id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.15 Rolnummer: C.08.0619.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Overige Invoerdatum: 2009-12-15 Raadplegingen: 556 - laatst gezien 2026-07-03 00:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De registratiecommissies ingesteld op basis van artikel 10 van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, blijven, minstens voor de afhandeling van de aanvragen tot registratie en de verzoekschriften tot schrapping, waarover op 1 januari 2008 nog niet definitief is beslist, na die datum voortbestaan en kunnen ook verder in rechte optreden. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Rechtspleging hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Vrije woorden: Registratiecommissie aannemers - Aanvragen tot registratie en verzoekschriften tot schrapping - Werking in de tijd Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-12-2007 - Art. 36 Fiche 2 De door de eiser neergelegde akte van voorwaardelijke afstand zonder berusting van het cassatieberoep is zonder voorwerp geworden wanneer het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de verweerder ongegrond wordt bevonden. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Afstand UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Rechtspleging hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Vrije woorden: Ongegrond bevonden middel van niet-ontvankelijkheid Fiche 3 De registratiecommissie die per provincie beslist over de aanvragen tot registratie en de verzoekschriften tot schrapping van de aannemers heeft rechtspersoonlijkheid en kan alleen in rechte optreden. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Rechtspleging hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Vrije woorden: Registratiecommissie aannemers - Rechtspersoonlijkheid - Optreden in rechte Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 26-12-1998 - Art. 12, § 5 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 703, eerste en tweede lid Fiche 4 Het middel, dat globaal de schending aanvoert van verschillende wettelijke bepalingen, alsmede van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en vervolgens verschillende grieven ontwikkelt, maar niet aangeeft welke van die wetsbepalingen of algemeen rechtsbeginsel op elk van die onderscheiden grieven betrekking hebben, is onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk
(1).
(1)Cass., 29 april 1994, AR F.2009.N, A.C., 1994, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Vereiste vermeldingen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Rechtspleging hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Vrije woorden: Onnauwkeurig middel - Begrip - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. C.08.0619.N REGISTRATIECOMMISSIE PROVINCIE ANTWERPEN, met zetel te 2000 Antwerpen 1, Italiëlei 4, bus 14, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A.V.L. SERVICE, naamloze vennootschap, met zetel te 2060 Antwerpen, Slachthuislaan 80, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 9 september 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 401, inzonderheid §2, tweede lid, in de versie van toepassing vóór de wijziging ervan door artikel 140, 2°, van de programmawet van 27 april 2007, WIB92; - de artikelen 10, 11 en 12, § 5, van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404, en 406 WIB92 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals dat van kracht was vóór de opheffing ervan bij koninklijk besluit van 27 december 2007 van de uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 WIB; - voor zoveel als nodig, artikel 30bis, §2, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie van toepassing vóór de vervanging ervan door artikel 55 van de programmawet van 27 april
- Aangevochten beslissingen In de bestreden beslissing verklaart het hof van beroep, recht sprekend over de vordering van de verweerster tot vernietiging van de schrapping van haar registratienummer, het hoger beroep van de verweerster ontvankelijk, op grond van alle motieven waarop de beslissing steunt, die hier beschouwd worden integraal te zijn hernomen, en in het bijzonder op de volgende overwegingen: "(De eiseres) stelt dat de vordering van (de verweerster) in graad van beroep niet ontvankelijk is omdat in het verzoekschrift de voorzitter van de registratiecommissie, die op grond van artikel 12, §5, van het KB van 26 december 1998 de registratiecommis¬sie in rechte vertegenwoordigt, niet werd vermeld. Het hof oordeelt dat met betrekking tot rechtspersonen geen enkele wettelijke bepaling verplicht tot het vermelden van de bevoegde procesvertegenwoordiger of van het orgaan dat bevoegd is om in rechte op te treden. Het hoger beroep is bijgevolg ontvankelijk. Grieven 1.
- Artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechtsvordering niet kan worden toegelaten indien de eiser geen hoedanigheid heeft om ze in te dienen. Ook de verweerder dient de hoedanigheid te hebben om in rechte aangesproken te worden. De tegen een bepaalde verweerder ingestelde vordering is ontoelaatbaar wegens gebrek aan hoedanigheid van de verweerder, indien deze niet zelf bevoegd is over het aangevoerde recht te beschikken en evenmin de bevoegdheid heeft om in rechte de beschikkingsbevoeg¬de partij te vertegenwoordigen en zelf op te treden. De afwezigheid aan hoedanigheid wordt bestraft met de niet-ontvankelijkheid van de vorde¬ring en kan op ieder ogenblik, en derhalve ook voor het eerst in hoger beroep, worden ingeroepen. 1.
- Op grond van de in deze zaak toepasselijke versies van de artikelen 401, §2, tweede lid, WIB92 en 30bis, §2, zesde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, kan tegen de beslissingen van de registratie-commissies een verhaal worden ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg. Krachtens artikel 12, §5, van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404, en 406 WIB92 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt de registra¬tiecommissie in rechte vertegenwoordigd en treedt zij op door haar voorzitter. De eiseres heeft dus niet de bevoegdheid zichzelf te vertegenwoordigen en zelf in rechte op te treden. Zij beschikt niet over de vereiste hoedanigheid om door de verweerster te worden gedag¬vaard of in rechte te worden aangesproken in hoger beroep. 1.
- Uit het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 21 december 2006 blijkt dat de verweerster haar vordering in hoger beroep stelde tegen de eiseres, zonder melding te maken van de voorzitter van de eiseres, die als enige bevoegd is de eiseres in rechte te vertegenwoordigen en door wie de eiseres wettelijk gehouden is in rechte op te treden. Het bestreden arrest stelt vast dat de eiseres aanvoerde dat de vordering van de verweerster in hoger beroep niet ontvankelijk is omdat in het verzoekschrift de voorzitter van de registratiecommissie niet werd vermeld. Door die stelling te verwerpen en het hoger beroep van de verweerster ontvankelijk te verkla¬ren op de overweging dat met betrekking tot rechtspersonen geen enkele wettelijke bepaling verplicht tot het vermelden van de bevoegde procesvertegenwoordiger of van het orgaan dat bevoegd is om in rechte op te treden, verantwoordt het bestreden arrest zijn beslissing niet naar recht. Conclusie Het hof van beroep beslist niet wettig dat het hoger beroep en de oorspronkelijke vordering van de verweerster ontvankelijk zijn op de overweging dat met betrekking tot rechtspersonen geen enkele wettelijke bepaling verplicht tot het vermelden van de bevoegde procesverte¬genwoordiger of van het orgaan dat bevoegd is om in rechte op te treden (schending van alle in de aanhef van het middels als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen). Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 6.1 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; - het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging; - artikel 9, tweede lid, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie; - artikel 7, §1, 1° en §2, artikel 8, 6° en artikel 9, §1, 4°, 15, van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404, en 406 WIB92 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke ze¬kerheid der arbeiders, zoals dat van kracht was vóór de opheffing ervan bij koninklijk besluit van 27 de¬cember 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de Inkomstenbe¬lastingen. Aangevochten beslissingen In de bestreden beslissing verklaart het hof van beroep, recht sprekend over de vordering van de verweerster tot vernietiging van de schrapping van haar registratienummer, het hoger beroep van de verweerster gegrond, op grond van alle motieven waarop de beslissing steunt, die hier beschouwd worden integraal te zijn hernomen, en in het bijzonder op de volgende overwegingen: "2.2.
- Het hof (van beroep) stelt vast dat het proces-verbaal van de sociale inspecteurs in zijn geheel deel uitmaakt van het hem door (de eiseres) overgelegd administratief dossier, maar dat de poststukken die moeten aantonen dat het proces-verbaal binnen een termijn van veertien dagen na de vaststelling van de overtreding aan (de verweerster) werd verzonden, pas op 30 mei 2005 aan het administratief dossier werden toegevoegd. (De eiseres) velde haar beslissing tot schrapping op 14 april 2005, hoorde (de verweerster) op 11 mei 2005 en bevestigde haar beslissing tot schrapping op 2 juni
- 2.2.
- Het hof (van beroep) oordeelt dat door de late voeging van die stukken aan het administratief dossier de rechten van verdediging van (de verweerster) werden geschonden. Het proces-verbaal heeft zoals gezegd immers maar bewijswaarde tot het bewijs van het tegendeel voor zover het tijdig aan de overtreder wordt bezorgd. Het bewijs van de kennisgeving van het proces-verbaal dient bijgevolg deel uit te maken van het administratief dossier waarvan de overtreder kennis neemt om zijn verde¬diging voor te bereiden wanneer de beslissing tot schrapping uitsluitend gebaseerd is op de vaststellingen van dit proces-verbaal. Immers, wanneer het proces-verbaal niet tijdig wordt verzonden, verliest het zijn bijzondere bewijswaarde en rust op de overtreder niet de last van het bewijs van het tegendeel. Nu in deze zaak uit het administratief dossier blijkt dat de bewijzen van de kennisge¬ving van het proces-verbaal pas aan het administratief werden toegevoegd nadat (de verweerster) werd gehoord, mocht ze ervan uitgaan dat ze het tegendeel van de mate¬riële vaststellingen die erin werden opgenomen niet diende te bewijzen. Door te beslissen zonder (de verweerster) voorafgaand de bewijsstukken van de kennisgeving van het proces-verbaal te bezorgen heeft (de eiseres) het recht van verdediging van (de verweerster) miskend. Het hof (van beroep) oordeelt dat deze schending van de rechten van verdediging de nietigheid tot gevolg heeft van de beslissing tot schrapping van de registratie van (de verweerster)". (...). Grieven 2.
- Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging kan een partij niet naar behoren worden berecht wanneer zij haar zaak niet volledig en in alle vrijheid heeft kunnen verdedigen en wanneer zij het onderwerp van de vordering van de tegenpartij, haar middelen en de tot staving ervan overgelegde stukken niet kent, wat impliceert dat het debat voor de uitspraak op tegenspraak is verlopen. Artikel 9, tweede lid, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie, hieronder afgekort als de Arbeidsinspectiewet, bepaalt dat de processen-verbaal van de sociale inspecteurs bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is voor zover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder binnen een termijn van veertien dagen, die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. De bedoeling van die kennisgeving bestaat erin de overtreder de gelegenheid te geven de inhoud van het proces-verbaal te kennen en zijn verweer tegen de beslissing die erop is gesteund, voor te bereiden. 2.1.
- Noch de eerbiediging van het recht van verdediging van de overtreder, noch artikel 9 van de Arbeidsinspectiewet of enige andere in deze zaak van toepassing zijnde rechtsnorm vereist dat de overtreder kennis moet kunnen nemen van de bewijsstukken die aantonen dat hem een afschrift van het proces-verbaal werd bezorgd binnen de in artikel 9, tweede lid, van de Arbeidsinspectiewet bepaalde termijn wanneer de beslissing tot schrapping van het regi¬stratienummer van de overtreder die een aannemer is, uitsluitend op de vaststellingen van dit proces-verbaal is gesteund. De kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder en het tijdstip waarop dat gebeurt, zijn feiten waarvan de overtreder logischerwijze op de hoogte is. Bovendien kan de overtreder zich met betrekking tot (het bewijs van) de tijdige kennisgeving van dat afschrift te allen tijde volledig en in alle vrijheid verdedigen. Zo kan hij op de hoorzit¬ting van de registratiecommissie de naleving van de vormvoorwaarde van artikel 9, tweede lid, van de Arbeidsinspectiewet vrij tegenspreken. 2.1.
- In elk geval vereist noch de eerbiediging van het recht van verdediging van de over¬treder, noch artikel 9 van de Arbeidsinspectiewet of enige andere in deze zaak van toepas¬sing zijnde rechtsnorm dat de overtreder kennis moet kunnen nemen van de bewijsstukken die aantonen dat hem een afschrift van het proces-verbaal werd bezorgd binnen de in artikel 9, tweede lid, van de Arbeidsinspectiewet bepaalde termijn, voordat hij door de registratie-commissie wordt gehoord of uiterlijk voordat de registratiecommissie beslist de schrapping van zijn registratienummer te bevestigen. Om te beoordelen of het recht van verdediging werd geëerbiedigd en een zaak eerlijk is behandeld in de zin van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, moet immers worden onderzocht of de zaak, in haar geheel, is behandeld in een eerlijk proces. Minstens tijdens de gerechtelijke procedure die wordt gevoerd na het verhaal dat door de overtreder wordt ingesteld op grond van artikel 401, §2, tweede lid, WIB92 kan de overtreder aanvoeren dat een afschrift van het proces-verbaal hem niet werd overgemaakt binnen de in artikel 9, tweede lid, van de Arbeidsinspec¬tiewet bepaalde termijn. De registratiecommissie moet de tijdige kennisgeving dan bewijzen en dus de nodige overtuigingsstukken voorleggen. Alleen als zij daarin niet slaagt, kan de rechter de bewijswaarde van het proces-verbaal vrij beoordelen. Aangezien de overtreder zijn zaak aldus voor de rechtbank volledig en in alle vrijheid kan verdedigen, met kennis van alle door de registratie overgelegde overtuigingsstukken, wordt zijn recht van verdediging niet miskend wanneer het bewijs van de kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal geen deel uitmaakt van het administratief dossier dat hij kan inzien om zijn verdediging op de hoorzitting voor te bereiden. 2.
- De overweging van het bestreden arrest dat het proces-verbaal slechts bewijswaarde heeft tot het bewijs van het tegendeel voor zover het tijdig aan de overtreder wordt bezorgd, zodat het bewijs van de kennisgeving van het proces-verbaal deel moet uitmaken van het administratief dossier waarvan de overtreder kennis neemt om zijn verdediging voor te bereiden wanneer de beslissing tot schrapping uitsluitend gebaseerd is op de vaststellingen van dit proces-verbaal, is geldt op wat hierboven, onder 2.1 werd uiteengezet, niet naar recht verantwoord. Het bestreden arrest stelt vast dat uit het administratief dossier blijkt dat de bewijzen van de kennisgeving van het proces-verbaal pas aan het administratief dossier werden toegevoegd nadat de verweerster door de eiseres werd gehoord, zodat de verweerster ervan mocht uitgaan dat zij het tegendeel van de materiële vaststellingen die erin werden opgenomen niet diende te bewijzen. Op die overweging beslist het arrest niet wettig dat de eiseres het recht van verdediging van de verweerster heeft miskend door te beslissen zonder de verweerster voorafgaand de bewijsstukken van de kennisgeving van het proces-verbaal te bezorgen en beslist het niet wettig dat die schending van de rechten van verdediging de nietigheid tot gevolg heeft van de beslissing tot schrapping van de registratie van de verweerster. Conclusie Door te beslissen dat het hoger beroep en de oorspronkelijke vordering van de verweerster gegrond zijn, de beslissing tot schrapping van de registratie van de verweerster te vernieti¬gen en de eiseres te verplichten aan de verweerster een nieuw registratienummer toe te kennen onder de verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 euro per dag vanaf de betekening van het tussengekomen arrest schendt het hof van beroep de in de aanhef van het middel als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen en algemeen rechtsbeginsel. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van niet ontvankelijkheid
- De verweerster werpt op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat: - het is ingesteld door een registratiecommissie ingesteld op basis van artikel 10 van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 WIB92 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders; - de registratiecommissies ingesteld op basis van artikel 10 van voormeld koninklijk besluit van 26 december 1998, krachtens de artikelen 42 en 43 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 WIB92 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, met ingang van 1 januari 2008, werden afgeschaft en vervangen door de krachtens de artikelen 9 en volgende van het voormeld koninklijk besluit van 27 december 2007 ingestelde nieuwe registratiecommissies; - de eiseres op het ogenblik van het instellen van het cassatieberoep had opgehouden te bestaan.
- Krachtens het artikel 36 van voormeld koninklijk besluit van 27 december 2007, worden, tenzij de nieuwe regels voordeliger zijn voor de betrokken aannemer, de aanvragen tot registratie en de verzoekschriften tot schrapping waarover op de datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen definitieve beslissing is getroffen, bij wijze van overgangsmaatregel, verder behandeld volgens de regels die zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 WIB92 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Hieruit volgt dat de registratiecommissies ingesteld op basis van artikel 10 van het voormeld koninklijk besluit van 26 december 1998, minstens voor de afhandeling van de aanvragen tot registratie en de verzoekschriften tot schrapping, waarover op 1 januari 2008 nog niet definitief is beslist, na die datum blijven voortbestaan en ook verder in rechte kunnen optreden.
- Overeenkomstig die overgangsregeling behoorde het aan de eiseres als registratiecommissie ingesteld op basis van artikel 10 van voormeld koninklijk besluit van 26 december 1998, om het cassatieberoep tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, dat als appelrechter kennis nam van het verhaal tegen beslissing van de registratiecommissie van 14 april 2005 tot schrapping van de verweerster, in te stellen. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep is in zoverre ongegrond.
- De verweerster voert voorts aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is doordat het werd ingesteld met miskenning van het artikel 11, §5, van het koninklijk besluit van 27 december
- Uit de overgangsbepaling aangehaald in r.o. 2 volgt dat het als geschonden aangevoerd artikel niet toepasselijk is op de verdere afhandeling van de aanvragen tot registratie en de verzoekschriften tot schrapping, waarover op 1 januari 2008 nog niet definitief is beslist. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep is in zoverre ongegrond.
- Gezien het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep ongegrond wordt bevonden, is de door de eiseres neergelegde akte van voorwaardelijke afstand zonder berusting van het cassatieberoep zonder voorwerp geworden. Eerste middel
- Krachtens het artikel 12, §5, van voormeld koninklijk besluit van 26 december 1998, wordt de registratiecommissie in rechte vertegenwoordigd en treedt ze op door haar voorzitter. Krachtens het artikel 703, eerste en tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, treden de rechtspersonen in rechte op door tussenkomst van hun bevoegde organen, maar is het, om van hun identiteit te doen blijken, voldoende dat in de dagvaarding en in elke akte van de rechtspleging hun benaming, hun rechtskarakter en hun maatschappelijke zetel worden opgegeven.
- Uit deze bepalingen volgt dat de registratiecommissie rechtspersoonlijkheid heeft en alleen in rechte kan optreden.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, heeft de verweerster bij verzoekschrift van 21 december 2006 hoger beroep ingesteld tegen de eiseres, zonder hierbij de voorzitter, door wie de eiseres als registratiecommissie in rechte optreedt, te vermelden.
- De appelrechters oordelen dat met betrekking tot rechtspersonen geen enkele wettelijke bepaling verplicht tot het vermelden van de bevoegde procesvertegenwoordiger of van het orgaan dat bevoegd is om in rechte op te treden. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het tweede middel voert aan dat de appelrechters niet wettig hebben beslist dat de eiseres het recht van verdediging van de verweerster heeft miskend door over de schrapping van de verweerster te beslissen zonder haar voorafgaand de bewijsstukken van de kennisgeving van het proces-verbaal te bezorgen. Het voert ook aan dat het oordeel van de appelrechters dat het proces-verbaal slechts bewijswaarde heeft tot bewijs van het tegendeel, voor zover het tijdig aan de overtreder wordt bezorgd, zodat het bewijs van de kennisgeving van het proces-verbaal deel moet uitmaken van het administratief dossier waarvan de overtreder kennis neemt om zijn verdediging voor te bereiden wanneer de beslissing tot schrapping uitsluitend gebaseerd is op de vaststellingen van het proces-verbaal, niet naar recht verantwoord is.
- Het middel, dat globaal de schending aanvoert van verschillende wettelijke bepalingen, alsmede van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en vervolgens verschillende grieven ontwikkelt, maar niet aangeeft welke van die wetsbepalingen of algemeen rechtsbeginsel op elk van die onderscheiden grieven betrekking hebben, is onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de verweerster in kosten van betekening van de memorie van wederantwoord. Veroordeelt de eiseres in de overige kosten. De kosten zijn begroot op de som van 667,94 euro jegens de eisende partij en op de som van 133,32 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 26 november 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131007.1 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150904.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100304.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div