← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091110.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091110.6 Rolnummer: P.09.1548.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-11-25 Raadplegingen: 199 - laatst gezien 2026-07-02 21:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 6 Het Europees aanhoudingsbevel vormt een autonome titel van vrijheidsberoving en artikel 12 van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat wanneer een persoon aangehouden wordt op grond van een Europees aanhoudingsbevel, het de uitvoerende rechterlijke autoriteit is die beslist of de betrokkene in hechtenis blijft overeenkomstig het recht van de uitvoerende Lidstaat en dat die persoon op elk tijdstip overeenkomstig het interne recht van de uitvoerende Lidstaat in voorlopige vrijheid kan worden gesteld; hieruit volgt dat de betrokken persoon, die in uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende Staat is aangehouden, zijn invrijheidstelling in de verzoekende Staat niet kan aanvragen en dat hij dat evenmin kan doen door in de verzoekende Staat een andere titel van vrijheidsberoving aan te vechten dan het Europees aanhoudingsbevel, ook al is dit ingevolge die andere titel uitgevaardigd

(1).
(1)Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: België als verzoekende Staat - Veroordeelde die in België het voorwerp uitmaakt van een bevel tot onmiddellijke aanhouding - Europees aanhoudingsbevel gesteund op het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Aanhouding in het buitenland op grond van het Europees aanhoudingsbevel - Autonome titel België als verzoekende Staat - Veroordeelde die in België het voorwerp uitmaakt van een bevel tot onmiddellijke aanhouding - Europees aanhoudingsbevel gesteund op het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Aanhouding in het buitenland op grond van het Europees aanhoudingsbevel - Handhaving of opheffing van de vrijheidsberoving - Artikel 12, Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel - Bevoegdheid van de uitvoerende rechterlijke macht België als verzoekende Staat - Veroordeelde die in België het voorwerp uitmaakt van een bevel tot onmiddellijke aanhouding - Europees aanhoudingsbevel gesteund op het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Aanhouding in het buitenland op grond van het Europees aanhoudingsbevel - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling voorgelegd aan de Belgische rechter - Verzoekschrift gericht tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Voortvluchtige veroordeelde - Aflevering van een Europees aanhoudingsbevel door de Belgische gerechtelijke autoriteiten - Europees aanhoudingsbevel gesteund op het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Aanhouding in het buitenland op grond van het Europees aanhoudingsbevel - Autonome titel Voortvluchtige veroordeelde - Aflevering van een Europees aanhoudingsbevel door de Belgische gerechtelijke autoriteiten - Europees aanhoudingsbevel gesteund op het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Aanhouding in het buitenland op grond van het Europees aanhoudingsbevel - Handhaving of opheffing van de vrijheidsberoving - Artikel 12, Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel - Bevoegdheid van de uitvoerende rechterlijke macht Voortvluchtige veroordeelde - Aflevering van een Europees aanhoudingsbevel door de Belgische gerechtelijke autoriteiten - Europees aanhoudingsbevel gesteund op het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Aanhouding in het buitenland op grond van het Europees aanhoudingsbevel - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling voorgelegd aan de Belgische rechter - Verzoekschrift gericht tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.09.1548.N FEDERALE PROCUREUR, eiser, tegen M. K. S. A. A. beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, verweerder, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Marijn Van Nooten, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 27 oktober
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. De verweerder voert de niet-ontvankelijkheid aan van het cassatieberoep: artikel 31 Voorlopige Hechteniswet laat het openbaar ministerie niet toe cassatieberoep in te stellen tegen een beslissing waarbij de voorlopige invrijheidstelling na onmiddellijke aanhouding wordt bevolen.
  3. Het onderzoek van het cassatieberoep betreft niet alleen de toepassing van de Voorlopige Hechteniswet, maar ook deze van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel).
  4. Het openbaar ministerie kan cassatieberoep instellen tegen beslissingen die betrekking hebben op de toepassing van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 12 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet: ten onrechte verklaart het arrest het verzoek van de verweerder ontvankelijk; de verweerder is immers door de Bulgaarse overheid aangehouden in uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en niet van de beslissing tot onmiddellijke aanhouding uitgesproken door het vonnis op verzet van 15 januari
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerder bij vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 15 januari 2009 tot straf is veroordeeld en dit vonnis de onmiddellijke aanhouding van de verweerder beveelt; - tegen dat vonnis hoger beroep is ingesteld dat nog steeds voor het hof van beroep te Brussel aanhangig is; - ingevolge het bevel tot onmiddellijke aanhouding, tegen de verweerder een Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd op verzoek van de Belgische rechterlijke overheid; - de verweerder in uitvoering van dat Europees aanhoudingsbevel in Bulgarije werd aangehouden.
  7. Het Europees aanhoudingsbevel vormt een autonome titel van vrijheidsberoving. Artikel 12 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat wanneer een persoon aangehouden wordt op grond van een Europees aanhoudingsbevel, het de uitvoerende rechterlijke autoriteit is die beslist of de betrokkene in hechtenis blijft overeenkomstig het recht van de uitvoerende Lidstaat en dat die persoon op elk tijdstip overeenkomstig het interne recht van de uitvoerende Lidstaat in voorlopige vrijheid kan worden gesteld.
  8. Hieruit volgt dat de betrokken persoon die in uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende staat is aangehouden, zijn invrijheidstelling in de verzoekende staat niet kan aanvragen. Hij kan dat evenmin doen door in de verzoekende Staat een andere titel van vrijheidsberoving aan te vechten dan het Europees aanhoudingsbevel, ook al is dit ingevolge die andere titel uitgevaardigd.
  9. Het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van de verweerder is ingediend in uitvoering van artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet en vecht het bevel tot onmiddellijke aanhouding uitgesproken door het vonnis op verzet van 15 januari 2009 aan.
  10. Het arrest oordeelt dat dit verzoek ontvankelijk is daar de verweerder in uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, gesteund op de onmiddellijke aanhouding bevolen door het vonnis van 15 januari 2009, in een gevangenis in Bulgarije, daadwerkelijk aangehouden is. Hierdoor verklaart het arrest in werkelijkheid dat het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling evenzeer op ontvankelijke wijze gericht is tegen de autonome titel die het Europees aanhoudingsbevel is en die uitgevoerd is in Bulgarije. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Tweede middel
  11. Het middel behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld. Begroot de kosten op 59,40 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 10 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091110.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.