id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091130.3 Rolnummer: C.09.0167.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 562 - laatst gezien 2026-07-02 20:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De verzekeraar die een werkgever die valt onder de wet van 3 juli 1967 verzekert, lijdt zelf geen schade als gevolg van de letsels of het overlijden van het slachtoffer en kan dan ook geen eigen recht doen gelden dat rechtstreeks gesteund is op artikel 29bis van de W.A.M. 1989
(1).
(1)Zie Cass., 24 april 2002, AR P.01.1623.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020424.17, A.C., 2002, nr
- Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - OVERHEIDSPERSONEEL. BIJZONDERE REGELS UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Zwakke weggebruiker Vrije woorden: Verzekeraar van de publieke werkgever - Vergoeding - Aard van de geleden schade Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art. 29bis Thesaurus CAS: VERZEKERING - ALGEMEEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Zwakke weggebruiker Vrije woorden: Arbeidsongevallenverzekeraar - Publieke werkgever - Aard van de geleden schade - Zwakke weggebruiker - Vordering op grond van artikel 29bis W.A.M. - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art. 29bis Tekst van de beslissing Nr. C.09.0167.N ETHIAS, naamloze vennootschap, met zetel te 4000 Luik, rue des Croisiers 24, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VIVIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 153, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 6 juni 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 26 oktober 2009 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- De eiseres heeft voor de appelrechter aangevoerd, zonder te verwijzen naar artikel 14, §3, van de Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, dat, aangezien De Post, dit is haar verzekerde, op grond van artikel 29bis van de WAM 1989 wel degelijk een schade-eis kan indienen, zij als gesubrogeerde in de rechten van haar verzekerde, eveneens een schade-eis kan indienen op grond van voormeld artikel 29bis.
- Het bestreden vonnis verwerpt en beantwoordt dit verweer met de redenen dat "er geen subrogatie kan bestaan op grond van de wet van 3 juli 1967", "(de verweerster) kan worden bijgetreden waar ze stelt dat geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 29bis van de wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen van 21 november 1989 in hoofde van (de eiseres) vermits (de eiseres) geen rechthebbende is in de zin van genoemd artikel" en er geen conventionele subrogatie geldt. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiseres voor de appelrechters heeft aangevoerd dat zij ingevolge de in artikel 41, eerste lid, van de Wet Landverzekeringsovereenkomst of artikel 22, eerste lid, van de Verzekeringswet voorziene subrogatie als gesubrogeerde in de rechten van de verzekerde instelling een vordering kon instellen tegen de verweerster.
- Uit het enkele feit dat een rechter in zijn vonnis niet vermeldt dat geen andere wetgeving op de door de partijen voor hem aangevoerde feiten toepasselijk is, kan, bij ontstentenis van een daartoe strekkende conclusie, niet worden afgeleid dat hij de toepasselijkheid van die andere wetgeving niet heeft onderzocht.
- In zoverre het onderdeel aan de appelrechters verwijt hun taak niet te hebben vervuld van actieve rechter, kan het niet worden aangenomen.
- De overige aangevoerde schendingen van het materiële recht zijn afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending door de rechter van zijn taak in het geding, zodat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is. Derde onderdeel Eerste subonderdeel
- Het subonderdeel is volledig gebaseerd op de stelling dat de appelrechter wettelijk verplicht was te onderzoeken voor zover de hem voorgelegde feiten dit toelieten, of de arbeidsongevallenverzekeraar van de overheidsinstelling wettelijk op grond van de artikelen 14, §3, van de Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel en/of artikel 41 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst en/of artikel 22 van de Verzekeringswet in de rechten van het slachtoffer tegen de aansprakelijke derde treedt en zijn uitgaven kan verhalen op de verzekeraar van de aansprakelijke derde.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiseres heeft aangevoerd dat zij gesubrogeerd was in de rechten van het slachtoffer. Dienvolgens kan aan de appelrechters niet worden verweten dat zij de wettelijke basis van dergelijke subrogatie niet hebben onderzocht. Het subonderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede subonderdeel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiseres voor de appelrechters het in het subonderdeel vermelde verweer heeft gevoerd. Het subonderdeel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel
- De verzekeraar die een werkgever die valt onder de wet van 3 juli 1967 verzekert, lijdt zelf geen schade als gevolg van de letsels of het overlijden van het slachtoffer en kan dan ook geen eigen recht doen gelden dat rechtstreeks gesteund is op artikel 29bis van de WAM
- Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 587,93 euro jegens de eisende partij en op de som van 266,55 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 30 november 2009 uitgesproken door afdelings-voorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091130.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150401.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020424.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div