id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.12 Rolnummer: C.08.0307.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-12-15 Raadplegingen: 252 - laatst gezien 2026-07-02 20:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het hof van beroep te Brussel dat met betrekking tot het beroepen vonnis van de rechtbank van koophandel te Brussel, dat in het Nederlands werd opgesteld, oordeelt dat de eerste rechter territoriaal niet bevoegd is maar wel de rechtbank van koophandel te Nijvel, dient de zaak te verwijzen naar de bevoegde rechter in hoger beroep, dit is de appelrechter van de rechter die in eerste aanleg bevoegd is; dit is weliswaar het hof van beroep te Brussel maar dan wel een civiele kamer van dit hof die kennis kan nemen van franstalige zaken
(1).
(1)In de geannoteerde zaak heeft het O.M. tot de gegrondheid van het middel geconcludeerd en tot vernietiging van het bestreden arrest (zonder verwijzing). Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Voorzitter rechtbank - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Regeling van rechtsgebied (burgerlijke zaken) GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Taal van de rechtspleging - Hof van beroep te Brussel - Kamer Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 643 Wet - 15-06-1935 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiche 2 Het hof van beroep te Brussel dat met betrekking tot het beroepen vonnis van de rechtbank van koophandel te Brussel, dat in het Nederlands werd opgesteld, oordeelt dat de eerste rechter territoriaal niet bevoegd is maar wel de rechtbank van koophandel te Nijvel, dient de zaak te verwijzen naar de bevoegde rechter in hoger beroep, dit is de appelrechter van de rechter die in eerste aanleg bevoegd is; dit is weliswaar het hof van beroep te Brussel maar dan wel een civiele kamer van dit hof die kennis kan nemen van franstalige zaken
(1).
(1)In de geannoteerde zaak heeft het O.M. tot de gegrondheid van het middel geconcludeerd en tot vernietiging van het bestreden arrest (zonder verwijzing). Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Voorzitter rechtbank - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Regeling van rechtsgebied (burgerlijke zaken) GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Taal van de rechtspleging - Hoger beroep - Hof van beroep te Brussel - Kamer Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 643 Wet - 15-06-1935 - Art. 24 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiche 3 De beslissing van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel waarbij, na mededeling van de procedurebundel tot herverdeling, geoordeeld wordt dat er geen reden tot herverdeling is naar een kamer van dit hof die kennis neemt van de zaken in het Frans, bindt de kamer naar wie de zaak verwezen is, waardoor ze hangend blijft voor de nederlandstalige kamer voor wie ze vastgesteld is
(1).
(1)In de geannoteerde zaak heeft het O.M. tot de gegrondheid van het middel geconcludeerd en tot vernietiging van het bestreden arrest(zonder verwijzing). Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Voorzitter rechtbank - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Regeling van rechtsgebied (burgerlijke zaken) GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Hof van beroep te Brussel - Verdeling van de zaken onder de kamers - Taal van de rechtspleging - Beschikking van de eerste voorzitter tot niet-herverdeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 88, § 2 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0307.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, met kantoor te 1000 Brussel, Gerechtsgebouw, Poelaertplein 1, eiser, inzake BE TWO, naamloze vennootschap, met zetel te 1070 Brussel, Heyvaertstraat 144, tegen T.E.P., besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1300 Waver, avenue Vésale
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 18 december 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Aangevochten beslissingen De 20ste kamer van het hof van beroep te Brussel heeft, bij arrest van 18 december 2006, het hoger beroep van de nv Be Two, vroeger nv Debremaeker & Maichle, en het incidenteel hoger beroep van de pvba T.E.P. ontvankelijk en het incidenteel hoger beroep gegrond verklaard, in volgende bewoordingen: "Vernietigt het vonnis, zegt dat de rechtbank van koophandel te Nijvel bevoegd was en deelt het dossier mede aan de eerste voorzitter van dit hof, tot herverdeling". De gevoerde procedure De naamloze vennootschap Be Two, vroeger nv Debremaeker & Maichle, heeft de pvba T.E.P. voor de rechtbank van koophandel te Brussel gedagvaard, op grond van de algemene regels inzake de territoriale bevoegdheid, bepaald bij artikel 664 van het Gerechtelijk Wetboek. Bij vonnis van 21 februari 2006 verklaarde de rechtbank van koophandel te Brussel zich bevoegd en, rechtsprekend over de grond van de zaak, wees ze de eisende partij van haar vordering af. De nv Be Two, vroeger nv Debremaeker & Maichle, tekende hoger beroep aan, terwijl de pvba T.E.P. incidenteel hoger beroep instelde omwille van het feit dat de rechtbank van koophandel te Brussel zich bevoegd verklaard had. Op de zitting van 7 november 2006 besliste het hof van beroep te Brussel, 20ste kamer, het debat te beperken tot de vraag over de territoriale bevoegdheid en het horen van de deskundige. Bij arrest van 18 december 2006 heeft het hof het bestreden vonnis vernietigd, omwille van het feit dat de rechtbank van koophandel te Brussel zich ten onrechte bevoegd verklaard had. In de laatste paragraaf van het motiverend gedeelte van het arrest kwam het hof tot het besluit dat de rechtbank van koophandel te Nijvel bevoegd was en dat de zaak naar de bevoegde rechter in hoger beroep diende verwezen te worden, dit is het hof van beroep te Brussel, voor een kamer die kennis neemt van zaken in het Frans. "Het is dus alleen een herverdeling" voegt het hof eraan toe. In het beschikkend gedeelte vernietigt het hof het vonnis, zegt het dat de rechtbank van koophandel te Nijvel bevoegd was en deelt het de procedurebundel mee aan de eerste voorzitter van dit hof, tot herverdeling. Bij beschikking van 9 maart 2007 heeft de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel, rechtsprekend over het incident bij toepassing van artikel 109, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gezegd dat er geen aanleiding was tot herverdeling van de zaak aan een kamer die kennis neemt van zaken in het Frans. Middelen De voorziening (Het cassatieberoep) ingediend door het openbaar ministerie is ontvankelijk ten opzichte van artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek gelet op het feit dat de openbare orde zijn tussenkomst vereist. De beslissing onderworpen aan de censuur van het Hof van Cassatie is in meerdere opzichten aanvechtbaar: - het arrest dat de zaak naar de eerste voorzitter verwijst voor herverdeling aan een franstalige kamer van het hof van beroep van Brussel miskent artikel 24 van de wet op het gebruik der talen, bepaling van openbare orde waar vermeld staat dat voor alle rechtsmachten in hoger beroep er, voor de procedure, gebruik wordt gemaakt van de taal waarin de aangevochten beslissing wordt opgesteld. Bij beschikking van 9 maart 2007 heeft de eerste voorzitter van het hof van beroep overigens geoordeeld dat een herverdeling om deze reden ongegrond was. Het arrest, door te beslissen dat de zaak aan een andere kamer van het hof dient te worden herverdeeld, miskent de draagwijdte van artikel 88, §2, van het Gerechtelijk Wetboek dat, onder de voorwaarden die erin bepaald worden ingeval van incidenten betreffende de verdeling van burgerlijke zaken tussen de kamers van een zelfde rechtsmacht, de rechter toelaat het dossier aan de voorzitter (in casu de eerste voorzitter) van de rechtsmacht voor te leggen teneinde hem in staat te stellen te beslissen of de herverdeling van de zaak gegrond is. Er dient opgemerkt te worden dat de toestand die veroorzaakt werd door deze twee beslissingen een onmogelijkheid creëert voor het hof van beroep om uitspraak te doen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1 Krachtens artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken wordt voor al de rechtscolleges in hoger beroep, voor de rechtspleging, de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld. De appelrechter heeft deze bepaling nageleefd door het hoger beroep gericht tegen het beroepen vonnis, dat in het Nederlands werd opgesteld, te behandelen en te beoordelen in het Nederlands.
- Gelet op de beslissing van de appelrechter dat de eerste rechter territoriaal niet bevoegd was maar wel de rechtbank van koophandel te Nijvel, diende hij met toepassing van artikel 643 van het Gerechtelijk Wetboek te bepalen voor welk rechtscollege de zaak verder moest worden behandeld. Krachtens voormeld artikel 643 dient de zaak verwezen naar de bevoegde rechter in hoger beroep, dit is de appelrechter van de rechter die in eerste aanleg bevoegd is. De appelrechter die te dezen bevoegd is in hoger beroep is weliswaar het hof van beroep te Brussel maar dan wel een civiele kamer van dit hof die kennis kan nemen van franstalige zaken. Door te beslissen dat de zaak verder moet worden behandeld door een franstalige kamer van het hof van beroep te Brussel, dit is de kamer die kennis neemt in dit hof van de hogere beroepen tegen de vonnissen van de rechtbank van koophandel te Nijvel, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat bij beschikking van 9 maart 2007 de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel geoordeeld heeft dat er geen reden was tot herverdeling naar een kamer van dit hof die kennis neemt van de zaken in het Frans. Die beslissing wordt niet bestreden en is evenmin ingetrokken of gewijzigd. Krachtens die beschikking die de kamer naar wie de zaak verwezen is bindt, blijft de zaak hangend voor de nederlandstalige kamer voor wie ze vastgesteld is. De verzoeker merkt op dat de toestand die veroorzaakt wordt door de bestreden beslissing en de beschikking van de eerste voorzitter een onmogelijkheid creëert voor het hof van beroep om uitspraak te doen, maar er wordt geen regeling van rechtsgebied gevraagd. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 26 november 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div