← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.4 Rolnummer: P.09.0278.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 834 - laatst gezien 2026-07-02 20:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 149, § 1 Stedenbouwdecreet 1999, dat bepaalt dat de rechtbank, benevens de straf, op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen kan bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, houdt niet in dat de plaats moet worden hersteld in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond; het herstel van de plaats in de vorige toestand kan ook inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken zonder dat de constructie die er vóór de bouwovertreding op die plaats stond, behouden blijft

(1).
(1)Cass., 4 april 2000, AR P.98.0697.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000404.23, A.C., 2000, nr. 221; 5 juni 2001, AR P.99.1455.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.4, A.C., 2001, nr. 331; 13 sept. 2005, AR P.05.0479.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.39, A.C., 2005, nr. 428. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Bevel om de plaats in de vorige staat te herstellen - Vorige staat Fiches 2 - 3 De vaststelling dat het herstel in de oorspronkelijk toestand een "straf" is in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M., brengt enkel mee dat de waarborgen van die bepaling moeten worden in acht genomen; zij heeft niet tot gevolg dat die maatregel in de Belgische wetgeving van strafrechtelijke aard is zodat de algemene bepalingen van het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht erop toepassing moeten vinden
(1).
(1)Zie Cass., 14 juni 2006, AR P.05.1632.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060614.13, A.C., 2006, nr. 329; 28 okt. 2008, AR P.08.0880.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.6, A.C., 2008, nr. 590; 4 nov. 2008, AR P.08.0081.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2, A.C., 2008, nr. 608 met concl. eerste adv.-gen. De Swaef; 17 feb. 2009, AR P.08.1587.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.10, A.C., 2009, nr. 131; 9 juni 2009, AR P.09.0023.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.3, A.C., 2009, nr. ...; Zie ook Arbitragehof, 2 maart 1995, nr. 18/95, overweging B.3, AA 1995, 299. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Herstelvordering - Herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand - Straf in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Redelijke termijn - Overschrijding - Stedenbouw - Herstelvordering - Herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand - Straf in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M. Fiches 4 - 5 Wanneer de beklaagde de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf op zijn eigendom betwist, meer bepaald wat de evenredigheid van de aan dat misdrijf te verbinden herstelmaatregel betreft, moet deze maatregel in ieder geval worden beoordeeld in het licht van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol E.V.R.M.
(1).
(1)E.H.R.M., 29 april 2008, Brosset-Triboulet e.a. t/ Frankrijk, nr. 34078/02, www.echr.coe.int; E.H.R.M., 29 april 2008 Depalle t/ Frankrijk, nr. 34044/02, www.echr.coe.int; Cass., 24 nov. 2009, AR P.09.0944.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.6, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Betwisting omtrent het evenredig karakter van de sanctie - Beoordeling - Artikel 1, Eerste Aanvullend Protocol E.V.R.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Artikel 1, Eerste Aanvullend Protocol E.V.R.M. - Stedenbouw - Herstelmaatregel - Betwisting omtrent het evenredig karakter van de sanctie - Beoordeling Fiches 6 - 7 De wettigheid van de herstelvordering wordt mede bepaald door artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol E.V.R.M., waarvan het tweede lid bepaalt dat het recht op ongestoord genot van een eigendom op geen enkele wijze het recht aantast dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang, zodat de Staat een ruime appreciatiebevoegdheid geniet bij het treffen van maatregelen met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de milieubescherming en het aan de overheden toekomt in te grijpen om te voorkomen dat de maatregelen die ze getroffen hebben ter bescherming van de ruimtelijke ordening en het milieu, hun nut verliezen; daartoe is het mogelijk dat het eigendomsrecht beperkt wordt, maar het gunstig gevolg van de maatregel voor de goede ruimtelijke ordening dient evenredig te zijn tot de last die eruit voorvloeit voor de overtreder
(1).
(1)E.H.R.M., 27 nov. 2007, Hamer t/ België, nr. 21861/03, inzonderheid r.o. 78, 80 en 82. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALGEMEEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Maatregelen betreffende de ruimtelijke ordening en de milieubescherming - Appreciatiebevoegdheid van de Staat - Draagwijdte Thesaurus CAS: STAAT UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Bevoegdheid - Maatregelen betreffende de ruimtelijke ordening en de milieubescherming - Appreciatiebevoegdheid - Draagwijdte Fiches 8 - 9 Artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 geeft het bestuur de bevoegdheid een herstelbeleid te voeren: het bestuur beslist of het al dan niet een herstelmaatregel zal vorderen en indien het beslist een herstelmaatregel te vorderen, beschikt het over de keuze tussen drie mogelijke herstelmaatregelen binnen de grenzen en de modaliteiten die nader bij voornoemd artikel 149 zijn bepaald; deze wettelijk bepaalde keuzemogelijkheid houdt een appreciatie- en beleidsbevoegdheid in voor het bestuur en de rechter moet die krachtens het beginsel der scheiding der machten, zoals vervat in de artikelen 36, 37 en 40 Grondwet, eerbiedigen
(1).
(1)Zie Cass., 23 sept. 2008, AR P.08.0280.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.5, A.C., 2008, nr. 195; 4 nov. 2008, AR P.08.0081.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2, A.C., 2008, nr. 608 met concl. eerste adv.-gen. De Swaef. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Herstelbeleid - Keuzemogelijkheid - Appreciatie- en beleidsbevoegdheid van het bestuur - Gevolg voor de rechter Thesaurus CAS: MACHTEN - RECHTERLIJKE MACHT UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Strafzaken - Stedenbouw - Herstelvordering - Herstelbeleid - Keuzemogelijkheid - Appreciatie- en beleidsbevoegdheid van het bestuur - Gevolg voor de rechter Fiche 10 Krachtens artikel 159 Grondwet moet de rechter nagaan of de beslissing van de stedenbouwkundige inspecteur om een bepaalde herstelmaatregel te vorderen, uitsluitend met het oog op de goede ruimtelijke ordening is genomen; wanneer de wettigheid van de herstelvordering wordt aangevochten, moet de rechter in het bijzonder nagaan of die vordering niet kennelijk onredelijk is, meer bepaald of het voordeel van de gevorderde herstelmaatregel ter behoud van een goede ruimtelijke ordening opweegt tegen de last die daaruit voor de overtreder voortvloeit
(1).
(1)E.H.R.M., 27 nov. 2007, Hamer t/ België, nr. 21861/03, inzonderheid r.o. 78, 80 en 82. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Herstelvordering - Redelijkheid van de gevorderde herstelmaatregel - Beoordeling door de rechter - Criteria Fiche 11 Inzake stedenbouw kan de rechter niet zelf de redelijke herstelmaatregel bepalen, maar enkel oordelen of het bestuur in redelijkheid is kunnen komen tot de beslissing een bepaalde wijze van herstel te vorderen; rekening houdend met de appreciatie- en beleidsbevoegdheid van het bestuur kan de rechter die beslissing slechts marginaal toetsen
(1).
(1)E.H.R.M., 27 nov. 2007, Hamer t/ België, nr. 21861/03, inzonderheid r.o. 78, 80 en 82. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Herstelvordering - Beoordeling door de rechter Fiche 12 De rechter die overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol E.V.R.M. vaststelt dat het door de overheid gevorderde herstel beantwoordt aan het vereiste rechtmatig evenwicht tussen een goede ruimtelijke ordening en het recht op ongestoord genot van de eigendom door de overtreder, vermag niet op grond van artikel 6 E.V.R.M. zich in te laten met het beleid van het bestuur door niettemin diens redelijk verantwoorde herstelvordering te verwerpen om de enkele reden dat een andere maatregel hem persoonlijk beter aangepast lijkt
(1).
(1)Zie Cass., 24 nov. 2009, AR P.09.0944.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.6, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Bepaling van de herstelmaatregel - Beleids- en appreciatiebevoegdheid van het bestuur - Bevoegdheid van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.09.0278.N
  1. W. J. A. G beklaagde,
  2. F. J. G. L beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50 bus 1, eiser tot herstel, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 januari
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. De eisers worden "wat betreft de verharding in klinkers en stenen rond gans het gebouw met een gemiddelde breedte van 4 m" slechts schuldig verklaard in de mate het feit gepleegd werd vanaf 1 mei
  5. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing dat de eisers niet schuldig worden verklaard aan dat feit, gepleegd van 4 augustus 1993 tot en met 30 april 2000, zijn zij bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  6. Het arrest verklaart verder de herstelvordering zonder voorwerp met betrekking tot de carport, de schapenstal, de ronde tent in tentzeil gebruikt als bergruimte, de grote metalen ton, het afdak voor landbouwalaam en een stapeling van bouwmaterialen en bouwafval. In zoverre ze tegen die beslissingen ingesteld zijn, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang evenmin ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek, artikel 182 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 146 en 149 Stedenbouwdecreet 1999: de appelrechters geven een onmogelijke interpretatie van de omschrijving van de eerste wederrechtelijke constructie, zoals bepaald in de inleidende dagvaarding; daardoor beoordelen zij ten onrechte instandhoudingswerken waarvoor zij niet gevat waren, en leggen zij ten onrechte het daaraan gekoppelde herstel op.
  8. Met de in het middel vermelde redenen geven de appelrechters van de inleidende dagvaarding een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  9. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde miskenning van bewijskracht van de dagvaarding. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 146 en 149 Stedenbouwdecreet 1999: het arrest is niet wettig verantwoord in de mate dat het de schuld van de eisers en de herstelvordering beoordeelt op grond van vaststellingen van 4 augustus 1993 en 27 augustus 1994, daar op 5 september 1995 vaststond dat op dat ogenblik de plaats in de oorspronkelijke staat was hersteld en hierdoor elke instandhouding van de in 1993 en 1994, vastgestelde werken aan de schuur en stallingen was uitgesloten.
  11. De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat: - de werken waarvoor de eisers werden veroordeeld bij arrest van 25 juni 1993 en waarvoor een herstelvordering werd bevolen, betrekking hebben op andere werken, uitgevoerd aan de schuur met bijhorende stal; - de gemachtigde ambtenaar op 5 september 1995 bevestigt dat de schuur hersteld is en het bijgebouw afgebroken werd conform het arrest van 25 juni 1993; - de vaststellingen op 4 augustus 1993 en 27 augustus 1994 andere werken betreffen dan deze waarvoor de eisers definitief veroordeeld zijn bij arrest van 25 juni 1993 en de thans te beoordelen werken geen werken zijn in uitvoering van de herstelvordering, opgelegd bij datzelfde arrest. De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: de omstandigheid dat de procedure vanaf het indienen van de herstelvordering van de stedenbouwkundig inspecteur op 19 juni 2003 een normaal verloop heeft gekend, laat niet toe de daaraan voorafgaande leemtes van tweemaal meer dan vier jaar te verklaren; minstens met betrekking tot de feiten van instandhouding van de uitbreiding van het woongedeelte die reeds in augustus 1993 was vastgesteld, kon derhalve niet geoordeeld worden dat de redelijke termijn niet was overschreden.
  13. De rechter oordeelt onaantastbaar of de redelijke termijn voor de berechting van de zaak, waarop elke beklaagde recht heeft, al dan niet is overschreden. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij vaststelt, wettig heeft kunnen afleiden dat die redelijke termijn al dan niet is overschreden.
  14. De appelrechters stellen vast dat: - het tijdsverloop tussen de vaststellingen en het indienen van de herstelvordering door de stedenbouwkundig inspecteur te wijten is aan de houding van de eisers zelf die telkens opnieuw andere werken uitvoerden zonder te beschikken over een vergunning; - de eisers zelf verklaren dat zij de werken uitvoerden tussen 1992 en
  15. Met de redenen die betrekking hebben op de redelijke termijn, hebben de appelrechters wettig kunnen oordelen dat die redelijke termijn niet is overschreden. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel Eerste onderdeel
  16. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt het verweer van de eisers niet dat de vordering tot volledige afbraak disproportioneel is wegens de vroeger bestaande toestand met constructies.
  17. De rechter hoeft niet te antwoorden op argumenten die aangevoerd worden ter ondersteuning van een middel, maar die afzonderlijk genomen geen middel uitmaken. De in het onderdeel vermelde argumenten werden door de eisers enkel aangevoerd ter ondersteuning van hun verweer dat de gevorderde herstelmaatregel kennelijk onredelijk is. De appelrechters dienden niet elk argument afzonderlijk te beantwoorden.
  18. Met verwijzing naar de bestemming als natuurgebied waarvoor het de bedoeling is dat de bestaande bebouwing uitdooft na verloop van tijd en enkel vergunning kan verkregen worden voor instandhoudingswerken aan de bestaande gebouwen, en naar de schadelijke gevolgen van de onvergunde situatie die de eisers hebben tot stand gebracht, beantwoorden de appelrechters eisers' verweer met betrekking tot het onredelijk karakter van de herstelvordering. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  19. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van artikel 3 Wet Motivering Bestuurshandelingen: het arrest maakt geen gewag van de inhoud van het andersluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid en antwoordt niet op eisers' verweer dat daarop gesteund was.
  20. Met de redenen die zij vermelden (arrest, p. 18 en 19), oordelen de appelrechters dat de herstelvordering tijdig is ingesteld en op afdoende wijze gemotiveerd is vanuit de noodwendigheden van een goede ruimtelijke ordening. Aldus beantwoorden de appelrechters het verweer van de eisers en verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
  21. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999: het arrest willigt een herstelmaatregel in die verder strekt dan het herstel in de oorspronkelijke staat.
  22. De herstelmaatregel, bedoeld in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, bepaalt dat de rechtbank benevens de straf, op vordering van de gemachtigde ambtenaar, thans stedenbouwkundig inspecteur, of van het college van burgemeester en schepenen beveelt de plaats in de vorige toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken. Die bepaling houdt niet in dat de plaats moet worden hersteld in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond. Het herstel van de plaats in de vorige toestand kan ook inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken zonder dat de constructie die er vóór de bouwovertreding op die plaats stond, behouden blijft. Het onderdeel faalt naar recht. Vierde onderdeel
  23. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 7 EVRM en artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999: het arrest miskent het strafrechtelijk karakter van de herstelmaatregel en de hieraan gekoppelde gevolgen op het vlak van de rechtsmacht van de rechter door de gevorderde herstelmaatregel in te willigen zonder na te gaan of de concrete omstandigheden van de zaak geen minder ingrijpend herstel noodzakelijk maakten of verantwoordden.
  24. Artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "Naast de straf kan de rechtbank bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen. Dit gebeurt op de vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen op wier grondgebied de werken, handelingen of wijzigingen, bedoeld in artikel 146, werden uitgevoerd. Indien deze inbreuken dateren van [...] is voorafgaand een eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid vereist."
  25. De vaststelling dat het herstel in de oorspronkelijke toestand een "straf" is in de zin van artikel 6.1 EVRM, brengt enkel mee dat de waarborgen van die bepaling moeten worden in acht genomen. Zij heeft niet tot gevolg dat die maatregel in de Belgische wetgeving van strafrechtelijke aard is zodat de algemene bepalingen van het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht erop toepassing moeten vinden.
  26. Wanneer de beklaagde (evenwel) de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf voor zijn eigendom betwist, meer bepaald wat de evenredigheid van de aan dat misdrijf te verbinden herstelmaatregel betreft, moet deze maatregel in ieder geval worden beoordeeld in het licht van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM.
  27. De wettigheid van de herstelvordering wordt mede bepaald door artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM waarvan het tweede lid bepaalt dat het recht op ongestoord genot van een eigendom op geen enkele wijze het recht aantast dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang. De Staat geniet een ruime appreciatiebevoegdheid bij het treffen van maatregelen met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de milieubescherming. Het komt aan de overheden toe in te grijpen om te voorkomen dat de maatregelen die ze getroffen hebben ter bescherming van de ruimtelijke ordening en het milieu, hun nut verliezen. Daartoe is het mogelijk dat het eigendomsrecht beperkt wordt. Het gunstig gevolg van de maatregel voor een goede ruimtelijke ordening dient echter evenredig te zijn tot de last die eruit voortvloeit voor de overtreder.
  28. De decreetgever heeft de vordering tot het nemen van de in artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 voorgeschreven herstelmaatregelen ingevoerd met het oog op de vrijwaring van een goede ruimtelijke ordening. Hij heeft het van essentieel belang geacht dat de keuze van de gepaste maatregel wordt overgelaten aan de overheid die oordeelt op grond van het algemeen belang. Daarom kunnen de herstelmaatregelen slechts worden bevolen op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of het college van burgemeester en schepenen. Hun optreden steunt op hun wettelijke opdracht om het algemeen stedenbouwkundig belang te behartigen.
  29. Artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 geeft het bestuur de bevoegdheid een herstelbeleid te voeren: het bestuur beslist of het al dan niet een herstelmaatregel zal vorderen; indien het beslist een herstelmaatregel te vorderen, beschikt het over de keuze tussen drie mogelijke herstelmaatregelen binnen de grenzen en de modaliteiten die nader bij voornoemd artikel 149 zijn bepaald. Deze wettelijk bepaalde keuzemogelijkheid houdt een appreciatie- en beleidsbevoegdheid in voor het bestuur. De rechter moet die krachtens het beginsel der scheiding der machten, zoals vervat in de artikelen 36, 37 en 40 Grondwet, eerbiedigen.
  30. Krachtens artikel 159 Grondwet moet de rechter nagaan of de beslissing van de stedenbouwkundig inspecteur om een bepaalde herstelmaatregel te vorderen, uitsluitend met het oog op de goede ruimtelijke ordening is genomen. Wanneer de wettigheid van de herstelvordering wordt aangevochten, moet de rechter in het bijzonder nagaan of die vordering niet kennelijk onredelijk is, meer bepaald of het voordeel van de gevorderde herstelmaatregel ter behoud van een goede ruimtelijke ordening opweegt tegen de last die daaruit voor de overtreder voortvloeit. De rechter kan niet zelf de redelijke herstelmaatregel bepalen maar enkel oordelen of het bestuur in redelijkheid is kunnen komen tot de beslissing een bepaalde wijze van herstel te vorderen. Rekening houdend met de appreciatie- en beleidsbevoegdheid van het bestuur kan de rechter die beslissing slechts marginaal toetsen. Aldus wijst hij de herstelvordering slechts af indien zij kennelijk onredelijk is. Het begrip ‘kennelijke onredelijkheid' is daarbij niet het criterium op basis waarvan de gevorderde herstelmaatregel wordt beoordeeld. Het brengt daarentegen de wijze tot uitdrukking waarop de rechter de bestuurlijke beslissing op zijn redelijkheid beoordeelt, namelijk met de terughoudendheid die de discretionaire bevoegdheid van het bestuur vereist.
  31. De rechter die overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM vaststelt dat het door de overheid gevorderde herstel beantwoordt aan het vereiste rechtmatig evenwicht tussen een goede ruimtelijke ordening en het recht op ongestoord genot van de eigendom door de overtreder, vermag niet op grond van artikel 6 EVRM zich in te laten met het beleid van het bestuur door niettemin diens redelijk verantwoorde herstelvordering te verwerpen om de enkele reden dat een andere maatregel hem persoonlijk beter aangepast lijkt. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de rechter krachtens zijn volle rechtsmacht zelf de toe te passen herstelmaatregel vrij moet kunnen bepalen en, ongeacht de beleidsruimte van het bestuur, de zelfs redelijke herstelvordering van het bevoegde bestuur moet kunnen hervormen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  32. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 119,82 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 24 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2014:ARR.20141119.7 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130208.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160623.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000404.23 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.39 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060614.13 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.5 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081028.6 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090217.10 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.6 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110111.6 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110927.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120424.3 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121106.5 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140114.1 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141125.3 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.2 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.