id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.8 Rolnummer: P.09.0903.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 626 - laatst gezien 2026-07-02 21:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Krachtens de artikelen 373 en 412 Wetboek van Strafvordering kan de burgerlijke partij slechts cassatieberoep instellen ten opzichte van de beschikkingen betreffende haar burgerlijke belangen en kan zij in geen geval de vernietiging vorderen van een beschikking van vrijspraak
(1).
(1)Cass., 15 feb. 1978, A.C. 1978, 714 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijke partij UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Cassatieberoep tegen beslissing die geen uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering - Ontvankelijkheid Cassatieberoep tegen een beschikking van vrijspraak - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - EINDARREST UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Vrijspraak - Cassatieberoep van de burgerlijke partij - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Beslissing die geen uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering - Cassatieberoep van de burgerlijke partij - Ontvankelijkheid Fiches 5 - 7 Naar luid van het arrest van 13 januari 2009 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in zake Richard Taxquet tegen het Koninkrijk België houdt het recht op een eerlijke behandeling van de zaak, dat bij artikel 6.1 EVRM is gewaarborgd, voor het hof van assisen de verplichting in om in zijn uitspraak over de beschuldiging melding te maken van de overwegingen die de jury overtuigd hebben van de schuld of de onschuld van de beschuldigde alsook de concrete redenen te vermelden waarom op alle vragen ja of neen werd geantwoord; wegens het gezag van dat interpreterend arrest en de voorrang op het interne recht van de internationale rechtsregel die vervat is in een door België geratificeerd verdrag is het Hof verplicht de artikelen 342 en 348 Wetboek van Strafvordering buiten toepassing te laten in zoverre deze de regel vastleggen die het Europees Hof thans heeft veroordeeld en volgens dewelke de verklaring van de jury niet met redenen moet worden omkleed
(1).
(1)EHRM, 13 januari 2009, Taxquet t./ België, www.echr.coe.int; Cass., 10 juni 2009, AR P.09.0547.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090610.3, A.C., 2009, nr. ... met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Eerlijke behandeling van de zaak - Verplichting voor het hof van assisen om de uitspraak over schuld of onschuld te motiveren Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - ALLERLEI UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Europees Hof voor de Rechten van de Mens - Veroordeling van België - Gevolg - Buiten toepassing laten van de regel die door het Europees Hof werd veroordeeld Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - EINDARREST UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Artikel 6.1 E.V.R.M. - Recht op een eerlijke behandeling van de zaak - Gevolg - Motiveringsplicht Tekst van de beslissing Nr. P.09.0903.N I L. V. D. P. burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie te Brussel. II
- N. C. burgerlijke partij,
- J. C. burgerlijke partij,
- A. P. burgerlijke partij, eisers. III PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN, vervolgende partij, eiser. IV PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, verzoeker tot vernietiging bij toepassing van artikel 442 Wetboek van Strafvordering, allen tegen R. A. M. B. beschuldigde, verweerder, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest (nummer 12) van het hof van assisen van de provincie Antwerpen van 4 mei 2009, dat uitspraak doet over de tegen de verweerder ingestelde strafvordering. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers II voeren geen middelen aan. De eiser III voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser IV vordert ter rechtszitting van het Hof van 6 oktober 2009 de cassatie in het belang van de wet van het arrest nummer 12, op 4 mei 2009 door het hof van assisen van de provincie Antwerpen gewezen, in zoverre uitspraak gedaan wordt over de tegen de verweerder ingestelde strafvordering voor het feit II. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. FEITEN EN VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 januari 2009 werd de verweerder R. B. verwezen naar het hof van assisen van de provincie Antwerpen uit hoofde van moordpoging op N. C. (feit I) en L. V. d. P. (feit II). Op verzoek van de beschuldigde werden aan de jury twee bijkomende vragen voorgelegd, namelijk of enerzijds het feit I ten nadele van N. C. en anderzijds het feit II ten nadele van L. V. d. P. onmiddellijk werden uitgelokt door zware gewelddaden tegen personen. Op 30 april 2009 heeft de jury geoordeeld dat de verweerder R. B. schuldig was aan een uitgelokte poging tot doodslag op N. C. (feit I) en niet schuldig was aan het feit van poging tot doodslag op L. V. d. P. (feit II). Het bestreden arrest (nummer 12) van 4 mei 2009 veroordeelt de verweerder uit hoofde van feit I ten nadele van N. C., zoals bewezen verklaard door de jury, tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar en tot een geldboete van 200 euro. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting (p. 37) blijkt dat de behandeling van de burgerlijke belangen werd uitgesteld naar de rechtszitting van 22 juni
- Tegen het arrest van 4 mei 2009 werd door alle burgerlijke partijen en het openbaar ministerie cassatieberoep ingesteld. De procureur-generaal bij het Hof vordert ter rechtszitting van het Hof van 6 oktober 2009 de cassatie in het belang van de wet van het arrest in zoverre uitspraak gedaan wordt over de tegen de verweerder ingestelde strafvordering voor het feit II. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser I
- Uit de verklaring van de jury van 30 april 2009 volgt dat de verweerder niet schuldig is aan het feit II, namelijk poging tot doodslag ten nadele van L. V. d. P.. Het bestreden arrest doet geen verdere uitspraak over de strafvordering over het feit II ten nadele van L. V. d. P.. Het doet evenmin uitspraak over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eiser I.
- Tegen de verklaring van de jury kan krachtens artikel 350 Wetboek van Strafvordering in geen geval enig rechtsmiddel worden ingesteld. Krachtens de artikelen 373 en 412 Wetboek van Strafvordering kan de burgerlijke partij slechts cassatieberoep instellen ten opzichte van de beschikkingen betreffende haar burgerlijke belangen en kan zij in geen geval de vernietiging vorderen van een beschikking van vrijspraak.
- Een burgerlijke partij kan geen cassatieberoep instellen tegen de beslissing op strafgebied tenzij in zoverre zij tot de kosten van de strafvordering veroordeeld is, wat te dezen niet het geval is. In zoverre het cassatieberoep van de eiser I L. V. d. P. gericht is tegen de vrijspraak van de verweerder, is het niet ontvankelijk.
- Het bestreden arrest doet geen uitspraak over burgerlijke rechtsvorderingen. In zoverre is het cassatieberoep van de eiser I evenmin ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eisers II
- Het bestreden arrest nr. 12 veroordeelt de verweerder uit hoofde van het feit I ten nadele van N. C., zoals bewezen verklaard door de jury, tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar en tot een geldboete van 200 euro. Het doet geen uitspraak over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers II waarvan blijkens het proces-verbaal van de rechtszitting de behandeling werd uitgesteld naar een latere datum.
- Een burgerlijke partij kan geen cassatieberoep instellen tegen de beslissing op strafgebied tenzij in zoverre zij tot de kosten van de strafvordering veroordeeld is, wat hier niet het geval is. In zoverre is het cassatieberoep van de eisers II niet ontvankelijk.
- Het bestreden arrest doet geen uitspraak over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers II. In zoverre is het cassatieberoep van de eisers II evenmin ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser III
- Krachtens artikel 350 Wetboek van Strafvordering kan tegen de verklaring van de jury in geen geval enig rechtsmiddel worden ingesteld. Krachtens artikel 409 Wetboek van Strafvordering kan het openbaar ministerie, wanneer de beschuldigde is vrijgesproken, de vernietiging van de beschikking van vrijspraak en van hetgeen daaraan is voorafgegaan slechts vorderen in het belang van de wet en zonder nadeel voor de vrijgesproken partij.
- Het cassatieberoep van de eiser III, het openbaar ministerie bij het hof van beroep, wordt hier niet in het belang van de wet ingesteld.
- In zoverre het cassatieberoep van de eiser III gericht is tegen de vrijspraak van de verweerder voor het feit II ten nadele van L. V. d. P., is het niet ontvankelijk. Middel van de eiser I
- Het middel dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser I, behoeft geen antwoord. Middel van de eiser III
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 6 EVRM en meer bepaald miskenning van de motiveringsplicht over de schuldvraag: het is niet alleen voor de beschuldigde maar ook voor de samenleving en de burgerlijke partijen van belang te weten waarom een beschuldigde geheel of gedeeltelijk schuldig of onschuldig wordt verklaard; door te stellen dat een debat over de motieven die een samenvatting zouden opleveren van de voornaamste concrete redenen die in aanmerking werden genomen, een onoverkomelijk bezwaar vormt waardoor het hof van assisen geen motivering over de schuld of onschuld van de verweerder opneemt, voldoet het arrest niet aan zijn motiveringsplicht over de schuldvraag.
- Naar luid van een arrest van 13 januari 2009 van het EHRM in zake Richard Taxquet tegen het Koninkrijk België, houdt het recht op een eerlijke behandeling van de zaak dat bij artikel 6.1 EVRM is gewaarborgd, voor het hof van assisen de verplichting in om in zijn uitspraak over de beschuldiging melding te maken van de overwegingen die de jury overtuigd hebben van de schuld of onschuld van de beschuldigde alsook de concrete redenen te vermelden waarom op alle vragen ja of neen werd geantwoord. Wegens het gezag van dat interpreterend arrest en de voorrang op het interne recht van de internationale rechtsregel die vervat is in een door België geratificeerd verdrag, is het Hof verplicht de artikelen 342 en 348 Wetboek van Strafvordering buiten toepassing te laten in zoverre deze de regel vastleggen die het EHRM thans heeft veroordeeld en volgens dewelke de verklaring van de jury niet met redenen moet worden omkleed.
- Het bestreden arrest oordeelt dat de jury opmerkt "dat een eventuele verplichting tot motivering van de schuld bijna automatisch zou leiden tot een schending van het geheim van de individuele stemming. Voor wat betreft de beraadslaging van de rechtsprekende jury is door de wet geen debat voorzien over een mogelijke motivering van de schuld. Een debat op dit ogenblik over de motieven die een samenvatting zou opleveren van de voornaamste concrete redenen die in aanmerking werden genomen, zou de individuele juryleden verplichten hun beslissing die zij zoals de eed voorschrijft in gemoede genomen hebben, kenbaar te maken, toe te lichten en te motiveren. De juryleden vinden dit een onoverkomelijk bezwaar. Gelet op wat voorafgaat wordt geen motivering opgenomen". Aldus motiveert het bestreden arrest niet waarom de verweerder schuldig wordt verklaard aan een als uitgelokte poging tot doodslag geherkwalificeerd feit I ten nadele van N. C.. Met voormelde redenen beantwoordt het arrest niet aan de vereisten van artikel 6.1 EVRM. Het middel is gegrond in zoverre het gericht is tegen de beslissing over de schuldigverklaring van de verweerder aan het feit I. Cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie
- Het cassatieberoep dat de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie heeft ingesteld in het belang van de wet en overeenkomstig artikel 442 Wetboek van Strafvordering, is uitsluitend gericht tegen het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de tegen de verweerder ingestelde strafvordering voor het feit II. Het is gesteund op dezelfde redenen als vermeld in het middel van de eiser III.
- Met de redenen, vermeld in het antwoord op het middel van de eiser III, motiveert het bestreden arrest niet waarom de verweerder onschuldig wordt verklaard aan een poging tot doodslag op L. V. d. P. (feit II). Het arrest beantwoordt ter zake niet aan de vereisten van artikel 6.1 EVRM. Omvang van de cassatie
- Het cassatieberoep van de eiser IV is in de mate het gericht is tegen de vrijspraak van de verweerder voor het feit II ten nadele van L. V. d. P., slechts gegrond in het belang van de wet. Het kan de vrijgesproken beschuldigde niet benadelen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over feit I. Vernietigt het bestreden arrest, maar alleen in het belang van de wet, in zoverre het uitspraak doet over feit II. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eisers I en II in de kosten van hun cassatieberoep. Veroordeelt de verweerder in de helft van de kosten van het cassatieberoep van de eiser III. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak voor feit I naar het hof van assisen van de provincie Limburg. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing van de zaak voor feit II. Begroot de kosten in het geheel op 391,36 euro waavan op de cassatieberoepen I en II telkens 44,18 euro verschuldigd is en op het cassatieberoep III 193,62 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 17 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200915.2N.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090610.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100210.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div