← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.3 Rolnummer: P.09.0915.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-01 Raadplegingen: 539 - laatst gezien 2026-07-02 21:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer een verstekvonnis niet is betekend aan de persoon wordt bij het verstrijken van de gewone verzettermijn de verjaringstermijn van de strafvordering geschorst en vervangen door de verjaringstermijn van de straf; die geschorste termijn begint pas opnieuw te lopen vanaf de dag waarop tegen het verstekvonnis een later ontvankelijk verklaard verzet is gedaan

(1).
(1)Cass., 24 mei 1995, AR P.94.0080.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950524.4, AC, 1995, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Non bis in idem Vrije woorden: Verstekvonnis - Betekening - Schorsing van de verjaring Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 151 en 187 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.09.0915.N A. B beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Peter Vercraeye, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 30 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 21, 22, 23 en 24 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters beslissen onterecht dat de strafvordering niet is verjaard.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de inbreuk is begaan op 22 maart 2007; - de laatste regelmatige stuiting het bevel tot dagvaarding voor de politierechtbank is van 4 maart 2008; - het verstekvonnis van de politierechtbank is betekend aan de politie op 22 juli 2008; - de gewone termijn van verzet verstreek op 6 augustus 2008; - de eiser verzet aantekende op 8 oktober 2008, dit is 63 dagen na het verstrijken van de gewone termijn van verzet.
  5. Wanneer een verstekvonnis niet is betekend aan de persoon wordt bij het verstrijken van de gewone verzettermijn de verjaringstermijn van de strafvordering geschorst en vervangen door de verjaringstermijn van de straf. Die geschorste termijn begint pas opnieuw te lopen vanaf de dag waarop tegen het verstekvonnis een later ontvankelijk verklaard verzet is gedaan. Hieruit volgt dat de strafvordering pas is verjaard 1 jaar en 63 dagen na de laatste stuitingsdaad, dus op 6 mei
  6. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 53 Wetboek van Strafvordering, artikel 40 Wet Politieambt en de artikelen 1319 tot 1320 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters oordelen onterecht dat de eiser het voertuig bestuurde.
  8. Het middel komt op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters omtrent de bewijswaarde van de hem overgelegde stukken. Het middel is niet ontvankelijk. Derde middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel ‘in dubio pro reo': de appelrechters oordelen onterecht dat de eiser het voertuig bestuurde.
  10. Het middel komt op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters omtrent de bewijswaarde van de hem overgelegde stukken. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  11. De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 17 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170301.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220309.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950524.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.