← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091201.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091201.1 Rolnummer: P.09.1616.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 431 - laatst gezien 2026-07-02 20:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De strafuitvoeringsrechtbank vermag bij eenzelfde vonnis en zonder dat de raadsman van de veroordeelde die niet verscheen, hem kon vertegenwoordigen, uitspraak doen over haar bevoegdheid te beslissen over de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit en over die strafuitvoeringsmodaliteit zelf. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Bevoegdheden strafuitvoeringsrechter Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Uitspraak over de bevoegdheid - Vertegenwoordiging van veroordeelde door raadsman Wettelijke bepalingen: Wet - 17-05-2006 - Art. 53 Fiches 2 - 3 Overeenkomstig artikel 635, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek blijft de strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank in de regel bevoegd voor de gedetineerde veroordeelde over wie ze reeds een eerdere beslissing betreffende een strafuitvoeringsmodaliteit heeft genomen waarvoor ze zich toen bevoegd heeft geoordeeld

(1).
(1)Zie Cass., 17 nov. 2009, AR P.09.1539.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.6, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Bevoegdheden strafuitvoeringsrechter Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Territoriale bevoegdheid Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Bevoegdheden strafuitvoeringsrechter Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Territoriale bevoegdheid Tekst van de beslissing Nr. P.09.1616.N P. C. veroordeelde tot een vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Gent van 30 oktober
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de strafuitvoeringsrechtbank heeft geen uitspraak gedaan over haar bevoegdheid en ze stelt volledig ten onrechte dat de eiser geweigerd heeft mede te werken met de huidige psychosociale begeleiding.
  3. Uit haar uitspraak ten gronde blijkt dat de strafuitvoeringsrechtbank zich bevoegd achtte. Ze moest bij afwezigheid van conclusie van de eiser die beslissing niet nader motiveren. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  4. Voor het overige komt het middel op tegen een door het bestreden vonnis gemaakte onaantastbare feitelijke beoordeling. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 53 Wet Strafuitvoering: zelfs aangenomen dat de veroordeelde zich niet door zijn advocaat kan laten vertegenwoordigen op de rechtszitting van de strafuitvoeringsrechtbank die de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit onderzoekt, dan nog had de strafuitvoeringsrechtbank hier eerst bij afzonderlijke beslissing uitspraak moeten doen over haar bevoegdheid en eisers raadsman moeten toelaten hem bij het debat daarover te vertegenwoordigen.
  6. De strafuitvoeringsrechtbank vermag bij eenzelfde vonnis en zonder dat de raadsman van de veroordeelde die niet verscheen, hem kon vertegenwoordigen, uitspraak doen over haar bevoegdheid te beslissen over de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit en over die strafuitvoeringsmodaliteit zelf. Het middel faalt naar recht. Derde middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 januari 2007 tot vaststelling van de territoriale bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbanken: de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbank is afhankelijk van de gevangenis waar een gedetineerde veroordeelde verblijft op het ogenblik waarop hij een strafuitvoeringsmodaliteit vraagt, en kan niet afhankelijk worden gesteld van de gevangenis waar hij zijn eerste strafuitvoeringsmodaliteit zou hebben gevraagd.
  8. Artikel 1 van het vermelde koninklijk besluit van 12 december 2008 bepaalt enkel: "De strafuitvoeringsrechtbank in het rechtsgebied van het hof van beroep te Antwerpen is bevoegd voor de veroordeelden die gedetineerd zijn in de strafinrichtingen gelegen te Antwerpen, Hoogstraten, Merksplas, Turnhout, Wortel, Hasselt en Mechelen."
  9. Artikel 635 Gerechtelijk Wetboek bepaalt echter: "De strafuitvoeringsrechtbanken zijn bevoegd voor de veroordeelden die gedetineerd zijn in de strafinrichtingen in het rechtsgebied van het hof van beroep waarin zij zijn gevestigd, behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen. Zij blijven bevoegd voor elke beslissing tot op het moment van de definitieve invrijheidstelling. Indien evenwel de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank het, in uitzonderlijke gevallen, voor een bepaalde veroordeelde aangewezen acht om de bevoegdheid over te dragen aan een andere strafuitvoeringsrechter of een strafuitvoeringsrechtbank, neemt hij een met redenen omklede beslissing nadat die andere strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank binnen vijftien dagen een eensluidend advies heeft uitgebracht. Ingeval de strafuitvoeringsmodaliteit is herroepen, is de bevoegde strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank deze van de plaats van opsluiting. De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank van de woonplaats, of bij gebreke daarvan, van de verblijfplaats van de veroordeelde die niet is gedetineerd, is bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van een veroordeelde die niet gedetineerd is." Aldus blijft overeenkomstig artikel 635, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek de strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank in de regel bevoegd voor de gedetineerde veroordeelde over wie ze reeds een eerdere beslissing betreffende een strafuitvoeringsmodaliteit heeft genomen waarvoor ze zich toen bevoegd heeft geoordeeld.
  10. Uit het bestreden vonnis blijkt dat de strafuitvoeringsrechtbank te Gent reeds onder andere bij vonnis van 8 februari 2008 over de huidige strafuitvoering tegen de eiser een uitspraak ten gronde heeft gedaan, zodat deze strafuitvoeringsrechtbank verder bevoegd blijft zolang zij haar bevoegdheid niet heeft overgedragen. Het middel faalt naar recht. Vierde middel
  11. Het middel voert aan: "Schending van het recht op een eerlijk proces geen onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke instantie - art. 6 EVRM en 14 IVBPR": "Het bestempelen van eiser zijn dossier als een risicodossier, het verwijzen naar een ambtshalve aangesteld college van deskundigen waarvan geen enkel stuk terug te vinden is in het dossier van eiser, alsmede het verwijzen naar deskundigenverslagen en verslagen van psychosociale diensten die niet in het dossier opgenomen werden (enkel het psychosociaal verslag van de heer D. C. van de gevangenis te Hasselt) maakt dat de rechtbank (te meer daar zij de raadsman van eiser zelfs niet op de zitting toeliet) zo vooringenomen is door zeer uitdrukkelijk te verwijzen naar verslagen van een hele resem deskundigen (die elkaar tegenspreken) alsmede van een hele reeks psychosociale verslagen (die elkaar ook tegenspreken) die niet in het dossier zitten!"
  12. Het thans bestreden vonnis overweegt: "De rechtbank stelt, op basis van het dossier alsook op basis van het mondelinge verslag door de directeur, vast dat de reclassering van de [eiser] niet op punt staat en dat er ernstige contra-indicaties aanwezig zijn die op huidig ogenblik onvoldoende kunnen ondervangen worden via het opleggen van geïndividualiseerde voorwaarden." Aldus verwijst dit vonnis niet naar stukken die zich niet in het dossier bevinden. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  13. Voorts geeft het overeenkomstig de wet niet-toelaten van de raadsman van de gedetineerde veroordeelde op de rechtszitting waarop de strafuitvoeringsrechtbank de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit onderzoekt, geen blijk van vooringenomenheid. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Vijfde middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 3 EVRM: het is onmenselijk, minstens vernederend eisers invrijheidstelling te laten afhangen van de beoordeling van een - zoveelste - deskundigenverslag dat niet kan gemaakt worden omdat één van zijn gerechtelijke dossiers vernietigd is; dat de eiser bovendien als seksueel delinquent wordt omschreven en van sadisme wordt beschuldigd, terwijl hij nooit veroordeeld werd voor het plegen van een misdrijf dat hem binnen de categorie van seksuele delinquenten zou plaatsen en hij zich daarop niet heeft kunnen verdedigen, is bijzonder vernederend.
  15. Het blijkt niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan dat bij de strafuitvoeringsrechtbank werd aangevoerd dat een bepaald deskundigenonderzoek onmogelijk is, omdat één van de gerechtelijke dossiers is vernietigd. De eiser kan dit niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.
  16. Voor het overige bevat het bestreden vonnis niet de woorden en beoordeling waarover het middel zich beklaagt. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof. Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 1 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091201.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170208.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091117.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.