id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091119.1 Rolnummer: D.09.0019.N-D.09.0020.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-11-20 Raadplegingen: 225 - laatst gezien 2026-07-02 21:00 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Naar aanleiding van de bekrachtiging van een, ten aanzien van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter, bij uiterst dringende omstandigheden of bij betrapping op heterdaad genomen voorlopige ordemaatregel, gaat de duur van de schorsing, die, afgezien van de mogelijkheid van verlenging van maand tot maand, maximaal een maand kan bedragen, in vanaf de uitspraak van de bekrachtigde beschikking. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Schorsing - Voorlopige ordemaatregel - Bekrachtiging - Schorsing - Duur Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 406, § 1 Fiche 2 Naar aanleiding van de bekrachtiging van een, ten aanzien van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter, bij uiterst dringende omstandigheden of bij betrapping op heterdaad genomen voorlopige ordemaatregel, kan geen andere maatregel worden opgelegd dan deze van de bekrachtigde beschikking. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Schorsing - Voorlopige ordemaatregel - Bekrachtiging - Andere maatregel - Geoorloofdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 406, § 1 Fiche 3 De beschikking tot bekrachtiging van een, ten aanzien van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter, bij uiterst dringende omstandigheden of bij betrapping op heterdaad genomen voorlopige ordemaatregel, die werd genomen op grond van feiten, die niet werden vermeld in de oproeping om na het toepassen van deze ordemaatregel onverwijld gehoord te worden, waaromtrent niet blijkt dat de rechter werd gehoord, zodat zijn recht van verdediging werd miskend, is onregelmatig en dus nietig. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Schorsing - Voorlopige ordemaatregel - Bekrachtiging - Oproeping - Andere feiten - Geoorloofdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1 en 423, tweede lid Fiches 4 - 5 De beschikking tot bekrachtiging van een, ten aanzien van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter, bij uiterst dringende omstandigheden of bij betrapping op heterdaad genomen voorlopige ordemaatregel, die bovendien een inhouding van de wedde oplegt, zonder dat deze facultatieve maatregel op enigerlei wijze werd gemotiveerd, zodat het recht van verdediging van de betrokkene werd miskend, is onregelmatig en dus nietig
(1).
(1)Zie Cass., 15 okt. 2009, AR D.09.0017.N, supra, nr. ... (naar aanleiding van de verlenging van de schorsing) Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Voorlopige ordemaatregel - Bekrachtiging - Verzwaring - Inhouding van wedde - Redenen - Afwezigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1 en 423, tweede lid Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Tuchtzaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Vervolging - Voorlopige ordemaatregel - Bekrachtiging - Verzwaring - Inhouding van wedde - Redenen - Afwezigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1 en 423, tweede lid Fiche 6 Ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep tegen de beschikking, houdende een ordemaatregel van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter dient het Hof, nadat het deze beschikking heeft vernietigd wegens een andere onregelmatigheid dan het niet voorafgaand horen van de betrokkene, hetgeen het nemen van een ordemaatregel in de weg staat, zelf te oordelen over de grond van de zaak
(1).
(1)Zie Cass., 17 sept. 2009, AR D.09.0016.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090917.12, supra, nr. ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - TUCHTZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Rechterlijke tucht - Vervolging - Ordemaatregel - Beschikking - Devolutieve werking - Hof van Cassatie - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1 en 415, § 3 en § 13 Fiche 7 Wanneer het Hof, dat, ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep ten aanzien van een wegens misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk vervolgde rechter genomen ordemaatregel, zelf dient te oordelen over de grond van de zaak, doch in het ongewisse blijft met betrekking tot de strafvervolging en/of het tuchtonderzoek, kan het geen nieuwe ordemaatregel in het belang van de dienst nemen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - TUCHTZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Tucht Rechterlijke orde Vrije woorden: Rechterlijke tucht - Vervolging - Ordemaatregel - Beschikking - Devolutieve werking - Hof van Cassatie - Beoordeling - Afwezigheid van gegevens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 406, § 1 en 415, § 3 en § 13 Tekst van de beslissing I. Nr. D.09.0019.N D. T. F. eiseres in hoger beroep, die verschijnt, ter rechtszitting bijgestaan door mr. André De Becker, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Boomstraat 14, bus 4, II. Nr. D.09.0020.N D. T. F., eiseres in hoger beroep, die verschijnt, ter rechtszitting bijgestaan door mr. André De Becker, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Boomstraat 14, bus 4, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het hoger beroep in de zaak D.09.0019.N. is gericht tegen de op 23 oktober 2009 door de dienstdoende eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel genomen beschikking. Het hoger beroep in de zaak D.09.0020.N. is gericht tegen de op 2 november 2009 door de dienstdoende eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel genomen beschikking. Op verzoek van de eiseres vindt de behandeling achter gesloten deuren plaats. Advocaat-generaal Guy Dubrulle wordt gehoord. De eiseres en haar raadsman worden gehoord. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
- De zaken D.09.0019.N en D.09.0020.N dienen met het oog op een goede rechtsbedeling te worden gevoegd. Zaak D.09.0019.N
- Krachtens artikel 406, §1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de betrokkene, ingeval hij wordt vervolgd wegens een misdaad of een wanbedrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, op grond van een ordemaatregel uit zijn ambt worden geschorst voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen. Krachtens artikel 406, §1, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, spreekt de tuchtoverheid bevoegd om een lichte straf op te leggen de ordemaatregel uit voor de duur van een maand, kan de maatregel vervolgens van maand tot maand worden verlengd tot de eindbeslissing en kan de maatregel een inhouding van 20 pct. van de brutowedde inhouden. Krachtens artikel 406, §1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan geen ordemaatregel worden genomen zonder dat de betrokkene voorafgaandelijk is gehoord overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel
- Krachtens artikel 406, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan bij uiterst dringende noodzakelijkheid of bij betrapping op heterdaad een voorlopige maatregel worden genomen zonder voorafgaand verhoor van de betrokkene, wordt de betrokkene na het toepassen van de voorlopige ordemaatregel onverwijld gehoord en vervalt de maatregel na tien dagen, tenzij de overheid die de maatregel genomen heeft, hem binnen deze termijn heeft bekrachtigd.
- Wanneer bij uiterst dringende omstandigheden of bij betrapping op heterdaad een voorlopige ordemaatregel, zonder voorafgaandelijk verhoor van de betrokkene, wordt genomen, vervalt die maatregel indien deze, binnen de tien dagen en na het onverwijld verhoor van de betrokkene, niet wordt bekrachtigd. Naar aanleiding van dergelijke bekrachtiging van een voorlopige maatregel, gaat de duur van de schorsing, die, afgezien van de mogelijkheid van verlenging van maand tot maand, maximaal een maand kan bedragen, in vanaf de uitspraak van de bekrachtigde beschikking. Naar aanleiding van dergelijke bekrachtiging kan ook geen andere maatregel worden opgelegd dan deze van de bekrachtigde beschikking.
- Uit de stukken blijkt dat: - de eiseres bij beschikking van de dienstdoende eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel van 23 oktober 2009 bij dringende noodzakelijkheid voorlopig uit haar ambt werd geschorst, zonder dat alsdan werd voorzien in een inhouding van wedde; - de eiseres bij beschikking van de dienstdoende eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel van 2 november 2009 uit haar ambt werd geschorst van 3 november 2009 tot en met 2 december 2009; - alsdan tevens werd beslist tot een inhouding van 20 pct. van haar brutowedde; - waar de beschikking van 23 oktober 2009 werd genomen op grond van de feiten voorwerp van het tegen de eiseres gevoerd strafrechtelijk onderzoek, de beschikking van 2 november 2009 werd genomen op grond van zowel de tuchtrechtelijke als de strafrechtelijke feiten die de eiseres ten laste worden gelegd.
- Hieruit volgt dat, ondanks de termen van het dictum van de beschikking van 2 november 2009, in werkelijkheid geen bekrachtiging, maar een nieuwe maatregel van schorsing werd genomen. Bij gebrek aan bekrachtiging binnen tien dagen, dient de beschikking van 23 oktober 2009 als vervallen te worden aangezien. Zaak D.09.0020.N
- Krachtens artikel 406, §1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan geen ordemaatregel worden genomen zonder dat de betrokkene voorafgaandelijk is gehoord overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel
- Krachtens artikel 423, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de betrokkene opgeroepen bij een aangetekende brief waarin de reden van de oproeping, de ten laste gelegde feiten, de plaats waar en de termijn waarbinnen het dossier kan worden geraadpleegd, alsook de plaats en datum van verschijning zijn vermeld.
- Uit de stukken blijkt dat: - de beschikking van 23 oktober 2009 verwijst naar het strafonderzoek dat lastens de eiseres zou zijn geopend op grond van feiten omschreven als misdrijven van passieve omkoping en valsheid in geschriften; - de eiseres bij brief van 27 oktober 2009 werd opgeroepen om te worden gehoord in verband met de beschikking die ten hare laste werd uitgevaardigd en de feiten waarnaar deze beschikking verwees; - uit het proces-verbaal van de zitting van 30 oktober 2009 niet blijkt dat de eiseres werd gehoord nopens andere feiten dan deze waarnaar de beschikking van 23 oktober 2009 verwees; - de bij beschikking van 2 november 2009 genomen maatregel van schorsing werd genomen op grond van zowel de tuchtrechtelijke als de strafrechtelijke feiten die de eiseres worden ten laste gelegd.
- De bestreden beschikking van 2 november 2009, die mede werd genomen op grond van de tuchtrechtelijke feiten, die niet werden vermeld in de oproeping en waaromtrent niet blijkt dat de eiseres werd gehoord, is dan ook onregelmatig. Bovendien legt bedoelde beschikking een inhouding van de wedde op, zonder dat deze facultatieve maatregel op enigerlei wijze werd gemotiveerd.
- Deze onregelmatigheden, waarbij het recht van verdediging van de eiseres werd miskend, hebben de nietigheid van de bestreden beschikking tot gevolg.
- Anders dan wanneer de betrokkene niet werd gehoord, hetgeen krachtens het bepaalde in het artikel 406, §1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek het nemen van een ordemaatregel in de weg staat, dient het Hof ter zake ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep zelf te oordelen over de grond van de zaak.
- Meer dan twee maanden na de eerste schorsing van de eiseres, bevat het dossier wat betreft de strafvervolging lastens de eiseres, afgezien van voorheen opgestelde processen-verbaal, enkel de persmededeling van 27 augustus 2009, waarbij wordt gesteld dat de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel ingevolge de injunctie van de minister van Justitie, de eerste voorzitter van dit hof heeft verzocht een onderzoeksmagistraat aan te wijzen om een gerechtelijk onderzoek te voeren lastens de eiseres uit hoofde van feiten van passieve omkoping, valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken, gepleegd als dader of mededader. Het Hof treft in het dossier geen stuk aan waaruit de effectieve aanwijzing van een onderzoeksmagistraat door de eerste voorzitter van het hof van beroep blijkt. Voorts blijft het Hof in die omstandigheden volledig in het ongewisse met betrekking tot de strafvervolging.
- Ook wat het tuchtonderzoek betreft blijft het Hof volledig in het ongewisse. De aanvankelijke beschikking van 25 augustus 2009 verwees op dat vlak naar het feit dat de eiseres bij vonnis van de vijfde kamer van de rechtbank van koophandel te Brussel van 19 juni 2009 de heer L. V. als deskundige had aangewezen, terwijl deze laatste via een van zijn vennootschappen een belangrijke onbetaalde schuldeiser van de eiseres is. Buiten dit precieze feit en de resultaten van voorheen gevoerde tuchtrechtelijke onderzoeken, bevat het voorliggend dossier geen elementen die toelaten over de opportuniteit van een nieuwe maatregel van schorsing te oordelen. Zo kan bijvoorbeeld niet uitgemaakt worden welke andere feiten het voorwerp zijn van het tuchtonderzoek en zijn er ook geen elementen beschikbaar met betrekking tot de voortgang van het tuchtonderzoek en de vooruitzichten wat betreft de voltooiing ervan.
- Gelet op het vorenstaande kan het Hof geen nieuwe ordemaatregel in het belang van de dienst nemen. Dictum Het Hof, Zitting houdende in hoger beroep; Voegt de zaken D.09.0019.N en D.09.0020.N.; Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk en in de volgende mate gegrond: Verklaart de bestreden beschikking van 23 oktober 2009 vervallen. Vernietigt de bestreden beschikking van 2 november 2009 en, opnieuw rechtdoende, Zegt dat het Hof in de gestelde omstandigheden geen nieuwe ordemaatregel kan nemen. Laat de kosten ten laste van de Staat. De kosten zijn begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 19 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091119.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090917.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div