← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091214.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091214.1 Rolnummer: S.08.0145.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-01-11 Raadplegingen: 682 - laatst gezien 2026-07-02 23:40 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091214.1 Fiche 1 De grond van niet-ontvankelijkheid die door verweerder wordt opgeworpen en inhoudt dat eiser zijn middel laat steunen op een stuk dat niet regelmatig aan het Hof werd voorgelegd nu het niet werd genummerd, noch geparafeerd door een advocaat bij het Hof, dient verworpen te worden wanneer de stukken die bij het verzoekschrift van eiser zijn gevoegd tot staving van zijn middel door de advocaat bij het Hof die dat verzoekschrift heeft ondertekend, zijn genummerd en geparafeerd op een aan die stukken gehecht document dat er een geheel mede uitmaakt

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Te voegen stukken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Nummering en parafering - Aan het stuk gehecht document - Ontvankelijkheid van het middel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1098 Fiche 2 De artikelen 23 tot en met 27 van het Gerechtelijk Wetboek houden niet in dat wanneer het voorwerp en de oorzaak van een rechtsvordering waarover definitief is beslist, niet identiek zijn aan die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met het vroegere gewijsde
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Aard van voorwerp en oorzaak van de rechtsvordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 23 tot en met 27 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Te voegen stukken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Nummering en parafering - Aan het stuk gehecht document - Ontvankelijkheid van het middel Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Aard van voorwerp en oorzaak van de rechtsvordering Tekst van de beslissing Nr. S.08.0145.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen DEN BERG, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2390 Malle, Talondreef 6A, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPELGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 oktober 2006 gewezen door het arbeidshof te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Enig middel Ontvankelijkheid van het middel
  1. De verweerster werpt op dat het middel niet ontvankelijk is, omdat het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 20 december 2002, waarop de eiser zijn middel laat steunen, niet regelmatig aan het Hof is voorgelegd, daar het betreffende stuk niet werd genummerd noch geparafeerd door een advocaat bij het Hof en het gevoegde stuk bovendien geen door de griffier voor eensluidend verklaard afschrift van dat arrest is.
  2. De stukken die bij het verzoekschrift van de eiser zijn gevoegd tot staving van zijn middel zijn door de advocaat bij het Hof die dat verzoekschrift heeft ondertekend, genummerd en geparafeerd op een aan die stukken gehecht document dat er een geheel mede uitmaakt. Het stuk gevoegd bij het verzoekschrift als bijlage 1 betreft een door de griffier bij het arbeidshof te Antwerpen voor eensluidend verklaard afschrift van het arrest van 20 december 2002 van dit arbeidshof. De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel dient te worden verworpen. Ontvankelijkheid van het eerste onderdeel
  3. De verweerster werpt op dat het onderdeel niet ontvankelijk is, omdat de kritiek in verband met de miskenning van het gezag van gewijsde van het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 20 december 2002 nieuw is.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser in zijn appelconclusie aangevoerd heeft dat het arbeidshof te Antwerpen in een arrest van 20 december 2002 geoordeeld heeft dat de beweerd zelfstandige werknemers onderhevig waren aan het stelsel van sociale zekerheid voor werknemers en dat de arbeidsrechtbank in haar vonnis van 21 maart 2005, waartegen de eiser beroep heeft aangetekend, het gezag van gewijsde van het voornoemde arrest miskend heeft door te oordelen dat de zelfstandige werknemers niet onderhevig zijn aan het stelsel van sociale zekerheid voor werknemers. De grond van niet-ontvankelijkheid dient te worden verworpen. Eerste onderdeel
  5. De artikelen 23 tot en met 27 van het Gerechtelijk Wetboek houden niet in dat wanneer het voorwerp en de oorzaak van een rechtsvordering waarover definitief is beslist, niet identiek zijn aan die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met het vroegere gewijsde.
  6. Het arrest van 20 december 2002 van het arbeidshof te Antwerpen heeft uitspraak gedaan over de vordering van de eiser tegen de verweerster tot betaling van socialezekerheidsbijdragen, verschuldigd voor alle medewerkers van de verweerster voor het tweede kwartaal van 1995, het eerste en vierde kwartaal van 1998 en het eerste kwartaal van
  7. Het arrest oordeelde op basis van de elementen die door de inspectie in het onderzoeksverslag van 14 januari 1999 waren aangereikt, dat de medewerkers onder het gezag van de verweerster gewerkt hebben zodat de verweerster socialezekerheidsbijdragen voor werknemers verschuldigd is.
  8. Het bestreden arrest doet uitspraak over de vordering van de eiser tegen de verweerster tot betaling van socialezekerheidsbijdragen verschuldigd voor alle medewerkers van de verweerster voor het eerste kwartaal van 1995 tot en met het derde kwartaal van 1998, met uitzondering van het tweede kwartaal van
  9. Na erop te hebben gewezen dat het arbeidshof in het arrest van 20 december 2002 uit de elementen opgesomd in het onderzoeksverslag van 14 januari 1999 tot de conclusie is gekomen dat de samenwerking van de verweerster met haar medewerkers onder de vlag van het werknemersstatuut diende te worden gebracht, oordeelt het bestreden arrest dat de elementen die de inspectie aanreikt in dat onderzoeksverslag niet van aard zijn om het statuut van zelfstandige uit te sluiten, zodat de eiser er niet in slaagt om het bestaan van werkgeversgezag te bewijzen. Door aldus te oordelen miskent het bestreden arrest het gezag van gewijsde van het arrest van 20 december
  10. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 14 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091214.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091214.1 geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2014:ARR.20140130.6 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130131.3 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20151008.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150416.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.