id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.7 Rolnummer: P.09.0663.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 238 - laatst gezien 2026-07-02 21:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het valselijk opmaken van overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen, als bedoeld in artikel 196 Strafwetboek, viseert niet alleen het onwaarachtig noteren maar ook het noteren van een onwaarheid. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare trouw - Valsheid - In geschriften Vrije woorden: Valselijk opmaken van overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 196 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 2 - 3 De valse verklaring, afgelegd door een particulier, op schrift gesteld door de rechter en zijn griffier en vervolgens door de particulier ondertekend, kan een valsheid in een authentiek geschrift opleveren in de zin van artikel 196 Strafwetboek; het feit dat het genoteerde overeenstemt met het verklaarde, doet hieraan geen afbreuk, net zo min als het feit dat het loutere afleggen van een valse verklaring strafbaar wordt gesteld door een specifiek wetsartikel. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare trouw - Valsheid - In geschriften Vrije woorden: Vals getuigenis in burgerlijke zaken - Valsheid in een authentiek geschrift Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 915, 934, 935, 939, 948, 949 en 950 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 196 en 220 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: VALS GETUIGENIS UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare trouw - Valsheid - In geschriften Vrije woorden: Vals getuigenis in burgerlijke zaken - Valsheid in een authentiek geschrift Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 915, 934, 935, 939, 948, 949 en 950 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 196 en 220 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: RABG - WAETERINCKX, DE SCHEPPER Kristel - 2010/17 - p; 416-424 Tekst van de beslissing Nr. P.09.0663.N I J. F. G. S. beklaagde, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. II P. P. M. M. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Masson, advocaat bij de balie te Antwerpen, beiden tegen J. S. burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 maart
- De eiseres J. S. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser P. M. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel, eerste onderdeel, van de eiseres en derde middel, eerste onderdeel, van de eiser
- De onderdelen voeren schending aan van de artikelen 1317, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: met hun oordeel dat de eiser het proces-verbaal van getuigenverhoor van 30 maart 2005 ondertekende, miskennen de appelrechters de bewijskracht van dat stuk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, meer bepaald het proces-verbaal van de getuigenverklaring van 30 maart 2005, blijkt dat de eiser na het afleggen van zijn getuigenis zijn verklaring ondertekende samen met de raadsheer die tot het verhoor is overgegaan, en de griffier.
- Met de overweging dat de eiser het proces-verbaal van het getuigenverhoor heeft ondertekend, bedoelen de appelrechters dat de eiser zijn getuigenverklaring, opgenomen in het proces-verbaal van 30 maart 2005, heeft ondertekend. De onderdelen missen feitelijke grondslag. Eerste middel, tweede onderdeel, van de eiseres en derde middel, tweede onderdeel, van de eiser
- De onderdelen voeren schending aan van de artikelen 196, 197, 213, 214, 220 en 222 Strafwetboek, de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de artikelen 915, 934, 935, 939, 948, 949, enig lid, 4°, en 950 Gerechtelijk Wetboek en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek: een valse verklaring ter gelegenheid van een onder eed afgelegde getuigenis in burgerlijke zaken valt onder een specifieke strafbaarstelling die ten aanzien van de getuige, te dezen de eiser, de gelijktijdige toepassing van de gemeenrechterlijke bepalingen inzake valsheid in geschrifte uitsluit; de omstandigheid dat zulke getuigenverklaring op schrift wordt gesteld en ondertekend wordt door de getuige, heeft niet tot gevolg dat deze schriftelijke samenvatting zelf als een akte of stuk kan worden opgevat waarin de getuige zich schuldig maakt aan valsheid in geschrifte in de zin van artikel 196 Strafwetboek, ook al zou zijn verklaring onjuistheden inhouden; de eiseres kon bijgevolg evenmin veroordeeld worden wegens gebruik van valse stukken.
- Artikel 220 Strafwetboek stelt strafbaar de valse getuigenis in burgerlijke zaken. Artikel 196 Strafwetboek stelt strafbaar de andere personen dan deze bedoeld in artikel 195 Strafwetboek, die in authentieke en openbare geschriften valsheid plegen en alle personen die in handels- of bankgeschriften of in private geschriften valsheid plegen, - hetzij door valse handtekeningen, - hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, - hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de akten in te voegen, - hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen of vast te stellen.
- Het valselijk opmaken, zoals bedoeld in artikel 196, derde streepje, Strafwetboek, viseert niet alleen het onwaarachtig noteren maar ook het noteren van een onwaarheid. De valse verklaring, afgelegd door een particulier, op schrift gesteld door de rechter en zijn griffier en vervolgens door de particulier ondertekend, kan een valsheid in een authentiek geschrift opleveren in de zin van artikel 196 Strafwetboek. Het feit dat het genoteerde overeenstemt met het verklaarde, doet hieraan geen afbreuk, net zo min als het feit dat het loutere afleggen van een valse verklaring strafbaar wordt gesteld door een specifiek wetsartikel.
- De onderdelen die ervan uitgaan dat de loutere omstandigheid dat een getuigenverklaring op schrift wordt gesteld overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, niet tot gevolg kan hebben dat de schriftelijke samenvatting van de mondelinge verklaringen van de getuige die door hem ondertekend wordt, kan worden opgevat als een akte of een stuk dat in aanmerking komt voor een valsheid in geschrifte in de zin van artikel 196 Strafwetboek, falen naar recht. Tweede middel van de eiseres Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters beantwoorden niet het verweer van de eiseres dat niet bewezen werd op welke wijze zij zich van de beweerde valse stukken zou hebben bediend.
- De appelrechters oordelen dat de eiseres in persoon aanwezig was bij het getuigenverhoor en wist dat het valselijk opgestelde document gevoegd werd aan de procedure die gevoerd werd tussen haar en de verweerder, zodat het niet anders kan dan dat de eiseres met bedrieglijk opzet gebruik heeft gemaakt van het valse proces-verbaal van getuigenverhoor. Aldus beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiseres. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek, de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek: de loutere omstandigheid dat een partij in een geding aanwezig is op de rechtszitting waarop een getuige zijn getuigenis aflegt, weet dat deze getuige een valse verklaring aflegt en dat het proces-verbaal van getuigenverhoor gevoegd wordt aan het procedurebundel van het geding ter gelegenheid waarvan dit getuigenverhoor werd gehouden, verantwoordt niet naar recht dat deze partij schuldig zou zijn aan gebruik van valse stukken omdat die omstandigheden niet doen blijken van de wil zich op het bestaan en de inhoud van die getuigenverklaring te beroepen.
- Artikel 197 Strafwetboek stelt strafbaar hij die gebruik maakt van de valse akte of van het valse stuk. Vereist is dat de stukken aangewend worden met het doel de valsheden die ze inhouden, enige uitwerking te doen hebben.
- Of er al dan niet gebruik wordt gemaakt van een vals stuk is een feitenkwestie waarover de rechter onaantastbaar oordeelt. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- Met de in het onderdeel vermelde redenen hebben de appelrechters wettig kunnen oordelen dat de eiseres gebruik heeft gemaakt van het valse proces-verbaal van getuigenverhoor. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste middel van de eiser
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM en de artikelen 148 en 149 Grondwet: de appelrechters hebben ten onrechte eisers verzoek de zaak te behandelen met gesloten deuren niet ingewilligd; bovendien hebben zij hun beslissing daarover niet met redenen omkleed.
- Het middel komt op tegen het oordeel van de appelrechters de zaak in openbare rechtszitting te behandelen, genomen bij tussenarrest van 18 februari
- Het is niet gericht tegen de bestreden beslissing. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel van de eiser
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, de artikelen 57, 61ter en 90undecies Wetboek van Strafvordering en artikel 149 Grondwet: de eiser uit kritiek op de wijze van onderzoeken; het bestreden arrest is hieromtrent niet met redenen omkleed.
- Het middel voert schending aan van voormelde verdrags- of wettelijke bepalingen zonder evenwel te preciseren hoe en waardoor het bestreden arrest deze bepalingen schendt. Het middel is wegens onduidelijkheid niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 137,14 euro waarvan de eisers elk 68,57 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 17 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div