← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.5 Rolnummer: P.09.0942.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-12-02 Raadplegingen: 486 - laatst gezien 2026-07-02 20:55 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het naleven van de pleegvorm van artikel 149, § 4 Stedenbouwdecreet 1999, dat onder meer bepaalt dat de herstelvordering minstens de geldende voorschriften vermeldt, is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid, noch substantieel; dit geldt eveneens voor een verkeerde vermelding van de geldende voorschriften

(1).
(1)Zie Cass., 3 april 2007, AR P.06.1586.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.8, A.C., 2007, nr.
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Herstelvordering - Vermelding van de geldende voorschriften - Aard van deze verplichting Herstelvordering - Verkeerde vermelding van de geldende voorschriften Tekst van de beslissing Nr. P.09.0942.N
  2. SCHOONHOVEN bvba, met zetel te 3200 Aarschot, Diestsesteenweg 50, vertegenwoordigd door mr. Thierry Decoster, lasthebber ad hoc, met kantoor te 2800 Mechelen, Nekkerspoel 61, beklaagde,
  3. J. G. T beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Cies Gysen, advocaat bij de balie te Mechelen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 5 mei
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BELSISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 159 Grondwet, artikel 149, § 4, Stedenbouwdecreet 1999 en de artikelen 1, 2 en 3 Wet van 29 juli Motivering Bestuurshandelingen: het bestreden arrest had de herstelvordering nietig moeten verklaren wegens de verkeerde vermelding in deze vordering van de geldende voorschriften, zoals vereist door voormeld artikel 149, § 4; de appelrechters laten evenwel na de vordering aan dit artikel te toetsen; door de motivering van deze vordering te toetsen aan de kennis van de beklaagden eerder dan op haar juistheid, schenden zij ook artikel 159 Grondwet.
  6. Artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt onder meer dat de herstelvordering minstens de geldende voorschriften vermeldt.
  7. Het naleven van deze pleegvorm is evenwel niet voorgeschreven op straffe van nietigheid noch substantieel. Dit geldt eveneens voor een verkeerde vermelding van de geldende voorschriften.
  8. De appelrechters oordelen dat de eisers wel degelijk wisten om welk gewestplan het ging en de eisers hebben daarover hun verdediging gevoerd. Het bestuur heeft duidelijk zijn wil en redenen van de herstelvordering te kennen gegeven en de betrokkenen hebben daarover tegenspraak kunnen voeren.
  9. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat ondanks de verkeerde vermelding van het toepasselijke gewestplan, de motivering van de herstelvordering niet manifest onwettig is, naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM: de appelrechters oordelen ten onrechte dat hen geen opportuniteitsbeoordeling van het gevorderde herstel toekomt; het recht op een rechter met volle rechtsmacht laat deze evenwel toe een andere maatregel op te leggen dan deze die werd gevorderd, zonder daarmee in strijd te komen met de scheiding der machten.
  11. Wanneer de beklaagde de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf voor zijn eigendom betwist, inzonderheid wat de evenredigheid van de daaraan te verbinden herstelmaatregel betreft, moet deze in ieder geval worden beoordeeld in het licht van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM. De vrijwaring van een goede ruimtelijke ordening maakt immers deel uit van het algemeen belang tot verwezenlijking waarvan de Staat overeenkomstig het voornoemde artikel 1 Eerste Aanvullende Protocol EVRM het recht op eigendom mag beperken mits tussen de betrokken algemene en particuliere belangen een rechtmatig evenwicht wordt geëerbiedigd.
  12. Met betrekking tot de te vorderen herstelmaatregel verleent artikel 149 Stedenbouwdecreet 1999 aan het bestuur een beleids- en appreciatiebevoegdheid die de rechter krachtens het beginsel van de scheiding der machten, zoals vervat in de artikelen 36, 37 en 40 Grondwet, moet eerbiedigen.
  13. De rechter die overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel van artikel 1, Eerste Aanvullend Protocol EVRM vaststelt dat het gevorderde herstel aan het vereiste rechtmatig evenwicht tussen goede ruimtelijke ordening en de eigendom van de betrokkene beantwoordt, vermag niet op grond van artikel 6 EVRM zich te mengen in het beleid van het bestuur door diens redelijk verantwoorde herstelvordering te verwerpen, alleen omdat een andere maatregel hem meer aangepast lijkt. Het middel dat ervan uitgaat dat de rechter krachtens zijn "volle rechtsmacht" de zelfs redelijke herstelvorm van het bevoegde bestuur moet kunnen hervormen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 69,80 euro, waarvan de eisers 39,80 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 24 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.