← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091201.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091201.2 Rolnummer: P.09.1675.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 512 - laatst gezien 2026-07-02 21:41 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing waarbij met toepassing van artikel 27, § 3, Voorlopige Hechteniswet een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling wordt verworpen na aanhouding ingevolge het bevelschrift tot onmiddellijke aanhouding, moet enkel worden gemotiveerd met inachtneming van hetgeen in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet is voorgeschreven

(1).
(1)Cass., 30 dec. 1997, AR P.97.1649.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2, A.C., 1997, nr. 580 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Aanhouding ingevolge onmiddellijke aanhouding - Verwerping van het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Invrijheidstelling Vrije woorden: Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Verwerping Tekst van de beslissing Nr. P.09.1675.N S. M. verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, eiser, met als raadsman mr. Jef Vermassen, advocaat bij de balie te Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 november
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 16, § 5, Voorlopige Hechteniswet: het bestreden arrest oordeelt ten onrechte dat het beroepen vonnis dat de onmiddellijke aanhouding beveelt, voldoet aan de motiveringsverplichting van artikel 33, § 2, Voorlopige Hechteniswet; dit vonnis maakt immers geen enkele melding van de omstandigheden van de zaak die de vrees wettigen dat de eiser zou pogen zich aan de uitvoering van de straf te onttrekken; het overnemen van deze onwettige motivering door het bestreden arrest staat gelijk met een ontstentenis van de mededelingen zoals bedoeld door artikel 16, § 5, Voorlopige Hechteniswet.
  3. Artikel 33, § 2, derde lid, laatste zin, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de beslissing waarbij de hoven en de rechtbanken de onmiddellijke aanhouding gelasten, niet vatbaar is voor hoger beroep of verzet. In zoverre het middel gericht is tegen de motivering van het bestreden arrest met betrekking tot de regelmatigheid van het bevelschrift van onmiddellijke aanhouding, is het niet ontvankelijk.
  4. De beslissing waarbij met toepassing van artikel 27, § 3, Voorlopige Hechteniswet een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling wordt verworpen na aanhouding ingevolge het bevelschrift tot onmiddellijke aanhouding, moet enkel worden gemotiveerd met inachtneming van hetgeen in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet is voorgeschreven.
  5. Met eigen redenen en deze van het beroepen vonnis vermeldt het bestreden arrest de feiten waarvoor de onmiddellijke aanhouding werd bevolen en de wetsbepalingen die bepalen dat deze feiten misdaden of wanbedrijven zijn. Het stelt voorts het bestaan vast van ernstige aanwijzingen van schuld. Het vermeldt de feitelijke omstandigheden van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de eiser, die de verdere vrijheidsberoving volstrekt noodzakelijk maken. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing tot verwerping van het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 1 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091201.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211222.2F.14 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.086 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.