id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091112.15 Rolnummer: F.08.0022.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2009-12-01 Raadplegingen: 593 - laatst gezien 2026-07-02 21:10 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091112.15 Fiche 1 De pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid, zijn in de regel belastbaar ongeacht of zij het gehele of gedeeltelijke herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten beogen; van deze principiële belastbaarheid wordt slechts afgeweken als de pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen, waarvan sprake in artikel 34, § 1, 1°, W.I.B. 1992 zijn toegekend ingeval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten en geen herstel uitmaken van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Belastbare inkomsten FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Uitkeringen tot herstel van een bestendige derving van beroepsinkomsten - Belastbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 23, 34, § 1 en 39, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Een vergoeding wegens blijvende ongeschiktheid uitgekeerd in het kader van een verzekering "gewaarborgd inkomen" waarvan de premies door de begunstigde als beroepskosten werden afgetrokken, zodat die vergoeding noodzakelijk op de beroepswerkzaamheid betrekking heeft, moet als een op grond van artikel 34, § 1, 1°, van het W.I.B. 1992 belastbaar pensioen worden aangemerkt
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Belastbare inkomsten FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Verzekering "gewaarborgd inkomen" - Vergoeding wegens blijvende ongeschiktheid - Belastbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 23, 34, § 1, 39, § 1 en 52, 10° - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Belastbare inkomsten FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Uitkeringen tot herstel van een bestendige derving van beroepsinkomsten - Belastbaarheid Verzekering "gewaarborgd inkomen" - Vergoeding wegens blijvende ongeschiktheid - Belastbaarheid Tekst van de beslissing Nr. F.08.0022.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van financiën, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, eiser, tegen
- S. S., en,
- G. C., verweerders, met als raadsman mr. Ann Verbist, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koning Albertlaan
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 april 2007 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 34, §1, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB92) zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1999 en 2000; - artikel 149 van de Grondwet. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest stelt vast dat vergoedingen of uitkeringen die een bestendige derving van inkomsten compenseren belastbaar zijn als pensioenen overeenkomstig artikel 34, §1, 1°bis, WIB92, dat door de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof het onmiskenbaar duidelijk werd dat de afwezigheid van een inkomstenderving het enige criterium is om vervangingsinkomsten belastbaar te stellen, dit zowel bij de arbeidsongevallenvergoedingen als bij de andere uitkeringen. Vervolgens stelt het bestreden arrest dat noch de aftrek van de verzekeringspremies, noch het feit dat de beroepsvereniging van oorspronkelijk de eiser de collectieve verzekeringspolis had afgesloten, aanleiding geeft tot de belastbaarheid van de uitkeringen voor zover er geen sprake is van enig inkomstenverlies, zij niet belastbaar zijn. Het bestreden arrest beslist bijgevolg dat dergelijke invaliditeitsuitkeringen niet belastbaar zijn omdat zij niet kunnen beschouwd worden als een vergoeding voor een derving van beroepsinkomsten, dat op dit punt het vonnis van de eerste rechter dient te worden hervormd. Middel De eiser in cassatie is van oordeel dat het bestreden arrest niet naar recht heeft verantwoord waarom artikel 34, §1, 1°, WIB92, dat een invaliditeitsuitkering belastbaar stelt van zodra zij rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid onafhankelijk van de vraag of de uitkering al dan niet een daadwerkelijk inkomstenverlies vergoedt, in casu geen toepassing vindt. Overeenkomstig 34, §1, 1°, WIB92, zijn belastbaar pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, ongeacht de schuldenaar, de verkrijger of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgesteld en toegekend, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid, zonder dat terzake een onderscheid moet worden gemaakt of zij al dan niet een daadwerkelijk verlies van beroepsinkomen vergoeden. Het bestreden arrest stelt ten onrechte dat artikel 34, §1, 1°bis, WIB92 van toepassing is en dat in tegenstelling tot vroeger uitkeringen zonder verlies van inkomen niet meer belastbaar zijn. Het bestreden arrest steunt hiervoor op het arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 december 1998 (99/99) en stelt ten onrechte dat door voormelde rechtspraak van het Grondwettelijk Hof onmiskenbaar duidelijk is dat de afwezigheid van een inkomstenderving het enige criterium is om vervangingsinkomsten belastbaar te stellen, dit zowel bij de arbeidsongevallenvergoedingen als bij de andere uitkeringen en dat het feit of de verzekeringspremies al dan niet in aftrek gebracht werden, geen belang heeft. Het arrest nr. 132/98 van 9 december 1998 van het Grondwettelijk Hof heeft evenwel voor recht gezegd dat artikel 32bis WIB64 (thans artikel 34 WIB92) artikel 10 van de Grondwet schendt, doordat het de vergoedingen belastbaar maakt die met toepassing van de arbeidsongevallenwetgeving worden gestort tot herstel van een blijvende ongeschiktheid, zonder dat er voor het slachtoffer een inkomensderving is. Door de wet van 19 juli 2000 tot wijziging van de artikelen 34, §1 en 39 WIB92, werd tegemoet gekomen aan het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 132/98 van 9 december
- Overeenkomstig artikel 34, §1, 1° en 1°bis, WIB92 omvatten pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, ongeacht de schuldenaar, de verkrijger of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgesteld en toegekend: 1° pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten alsmede als zodanig geldende toelagen, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid; 1°bis pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen, die het gehele of gedeeltelijke herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken; (...) Het betreft twee onderscheiden bepalingen die pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen, belastbaar stellen en die niet cumulatief vervuld dienen te zijn. Overeenkomstig artikel 39 WIB92 worden de in artikel 34, §1, 1°, WIB92 vermelde pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen, die zijn toegekend in geval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten, vrijgesteld in de mate waarin ze geen herstel van een bestendige derving van winsten, bezoldigingen of baten uitmaken. Artikel 39, §1, WIB92 voorziet echter slechts in de vrijstelling van de pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen, die zijn toegekend in geval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten in de mate waarin ze geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken. Door de pensioenen, renten en toelagen die geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken, enkel vrij te stellen van de inkomstenbelasting voor zover die zijn toegekend met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten, heeft de wetgever een maatregel genomen die pertinent is ten aanzien van de doelstelling van de wetswijziging van 19 juli 2000, te weten tegemoet komen aan het arrest nr. 132/98 (arrest Grondwettelijk Hof nr. 120/2001 van 10 oktober 2001). Ten onrechte verwijst het bestreden arrest vervolgens naar het arrest nr. 120/2001 van 10 oktober 2001 waarin het Grondwettelijk Hof in het kader van een andere zaak met als voorwerp de toepassing van artikel 34 WIB92 gesteld heeft dat artikel 32bis WIB92, thans artikel 34, §1, 1°, WIB92 voor de wijziging ervan bij de wet van 19 juni 2000 de artikelen 10 en 11, van de Grondwet schendt doordat het de vergoedingen uitgekeerd door een verzekeringsmaatschappij tot herstel van een fysiologische en/of economische invaliditeit belastbaar stelt, zonder dat er voor het slachtoffer een inkomstenderving is en terwijl de premies verbonden aan het verzekeringscontract door de begunstigde van de vergoeding niet als beroepskosten werden afgetrokken. Het (Grondwettelijke Hof) onderstreept dat het zich in casu niet uitspreekt over het geval waarin de begunstigde van de verzekeringsuitkering de premies verbonden aan het verzekeringscontract als beroepskosten heeft afgetrokken (arrest nr. 120/2001 van 10 oktober 2001). Het bestreden arrest stelt bijgevolg ten onrechte dat het feit of de verzekeringspremies al dan niet in aftrek gebracht werden, geen belang heeft. Het Grondwettelijk Hof oordeelde in zijn arrest nr. 102/2005 van 1 juni 2005 dat indien de wetgever ervan uitgaat dat de vergoedingen gestort ter uitvoering van een individueel verzekeringscontract tegen lichamelijke ongevallen van belasting worden vrijgesteld wanneer de premies verbonden aan het contract niet fiscaal werden afgetrokken door de begunstigde van de vergoeding, dan verantwoordt dit dat een vergoeding toegekend ter uitvoering van een verzekeringscontract "gewaarborgd inkomen" wordt belast, wanneer de premies door de begunstigde van de uitkering werden afgetrokken. Bovendien volgt uit de definitie van het begrip "beroepskosten" in artikel 49, van het WIB92 juncto artikel 52, 10°, WIB92 dat een afgetrokken premie tot doel heeft belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden, zodat noodzakelijkerwijze de uitgekeerde vergoeding belastbaar is. In dezelfde zin kan verwezen worden naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 mei 2007 (arrest nr. 73/2007). De bijdragen ter verkrijging van een vergoeding bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en invaliditeit zijn krachtens artikel 52, 10°, WIB92 aftrekbaar als beroepskost. Bedoeld zijn de verzekeringscontracten tegen ziekte en de contracten van het type "gewaarborgd inkomen", zoals in casu het geval is, aangegaan bij verzekeringsondernemingen, voorzorgskassen, enz., met uitsluiting van de ziekenfondsen. Het spreekt bijgevolg voor zich dat een vergoeding wegens blijvende ongeschiktheid die in het kader van een verzekering "gewaarborgd inkomen" wordt uitgekeerd en die rechtstreeks of onrechtstreeks op de beroepswerkzaamheid betrekking heeft, wel als een op grond van artikel 34, §1, 1°, WIB92 belastbaar pensioen moet worden aangemerkt. Bijgevolg heeft het bestreden arrest zich dus ten onrechte enkel gebaseerd op artikel 34, §1, 1°bis, WIB92 zonder rekening te houden met de door de administratie in conclusies aangevoerde feitelijke omstandigheden, die een duidelijke band met de beroepswerkzaamheid aantoonden. Door te stellen dat bij toepassing van artikel 34, §1, 1°bis, WIB92 de invaliditeitsuitkeringen niet belastbaar zijn omdat zij niet kunnen beschouwd worden als een vergoeding voor derving van inkomsten, zonder naar recht te verantwoorden waarom artikel 34, §1, 1°, WIB92, dat een invaliditeitsuitkering belastbaar stelt van zodra zij rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid, onafhankelijk van de vraag of de uitkering al dan niet een daadwerkelijk inkomstenverlies vergoedt, in casu geen toepassing vindt, schendt het bestreden arrest artikel 34, §1, 1°, WIB
- De eiser is bijgevolg van oordeel dat het bestreden arrest niet naar recht heeft verantwoordt waarom artikel 34, §1, 1°, WIB92, zoals aangevoerd in haar conclusies, in casu geen toepassing vindt, zodat artikel 34, §1, 1°, WIB92 en artikel 149 van de Grondwet geschonden zijn. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 23 WIB92 bepaalt dat pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, belastbare beroepsinkomsten zijn. Artikel 34, §1, van dit wetboek, zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1999 en 2000, bepaalt dat pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, ongeacht de schuldenaar, de verkrijger of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgesteld en toegekend, omvatten: - 1° pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid; - 1°bis pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen, die het gehele of gedeeltelijke herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken. Artikel 39, §1, van dit wetboek bepaalt dat de in artikel 34, §1, 1°, vermelde pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen, die zijn toegekend in geval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten, zijn vrijgesteld in de mate waarin ze geen herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten uitmaken.
- Hieruit volgt dat de pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten, alsmede als zodanig geldende toelagen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid, in de regel belastbaar zijn ongeacht of zij het gehele of gedeeltelijke herstel van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten beogen. Van deze principiële belastbaarheid wordt slechts afgeweken als de pensioenen, lijfrenten of tijdelijke renten en als zodanig geldende toelagen, waarvan sprake in artikel 34, §1, 1°, WIB92 zijn toegekend ingeval van blijvende ongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten en geen herstel uitmaken van een bestendige derving van winst, bezoldigingen of baten.
- De bijdragen ter verkrijging van een vergoeding bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en invaliditeit zijn krachtens artikel 52, 10°, van het WIB92 aftrekbaar als beroepskost in de zin van artikel 49 van dat wetboek, hetgeen impliceert dat die bijdragen werden betaald om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden, en de vergoeding betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid. Hieruit volgt dat een vergoeding wegens blijvende ongeschiktheid uitgekeerd in het kader van een verzekering "gewaarborgd inkomen" waarvan de premies door de begunstigde als beroepskosten werden afgetrokken, zodat die vergoeding noodzakelijk op de beroepswerkzaamheid betrekking heeft, als een op grond van artikel 34, §1, 1°, van het WIB92 belastbaar pensioen moet worden aangemerkt.
- De appelrechters verantwoorden hun beslissing dat de invaliditeitsuitkeringen niet belastbaar zijn omdat zij niet kunnen beschouwd worden als een vergoeding voor een derving van beroepsinkomsten, niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de belastbaarheid van de door de eerste verweerder ontvangen uitkering "gewaarborgd inkomen". Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 12 november 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091112.15 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091112.15 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130315.3 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130315.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170929.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div