← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.2 Rolnummer: P.08.1519.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 414 - laatst gezien 2026-07-02 20:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit het verband tussen de artikelen 19.1 van de verordening (E.E.G.) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, 1, eerste lid, en 2, § 1, eerste en tweede lid, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, en 18, §§ 1, 2 en 19 van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (E.E.G.) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, volgt dat artikel 18, § 1 van voornoemd koninklijk besluit van 14 juli 2005, in de versie van toepassing vóór 11 april 2007, zowel van toepassing is op overtredingen van de verordening (E.E.G.) nr. 3821/85 in België begaan als op overtredingen in het buitenland begaan

(1).
(1)Zie Cass., 20 jan. 2009, AR P.08.1785.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.8, A.C., 2009, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Verordening (E.E.G.) nr. 3821/85 - Controleapparaat in het wegvervoer - Overtreding - Artikel 18, § 1 van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 in de versie vóór 11 april 2007 - Werking in de ruimte Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Werking in de tijd en in de ruimte Vrije woorden: Werking in de ruimte - Artikel 18, § 1 van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 in de versie vóór 11 april 2007 - Verordening (E.E.G.) nr. 3821/85 - Controleapparaat in het wegvervoer - Overtredingen in België en in het buitenland - Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.08.1519.N ARBEIDSAUDITEUR BIJ DE ARBEIDSRECHTBANK TE BRUSSEL, eiser, tegen
  2. D. J. A. P beklaagde,
  3. G. S. S. S beklaagde,
  4. G. V beklaagde,
  5. INTERNATIONAL VANSCHOONBEEK - VAN GRIEKEN nv, met zetel te 3400 Landen, Industriepark Roosveld 1, beklaagde en civielrechtelijk aansprakelijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 4 september 2008, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 22 januari
  6. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 18, § 1, van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (verder: Verordening (EEG) nr. 3821/85), zoals van toepassing vóór 11 april 2007, en artikel 2, § 1, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg: het vonnis oordeelt onterecht dat alleen buiten België gepleegde inbreuken op Verordening (EEG) nr. 3821/85 strafbaar zijn en spreekt de verweerders op grond hiervan vrij voor de hen ten laste gelegde inbreuken op die verordening.
  8. Krachtens artikel 19.1 Verordening (EEG) nr. 3821/85, stellen de lidstaten, na raadpleging van de Commissie, tijdig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening, en hebben deze bepalingen onder andere betrekking op de organisatie, de procedure en de controlemiddelen, alsmede op de sancties die bij overtreding kunnen worden toegepast. Uit die bepaling volgt dat de wetgever ertoe verplicht is te voorzien in sancties voor overtreding van de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 3821/
  9. Volgens artikel 1, eerste lid, van de voornoemde wet van 18 februari 1969 kan de Koning, bij in ministerraad overlegd besluit, inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en uit de krachtens deze wet genomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden. Volgens artikel 2, § 1, eerste lid en tweede lid, van die wet, worden de overtredingen van de besluiten die genomen werden bij toepassing van artikel 1 van deze wet gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en een geldboete van vijftig tot tienduizend euro, of slechts één van beide straffen, onverminderd de eventuele schadevergoeding en zijn de bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, toepasselijk op deze overtredingen.
  10. Artikel 18, § 1, van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer, in de versie van toepassing vóór 11 april 2007, bepaalt dat de op het grondgebied van een ander land begane overtredingen worden vastgesteld en strafbaar zijn overeenkomstig de vigerende wetten en reglementen. Zij worden bestraft op basis van artikel 2 van de wet van 18 februari 1969 of van artikel 4 van de wet van 21 juni 1985, naargelang werd gefraudeerd in verband met het gebruik van het controleapparaat of met de technische karakteristieken ervan. Die bepaling sluit niet uit dat zij ook van toepassing is op overtredingen in België begaan.
  11. Uit het verslag aan de Koning bij voormeld koninklijk besluit van 14 juli 2005 blijkt dat dit besluit beoogt Verordening (EEG) nr. 3821/85 onverkort ten uitvoer te leggen. Artikel 18, § 2, van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 bepaalt dat het personeel van het operationele kader van de federale politie en van de lokale politie, de ambtenaren van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en van het Directoraat-generaal Vervoer te Land, belast met een mandaat van gerechtelijke politie, de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen en de sociale inspecteurs en sociale controleurs die toezien op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, belast worden met het opsporen en vaststellen van de inbreuken op dit besluit. Verder vult artikel 19 van dit besluit artikel 2, 1°, punt h, aan van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, met een aantal inbreuken op Verordening (EEG) nr 3821/85 die ook aanleiding kunnen geven tot een voorstel van onmiddellijke inning en bepaalt het de bedragen ervan. De voormelde bepalingen inzake het opsporen en vaststellen van de inbreuken op het koninklijk besluit van 14 juli 2005 en betreffende de inning en consignatie van een som bij het vaststellen van sommige van die inbreuken, hebben geen werkelijke betekenis indien dit besluit niet van toepassing zou zijn op overtredingen in België begaan. Uit het verband tussen alle voormelde bepalingen volgt aldus dat artikel 18, § 1, van voornoemd koninklijk besluit van 14 juli 2005, in de versie van toepassing vóór 11 april 2007, zowel van toepassing is op overtredingen van Verordening (EEG) nr. 3821/85 in België begaan als op overtredingen in het buitenland begaan.
  12. Het bestreden vonnis spreekt de verweerders vrij voor de hen ten laste gelegde inbreuken op de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 3821/
  13. Het grondt die beslissing op de redenen dat overtredingen van Verordening (EEG) nr. 3821/85 en het koninklijk besluit van 14 juli 2005, begaan op het Belgische grondgebied in de periode tussen 26 juli 2005 en 11 april 2007, niet strafbaar waren en de eiser niet aantoont dat er overtredingen werden gepleegd op het grondgebied van andere lidstaten. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Vierde middel
  14. Het middel voert schending aan van de artikelen 5, 40 en 41 Strafwetboek: het bestreden vonnis legt de vierde verweerster die een rechtspersoon is, een vervangende gevangenisstraf op.
  15. De eiser heeft zijn cassatieberoep uitdrukkelijk beperkt tot de gedeeltelijke vrijspraak van de vierde verweerster voor de telastlegging G2, namelijk in zoverre deze betrekking heeft op inbreuken gepleegd op Verordening (EEG) nr. 3821/
  16. Het middel dat gericht is tegen een beslissing waartegen geen cassatieberoep is ingesteld, is niet ontvankelijk. Overige middelen
  17. De overige middelen die niet tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de verweerders vrijspreekt voor de feiten van de telastleggingen die betrekking hebben op inbreuken op de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 3821/
  18. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Brussel, zitting houdende in hoger beroep, anders samengesteld. Begroot de kosten op 145,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 24 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090120.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.