id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.11 Rolnummer: P.09.1447.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 191 - laatst gezien 2026-07-02 20:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De feitenrechter bepaalt op onaantastbare wijze, binnen de grenzen van de wet, op een wijze die beknopt mag zijn maar nauwkeurig moet zijn, de redenen van zijn keuze voor de strafmaat die hij in verhouding acht tot de zwaarte van de bewezen verklaarde misdrijven en de individuele strafwaardigheid van elke beklaagde, zonder dat hij de redenen dient op te geven waarom hij de medebeklaagden al dan niet tot een gelijke straf veroordeelt
(1).
(1)Cass., 7 nov. 2007, AR P.07.0993.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071107.7, A.C., 2007, nr.
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Motivering van de strafmaat - Meerdere beklaagden - Draagwijdte van de motiveringsplicht Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Meerdere beklaagden - Mededaders - Zelfde strafmaat - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.09.1447.N N. R. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Koenraad Van de Sijpe, advocaat bij de balie te Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, vakantiekamer, van 14 augustus
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 37ter, § 3, Strafwetboek, artikel 149 Grondwet en artikel 163 Wetboek van Strafvordering: de beslissing tot weigering een werkstraf op te leggen is onvoldoende gemotiveerd; de opgegeven redenen zijn bovendien niet pertinent.
- Naar luid van artikel 37ter, § 3, tweede lid, Strafwetboek moet de rechter die weigert een werkstraf uit te spreken, zijn beslissing met redenen omkleden.
- De rechter oordeelt binnen de perken van de wet onaantastbaar of een werkstraf dan wel een gevangenisstraf, al dan niet met uitstel, en een geldboete aangewezen zijn. In zoverre het onderdeel opkomt tegen dat oordeel, is het niet ontvankelijk.
- Met de redenen die het arrest vermeldt, oordeelt het dat "er geen aanleiding [is] een werkstraf op te leggen". Met die redenen beantwoordt het arrest eisers verzoek en verantwoordt het zijn beslissing geen werkstraf op te leggen naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 37ter, § 3, Strafwetboek: de appelrechters lieten na de eiser in te lichten omtrent de draagwijdte van de door hem gevraagde werkstraf.
- Uit de processen-verbaal van de rechtszitting van 14 augustus 2009 blijkt dat "de beklaagden worden gehoord in [hun] middelen van verdediging en op interpellatie van de voorzitter verklaren zij te weten wat de gevraagde werkstraf inhoudt." Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de eiser niet werd ingelicht omtrent de draagwijdte van de door hem gevraagde werkstraf, mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 56 Strafwetboek en artikel 149 Grondwet: de appelrechters laten na de redenen aan te geven waarom aan de beide beklaagden een identieke bestraffing wordt opgelegd alhoewel de medebeklaagde van de eiser zich ook in staat van wettelijke herhaling bevindt, wat niet het geval is voor de eiser.
- De feitenrechter bepaalt op onaantastbare wijze, binnen de grenzen van de wet, op een wijze die beknopt mag zijn maar nauwkeurig moet zijn, de redenen van zijn keuze voor de strafmaat die hij in verhouding acht tot de zwaarte van de bewezen verklaarde misdrijven en de individuele strafwaardigheid van elke beklaagde, zonder dat hij de redenen dient op te geven waarom hij de medebeklaagden al dan niet tot een gelijke straf veroordeelt. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen het onaantastbare oordeel van de feitenrechter. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 65 Strafwetboek en artikel 149 Grondwet: de appelrechters laten na de redenen aan te geven waarom zij niet ingaan op eisers verzoek de eenheid van opzet aan te houden tussen de in deze zaken aan de eiser telastegelegde feiten en deze waarvoor hij veroordeeld werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 3 juni
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser dergelijk verzoek tot de appelrechters heeft gericht. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 15 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071107.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div