id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091208.3 Rolnummer: P.07.0747.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 588 - laatst gezien 2026-07-02 23:29 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 221, lid 1, van verordening (E.E.G.) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, moet aldus worden uitgelegd dat de douaneautoriteiten het te betalen bedrag aan in- of uitvoerrechten enkel rechtsgeldig op een daartoe geëigende wijze aan de schuldenaar kunnen meedelen wanneer zij het bedrag van die rechten tevoren hebben geboekt
(1).
(1)H.V.J., 16 juli 2009, C-124/08 en C-125/08, Jur. H.V.J. 2009, I, ...; Cass., 26 feb. 2008, AR P.06.1518.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.14, A.C., 2008, nr. 129. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Algemeen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Douane - Europees recht - Communautair douanewetboek Vrije woorden: Communautair Douanewetboek - Artikel 221.1 - Douaneschuld - Mededeling - Rechtsgeldigheid Fiche 2 Artikel 217 van verordening (E.E.G.) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten kunnen bepalen dat het uit een douaneschuld voortvloeiende bedrag aan rechten wordt geboekt door de opneming van dit bedrag in het door de bevoegde douaneautoriteiten opgemaakte proces-verbaal van bevinding van een inbreuk op de toepasselijke douanewetgeving
(1).
(1)H.V.J., 16 juli 2009, C-126/08, Jur. H.V.J. 2009, I, ...; Zie: Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1404, A.C., 2007, nr. 304; Cass., 26 feb. 2008, AR P.07.1543.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.15, A.C., 2008, nr.
- Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Algemeen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Douane - Europees recht - Communautair douanewetboek Vrije woorden: Communautair Douanewetboek - Artikel 217 - Douaneschuld - Boeking Tekst van de beslissing Nr. P.07.0747.N G. C. D. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Karel Wille, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen van de provincie Antwerpen, met zetel te 2030 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 2 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Het Hof heeft bij arrest van 26 februari 2008 beslist dat het cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissing van het bestreden arrest dat de strafvordering tegen de eiser vervallen is door verjaring, niet ontvankelijk is. Voorts heeft het Hof alvorens verder uitspraak te doen over de beslissing betreffende de vordering van de verweerder tegen de eiser tot betaling van ontdoken invoerrechten, invoerheffingen en nalatigheidsinterest, iedere nadere uitspraak aangehouden tot dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bij prejudiciële beslissing uitspraak heeft gedaan over een bepaalde vraag. De tweede kamer van het Hof van Justitie heeft daarop geantwoord bij arrest van 16 juli 2009 in de gevoegde zaken C-124/08 en C-125/
- Afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van: - de artikelen 217, 218 en 221.1, 221.2 en 221.3 van het communautair douanewetboek (CDW), het laatste artikel in de versie ervan vóór de wijziging met ingang van 19 december 2000 bij verordening (EEG) nr. 2700/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000; - artikel 2 CDW; - artikel 221.3 en 221.4 CDW, zoals respectievelijk gewijzigd en toegevoegd door voormelde verordening (EEG) nr. 2700/2000 van 16 november 2000; - artikel 234 (ex art. 177) van het verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Gemeenschap (geconsolideerde versie), goedgekeurd bij wet van 7 juli
- Het onderdeel stelt dat artikel 217.1 CDW, in de regel een boeking vereist van de douaneschuld vooraleer die aan de schuldenaar wordt medegedeeld overeenkomstig artikel 221 CDW, en dat een proces-verbaal of vaststelling van rechten niet gelijk staan met de boeking van die rechten, zeker wanneer de mededeling van die rechten gebeurt door het proces-verbaal waardoor verbalisering, vaststelling, boeking en mededeling van rechten samenvallen; het onderdeel vervolgt dat de appelrechters niet vaststellen dat de douaneschuld voorafgaandelijk aan de mededeling ervan geboekt werd en uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat enige boeking gedaan werd; het onderdeel concludeert daarop dat eisers veroordeling onwettig is.
- Het Hof van Justitie heeft bij arrest van 16 juli 2009 in de gevoegde zaken nr. C-124/08 en nr. C-125/08 (Snauwaert e.a.) onder meer in antwoord op de door dit Hof in deze zaak gestelde prejudiciële vraag voor recht verklaard: "Artikel 221, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, moet aldus worden uitgelegd dat de douaneautoriteiten het te betalen bedrag aan in- of uitvoerrechten enkel rechtsgeldig op een daartoe geëigende wijze aan de schuldenaar kunnen meedelen wanneer zij het bedrag van die rechten tevoren hebben geboekt." Anderzijds heeft het Hof van Justitie bij arrest van 16 juli 2009 in de zaak nr. C-126/08 (Distillerie Smeets Hasselt e.a.) in antwoord op een door dit Hof in een andere zaak gestelde prejudiciële vraag voor recht verklaard: "Artikel 217 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten kunnen bepalen dat het uit een douaneschuld voortvloeiende bedrag aan rechten wordt geboekt door de opneming van dit bedrag in het door de bevoegde douaneautoriteiten opgemaakte proces-verbaal van bevinding van een inbreuk op de toepasselijke douanewetgeving."
- Het bestreden arrest overweegt dat de voorafgaande boeking van de douaneschuld geen absolute voorwaarde uitmaakt om tot een geldige mededeling van de douaneschuld te kunnen overgaan. Hiermede schendt het de artikelen 217.1 en 221.1 CDW. Het bestreden arrest overweegt weliswaar ook dat de douaneschuld tijdig werd medegedeeld aan de eiser, waarbij het verwijst naar "de processen-verbaal van de administratie der douane en accijnzen de dato 5 juni 1998 en/of 15 december 2000". Het Hof vermag evenwel niet zelf in feite te beoordelen of deze processen-verbaal hier een boeking van de douaneschuld inhielden. Er is dus grond tot vernietiging met verwijzing van het bestreden arrest. Tweede onderdeel
- Het onderdeel dat niet tot ruimere cassatie kan leiden, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de door de verweerder tegen de eiser ingestelde burgerlijke rechtsvordering tot betaling van ontdoken invoerrechten, invoerheffingen en nalatigheidsinterest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten van eisers cassatieberoep ten laste van de Staat, hierin begrepen de kosten van de prejudiciële rechtspleging voor het Hof van Justitie. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Begroot de kosten op 179,49 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 8 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091208.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080226.6 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090109.4 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110114.7 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141031.1 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150213.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.9 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.14 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080226.5 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120515.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div