← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091208.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091208.6 Rolnummer: P.09.1185.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 605 - laatst gezien 2026-07-02 20:45 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 232 A.W.D.A. bepaalt niet dat bij de verbeurdverklaring van de goederen waarvoor bij invoer, uitvoer, of doorvoer waarvoor ten onrechte aanspraak wordt gemaakt op de toekenning van in artikel 1, 4°bis, A.W.D.A. bedoelde bedragen, welke een straf met een zakelijk karakter is, de veroordeling tot de terugbetaling van de tegenwaarde ervan bij niet-wederoverlegging van verbeurdverklaarde maar niet-aangehaalde goederen moet worden uitgesproken; deze veroordeling tot wederoverlegging is een louter civielrechtelijke veroordeling die slechts kan ingevorderd worden met civielrechtelijke uitvoeringsmaatregelen

(1).
(1)Zie: Cass., 12 feb. 2008, AR P.07.1562.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080212.5, A.C., 2008, nr. 105. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Algemeen (misdrijven en hun straffen) FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Algemeen Vrije woorden: Algemene Wet Douane en Accijnzen - Artikel 232 Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Algemeen (misdrijven en hun straffen) FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Algemeen Vrije woorden: Douane en accijnzen - Verbeurdverklaring - Veroordeling tot terugbetaling van de tegenwaarde bij niet-wederoverlegging - Aard Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Algemeen (misdrijven en hun straffen) FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Algemeen Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Veroordeling tot terugbetaling van de tegenwaarde bij niet-wederoverlegging - Aard Fiche 4 De veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde bij de niet-wederoverlegging van overeenkomstig artikel 232 A.W.D.A. verbeurdverklaarde maar niet aangehaalde goederen, is de toepassing van het beginsel dat elke schuldenaar van een zaak als schadevergoeding de tegenwaarde ervan moet betalen indien hij ze heeft ontrokken aan zijn schuldeiser of wanneer hij, door zijn toedoen, tekort komt aan de verplichting de zaak te leveren
(1).
(1)Zie: Cass., 4 juni 1917, Pas., 1918, I,
  1. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Algemeen (misdrijven en hun straffen) FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Algemeen Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Veroordeling tot terugbetaling van de tegenwaarde bij niet-wederoverlegging - Grondslag Tekst van de beslissing Nr. P.09.1185.N I P. G. R. J. D. R. beklaagde, eiser. II
  2. W. M. B. B.
  3. M. R. W. B.
  4. V. J. A. B. beklaagden, eisers, met als raadslieden mr. Raf Verstraeten en mr. Benjamin Gillard, advocaten bij de balie te Brussel. alle cassatieberoepen tegen
  5. BELGISCH INTERVENTIE- EN RESTITUTIEBUREAU (B.I.R.B.), met zetel te 1040 Brussel, Trieststraat 82, burgerlijke partij,
  6. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1040 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de douane en accijnzen te Hasselt, met kantoor te 3500, Hasselt, Voorstraat 41, 43 en 45, vervolgende partij, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 juni
  7. De eiser I voert geen middel aan. De eisers II.1, II.2 en II.3 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  8. Het bestreden arrest oordeelt dat de zaak I wat de eiser I betreft niet aanhangig werd gemaakt. In zoverre eisers cassatieberoep tegen deze beslissing is gericht, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  9. De correctionele rechtbank te Turnhout heeft zich bij vonnis van 23 juni 2008 onbevoegd verklaard. Het bestreden arrest vernietigt dat vonnis en evoceert de zaak. Het bestreden arrest verklaart de strafvordering tegen de eisers II.1, II.2 en II.3 wegens de hen in zaak I onder C.I, C.II en D ten laste gelegde feiten niet-ontvankelijk, verklaart hen niet schuldig aan het feit E van zaak I en ontslaat hen uit dien hoofde van de tegen hen ingestelde rechtsvervolging. In zoverre de cassatieberoepen van deze eisers tegen de enige hen betreffende beslissingen van de zaak I zijn gericht, zijn ze bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: door het gebruik in de rechtsvordering van het openbaar ministerie van 20 maart 2006 tot verwijzing naar de correctionele rechtbank van het woord "correctionele [veroordelingen]" te lezen als "criminele" schendt het bestreden arrest de bewijskracht van die vordering.
  11. Of een bepaalde vermelding in een akte al dan niet een manifeste verschrijving is die de rechter vermag recht te zetten, vereist een beoordeling van feiten.
  12. De appelrechters oordelen dat de vermelding "afwezigheid van correctionele veroordelingen" een manifeste verschrijving van de raadkamer is en dat die verschrijving dient gelezen te worden als "afwezigheid van criminele veroordelingen". Het onderdeel dat volledig opkomt tegen dit onaantastbare oordeel van de appelrechters, is niet ontvankelijk. Eerste onderdeel
  13. Het onderdeel voert schending aan van artikel 150 Grondwet, de artikelen 1 en 2 Wet Verzachtende Omstandigheden en de artikelen 130, 133, 179, 182, 226 en 231 Wetboek van Strafvordering: de raadkamer bij de correctionele rechtbank te Turnhout heeft in de beschikking tot verwijzing van de eiseres II.2 naar de correctionele rechtbank voor de feiten van de telastleggingen C.I en C.II in de zaak I (valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken) verzachtende omstandigheden aangenomen op grond van de afwezigheid van correctionele veroordelingen tegen de eiseres II.2 terwijl uit het bij het dossier gevoegde strafregister blijkt dat ze op 12 december 2000 door de politierechtbank te Mechelen wegens een verkeersmisdrijf werd veroordeeld tot een geldboete van 75 frank wat een correctionele straf is; gelet op deze onregelmatige correctionalisatie, waren de correctionele rechtbank en het hof van beroep onbevoegd om van deze feiten kennis te nemen; daar bovendien het bestreden arrest de samenhang tussen deze strafbare feiten van valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken in hoofde van de eiseres II.2, enerzijds, en de andere strafbare feiten waarvoor de eisers worden vervolgd, anderzijds, heeft vastgesteld, diende het zich voor alle aanhangig gemaakte feiten onbevoegd te verklaren.
  14. Het onderdeel gaat geheel ervan uit dat de raadkamer verzachtende omstandigheden heeft aangenomen wegens afwezigheid van correctionele veroordelingen.
  15. Uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt dat de appelrechters onaantastbaar hebben geoordeeld dat de raadkamer verzachtende omstandigheden heeft aangenomen wegens afwezigheid van criminele veroordelingen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  16. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: door te stellen, enerzijds, dat het onderzoeksgerecht voor de feiten (misdaden) bedoeld in de telastlegging C.I. en C.II. van zaak I verzachtende omstandigheden heeft aangenomen, en met betrekking tot de eiseres II.2 in het bijzonder verzachtende omstandigheden "die werkelijk bestaan", en, anderzijds, dat er betreffende dezelfde feiten, ditmaal gekwalificeerd onder de tenlasteleggingen I.A. en II.A. van zaak II (als wanbedrijven), "in hoofde van geen der beklaagden verzachtende omstandigheden in aanmerking kunnen worden genomen", heeft het hof van beroep zijn arrest op tegenstrijdige wijze gemotiveerd.
  17. Verzachtende omstandigheden die bij de regeling van de rechtspleging door het onderzoeksgerecht voor een bepaalde ten laste gelegde misdaad of wanbedrijf worden aangenomen hebben de "correctionalisatie" van die misdaad of de "contraventionalisatie" van dat wanbedrijf tot gevolg en verbinden de vonnisrechter. Voor een telastlegging van een wanbedrijf waarvoor het onderzoeksgerecht geen verzachtende omstandigheden heeft aangenomen, blijft de vonnisrechter vrij dit te doen, voor zover de wet het hem niet verbiedt. Ditmaal kan de aanneming van verzachtende omstandigheden hetzij de aard van het ten laste gelegde misdrijf wijzigingen of enkel een gegeven zijn voor de straftoemeting. De aangevoerde tegenstrijdigheid bestaat dus niet. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel Eerste onderdeel
  18. Het onderdeel voert schending aan van artikel 7 EVRM, artikel 15 IVBPR, de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet, artikel 2 Strafwetboek en artikel 232 AWDA: de veroordeling in douanezaken tot betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde goederen is een straf, waartoe geen enkele wettelijke bepaling de strafrechter de bevoegdheid geeft ze uit te spreken; dergelijke veroordeling miskent dus het legaliteitsbeginsel. In ondergeschikte orde wordt verzocht het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen: "Schendt artikel 232 van het koninklijk besluit van 18 juli 1977 tot coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen, het legaliteitsbeginsel, en mitsdien de artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet, alsmede artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens en artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, in de mate waarin dit artikel 232 AWDA aldus wordt gelezen dat de strafrechter die de verbeurdverklaring op grond van dit artikel uitspreekt, daarnaast de veroordeling kan of moet uitspreken tot de betaling, bij wijze van strafsanctie, van de tegenwaarde van de verbeurd verklaarde goederen, bij niet-wederover¬leg¬ging ervan."
  19. Enkel de strafwet bepaalt wat een straf is. Artikel 40 Strafwetboek bepaalt: "Bij gebreke van betaling binnen twee maanden te rekenen van het arrest of van het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, kan de geldboete worden vervangen door gevangenisstraf, waarvan de duur bij het vonnis of het arrest van veroordeling wordt bepaald en die zes maanden niet zal te boven gaan voor hen die wegens misdaad, drie maanden voor hen die wegens wanbedrijf, en drie dagen voor hen die wegens overtreding zijn veroordeeld. Veroordeelden die aan vervangende gevangenisstraf zijn onderworpen, kunnen in de inrichting worden gehouden waar zij de hoofdstraf hebben ondergaan. Indien alleen geldboete is uitgesproken, wordt de gevangenisstraf, te ondergaan bij gebreke van betaling, gelijkgesteld met correctionele gevangenisstraf of met politiegevangenisstraf, al naar de aard van de veroordeling." Artikel 232 AWDA bepaalt niet dat bij de verbeurdverklaring van de goederen waarvoor bij invoer, uitvoer, of doorvoer waarvoor ten onrechte aanspraak wordt gemaakt op de toekenning van in artikel 1,4°bis, AWDA bedoelde bedragen, welke een straf met een zakelijk karakter is, de veroordeling tot de terugbetaling van de tegenwaarde ervan bij niet-wederoverlegging van verbeurdverklaarde maar niet-aangehaalde goederen moet worden uitgesproken. Deze veroordeling tot wederoverlegging is inderdaad een louter civielrechtelijke veroordeling die slechts kan ingevorderd worden met civielrechtelijke uitvoeringsmaatregelen. Het middel faalt naar recht.
  20. Daar het middel is afgeleid uit een onjuiste uitlegging van de wet, is de voorgestelde vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  21. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1, 232 en 283 AWDA: zelfs indien zou aanvaard worden dat de veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde van de niet-wederovergelegde goederen, als een civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot verbeurdverklaring op grond van artikel 232 AWDA zou moeten beschouwd worden, dan nog bestaat daarvoor geen wettelijke grondslag; de strafrechter kan inderdaad uitsluitend een schadevergoeding aan de burgerlijke partij toekennen, wanneer hij vaststelt dat de schade voortvloeit uit het als misdrijf omschreven feit dat hij bewezen verklaart en waarvoor de burgerlijke partij zich heeft aangesteld; de strafrechter is, daarentegen, niet bevoegd om een veroordeling uit te spreken tot de vergoeding van schade die zou ontstaan door de niet-uitvoering van diens straf, behoudens indien daarvoor een uitdrukkelijke wettelijke grondslag zou bestaan. In ondergeschikte orde wordt verzocht het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen: "Schendt artikel 232 van het koninklijk besluit van 18 juli 1977 tot coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen, samen gelezen met de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate het de strafrechter de bevoegdheid geeft om personen die wegens een inbreuk op dit artikel strafrechtelijk worden veroordeeld tot de verbeurdverklaring van de niet-aangehaalde goederen, te veroordelen tot de betaling van de tegenwaarde van deze goederen, bij niet-wederoverlegging ervan, terwijl in het gemeen strafrecht de strafrechter niet de bevoegdheid heeft om personen die hij op basis van de artikelen 42, 1° en 43, eerste lid van het Strafwetboek strafrechtelijk veroordeelt tot de verbeurdverklaring van het instrument of het voorwerp van het misdrijf, te veroordelen tot de tegenwaarde van dit instrument of dit voorwerp, bij de niet-wederoverlegging ervan."
  22. Artikel 44 Strafwetboek bepaalt: "De veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen wordt altijd uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen mochten zijn verschuldigd." De veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde bij de niet-wederoverlegging van overeenkomstig artikel 232 AWDA verbeurdverklaarde maar niet aangehaalde goederen, is de toepassing van het beginsel dat elke schuldenaar van een zaak als schadevergoeding de tegenwaarde ervan moet betalen indien hij ze heeft ontrokken aan zijn schuldeiser of wanneer hij, door zijn toedoen, tekortkomt aan de verplichting de zaak te leveren. Het onderdeel faalt naar recht. Daar het onderdeel is afgeleid uit een onjuiste uitlegging van de wet, is de voorgestelde vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  23. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 271,94 euro, waarvan op het cassatieberoep van de eiser I 135,97 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep van de eisers II 135,97 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 8 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091208.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110215.4 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160119.3 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161115.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251007.2N.19 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080212.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.