ontvankelijkheid
- De verweerder D.M. werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel kan niet tot cassatie leiden omdat de artikelen 4 en 5 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (hierna: Wet Betalingsachterstand) niet als geschonden werden aangewezen.
- De door de eiseressen aangevochten beslissing betreft de toepassing van de Wet Betalingsachterstand op de gevorderde interest op de krachtens artikel 20 Handelsagentuurwet verschuldigde uitwinningsvergoeding.
- De grief verwijt het arrest dat het de begrippen handelstransactie en uitwinningsvergoeding miskent en voert daarvoor de bepalingen aan die in de Handelsagentuurwet voorkomen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Middel
- Luidens artikel 3 van de Wet Betalingsachterstand is deze wet van toepassing op alle betalingen tot vergoeding van handelstransacties. In artikel 2.1 van dezelfde wet wordt het begrip "handelstransactie" omschreven als een transactie tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en aanbestedende overheden of aanbestedende diensten die leidt tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding. Deze wet beoogt de achterstand tegen te gaan van contractuele betalingsverplichtingen die strekken tot vergoeding voor geleverde goederen en diensten. De bepalingen ervan zijn derhalve niet van toepassing op betalingsverplichtingen die strekken tot vergoeding van schade wegens de ontbinding of de beëindiging van overeenkomsten die dergelijke transacties tot voorwerp hebben.
- Krachtens artikel 20, eerste lid, Handelsagentuurwet heeft de handelsagent na de beëindiging van de overeenkomst recht op een uitwinningsvergoeding wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren. Artikel 21 van deze wet bepaalt dat in geval de handelsagent recht heeft op de uitwinningsvergoeding en het bedrag van deze vergoeding de werkelijk geleden schade niet volledig vergoedt, de handelsagent, mits hij de werkelijke omvang van de beweerde schade bewijst, boven deze vergoeding schadeloosstelling kan verkrijgen ten belope van het verschil tussen het bedrag van de werkelijk geleden schade en het bedrag van die vergoeding. De in deze artikelen bedoelde uitwinningsvergoeding strekt ertoe het verlies van cliënteel te compenseren en heeft derhalve een vergoedend karakter. De uitwinningsvergoeding, wettelijk verschuldigd aan de handelsagent na de beëindiging van de agentuurovereenkomst, is derhalve niet onderworpen aan de dwingende bepalingen van de Wet Betalingsachterstand.
- De appelrechters veroordelen de eiseressen tot de betaling van een uitwinningsvergoeding wegens de beëindiging van het agentschap van de verweerder tot beloop van 204.398,93 euro te vermeerderen met de wettelijke interest op grond van de Wet Betalingsachterstand vanaf 31 maart
- Door te oordelen dat de Wet Betalingsachterstand toepasselijk is op de uitwinningsvergoeding van de handelsagent, schendt het arrest de in het middel aangewezen wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Zaak C.09.0040.N Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 20, eerste lid, Handelsagentuurwet heeft de handelsagent na de beëindiging van de overeenkomst recht op een uitwinningsvergoeding wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren. Het bedrag van deze uitwinning wordt bepaald rekening houdend met zowel de gerealiseerde uitbreiding van de zaken als met de aanbreng van klanten (artikel 20, derde lid). De uitwinningsvergoeding mag niet meer bedragen dan het bedrag van een jaar vergoeding berekend op basis van het gemiddelde van de vijf voorafgaande jaren op basis van de gemiddelde vergoeding in de voorafgaande jaren indien de overeenkomst minder dan vijf jaar heeft geduurd (artikel 20, vierde lid).
- Bij de beoordeling van de omvang van deze vergoeding mag de rechter rekening houden met alle omstandigheden waarover hij op het ogenblik van zijn uitspraak beschikt. Hij mag ook rekening houden met de feiten en omstandigheden die de bestendigheid van de relatie tussen de principaal en het cliënteel beïnvloeden, voorzover die niet toerekenbaar zijn aan de principaal.
- De appelrechters stellen vast dat de principaal geconfronteerd werd "met een verloop van klanten ten gunste van de nieuwe principaal waarmee D.M. sedert 1 augustus 2005 scheep ging" en dat "de cijfermatige impact aan verlies van omzet niet precies bekend (is)". Op grond hiervan oordelen zij de aan D.M. toekomende vergoeding, in billijkheid, dient te worden beperkt "tot beloop van 11/12den van 222.980,65 euro".
- Door aldus te oordelen verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Anders dan het onderdeel aanvoert hebben de appelrechters het bedrag en de berekeningswijze van de uitwinningsvergoeding door de eiser niet aanvaard. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Gelet op de beslissing gewezen in de zaak C.08.0520.N vertoont het middel geen belang. Het middel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.08.0520.N en C.09.0040.N. Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over de interest op de uitwinningsvergoeding. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 5 november 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091105.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2014:ARR.20140131.4 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210910.1F.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080515.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div