← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.12 Rolnummer: P.09.1681.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 577 - laatst gezien 2026-07-02 20:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Noch artikel 56bis, zesde lid, Wetboek van Strafvordering met betrekking tot het bevelschrift van de onderzoeksrechter tot bevestiging van het bestaan van een machtiging tot observatie, noch artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering dat met verwijzing naar artikel 47sexies, § 3, 1°, 2°, 3° en 5° van hetzelfde wetboek, de verplichte vermeldingen van het proces-verbaal van uitvoering van de observatie opsomt, vereisen dat de datum van de machtiging tot observatie in het bevelschrift of in het proces-verbaal van uitvoering moet worden vermeld. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Bevelschrift van de onderzoeksrechter tot bevestiging van het bestaan van een machtiging tot observatie - Proces-verbaal van uitvoering van de observatie - Verplichte vermeldingen - Datum van de machtiging Fiches 2 - 4 Artikel 6 E.V.R.M. verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces in bepaalde gevallen te regelen en te beperken; dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien zij evenredig is met het belang van de te bereiken doelstellingen, zoals de noodzaak bepaalde vormen van zware criminaliteit te bestrijden of de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant en van de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie te vrijwaren

(1).
(1)Cass., 23 aug. 2005, AR P.05.0805.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050823.6, A.C., 2005, nr. 399 met concl. adv.-gen. Vandermeersch; Cass., 25 sept. 2007, AR P.07.0677.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070925.3, A.C., 2007, nr. 433. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Beperking Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Recht van verdediging - Beperking Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Artikel 6.3 E.V.R.M. - Beperking Fiches 5 - 7 Het recht van verdediging houdt niet noodzakelijk in dat de verdediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie en van de uitgevoerde machtiging te controleren; in dergelijk geval kan het volstaan dat een onafhankelijke en onpartijdige rechter op grond van de hem regelmatig overgelegde stukken en bekende feiten oordeelt dat de observatie is geschied met naleving van de wettelijke voorschriften
(1).
(1)Cass., 24 jan. 2006, AR P.06.0082.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.5, A.C., 2006, nr. 52; Cass., 25 sept. 2007, AR P.07.0677.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070925.3, A.C., 2007, nr. 433. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie - Artikel 235ter Sv. - Artikel 6.3 E.V.R.M. - Recht van verdediging - Verzoenbaarheid Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Recht van verdediging - Onderzoek in strafzaken - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie - Artikel 235ter Sv. - Verzoenbaarheid Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Artikel 6.3 E.V.R.M. - Onderzoek in strafzaken - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie - Artikel 235ter Sv. - Verzoenbaarheid Fiche 8 Op welke datum de machtiging tot observatie werd verleend en of deze voorafgaand aan de uitgevoerde observatie werd verleend, zoals vereist door de wet, maakt het voorwerp uit van de controle door de kamer van inbeschuldigingstelling, overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering
(1).
(1)Zie Cass., 10 maart 2009, AR P.09.0061.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090310.8, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie Fiches 9 - 11 Het onderzoek van de regelmatigheid van de observatie aan de hand van het strafdossier en het vertrouwelijk dossier door de kamer van inbeschuldigingstelling waarborgt volkomen de eerbiediging van het recht van verdediging
(1).
(1)Zie Arbitragehof, arrest nr. 202/2004 van 21 dec. 2004, B.28 en B.29; Cass., 24 jan. 2006, AR P.06.0082.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.5, A.C., 2006, nr. 52. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie - Controle aan de hand van het strafdossier en van het vertrouwelijk dossier - Artikel 235ter Sv. - Artikel 6.3 E.V.R.M. - Recht van verdediging - Verzoenbaarheid Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Recht van verdediging - Onderzoek in strafzaken - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie - Controle aan de hand van het strafdossier en van het vertrouwelijk dossier - Artikel 235ter Sv. - Verzoenbaarheid Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode van observatie - Controle aan de hand van het strafdossier en van het vertrouwelijk dossier - Artikel 235ter Sv. - Artikel 6.3 E.V.R.M. - Verzoenbaarheid Fiches 12 - 13 Wanneer cassatieberoep wordt ingesteld tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, die met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie controleert en er in de zaak inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd, is de zaak spoedeisend omdat de aangehoudenen overeenkomstig artikel 5.3 E.V.R.M. recht hebben op een spoedige behandeling van hun zaak, zodat er geen reden is dat het Hof een prejudiciële vraag zou stellen aan het Grondwettelijk Hof
(1).
(1)Cass., 21 april 2009, AR P.09.0396.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.7, A.C., 2009, nr. ... Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Grondwettelijk Hof - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Arrest - Cassatieberoep - Zaak waarin inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd - Verplichting voor het Hof Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art. 26, § 3 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Arrest - Cassatieberoep - Zaak waarin inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd - Verplichting voor het Hof Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art. 26, § 3 Tekst van de beslissing Nr. P.09.1681.N B. A. G. S. inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 november
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, artikel 6 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging in samenhang met artikel 12 Grondwet, artikel 26, § 3, Bijzondere Wet Arbitragehof en voor zoveel als nodig de artikelen 10, 11 en 149 Grondwet: het bestreden arrest oordeelt onterecht dat het schriftelijk bevel waarin de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 56bis Wetboek van Strafvordering het bestaan bevestigt van de door hem verleende machtiging tot het uitvoeren van een observatie, de datum van deze machtiging niet moet vermelden evenmin als de omstandigheid dat deze machtiging voorafgaand aan bedoeld bevel werd verleend; zodoende wordt het voor de inverdenkinggestelde of de beklaagde onmogelijk na te gaan of de machtiging voorafgaand aan de observatie werd gegeven; in het kader van de procedure op tegenspraak is er nochtans geen enkele objectieve reden om hem die controlemogelijkheid te ontzeggen; de omstandigheid dat enkel een onafhankelijke en onpartijdige rechter die controle uitvoert op basis van stukken die enkel die rechter te zien krijgt, zonder dat de verdediging noch het Hof van Cassatie die controle kunnen toetsen, miskent het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces.
  3. Noch artikel 56bis, zesde lid, Wetboek van Strafvordering met betrekking tot het bevelschrift van de onderzoeksrechter tot bevestiging van het bestaan van een machtiging tot observatie, noch artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering dat met verwijzing naar artikel 47sexies, § 3, 1°, 2°, 3° en 5°, Wetboek van Strafvordering de verplichte vermeldingen van het proces-verbaal van uitvoering van observatie opsomt, vereisen dat de datum van de machtiging tot observatie in het bevelschrift of in het proces-verbaal van uitvoering moet worden vermeld.
  4. Artikel 6 EVRM verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging en het recht op eerlijk proces in bepaalde gevallen te regelen en te beperken. Dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien zij evenredig is met het belang van de te bereiken rechtmatige doelstellingen, zoals de noodzaak bepaalde vormen van zware criminaliteit te bestrijden of de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant en van de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie te vrijwaren.
  5. Hieruit volgt dat het recht van verdediging niet noodzakelijk inhoudt dat de verdediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie en van de uitgevoerde machtiging te controleren. In dergelijk geval kan het volstaan dat een onafhankelijke en onpartijdige rechter op grond van de hem regelmatig overgelegde stukken en bekende feiten oordeelt dat de observatie is geschied mits naleving van de wettelijke voorschriften.
  6. Op welke datum de machtiging tot observatie werd verleend en of deze voorafgaand aan de uitgevoerde observatie werd verleend zoals vereist door de wet, maakt het voorwerp uit van de controle door de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering. Het onderzoek van de regelmatigheid van de observatie aan de hand van het strafdossier en het vertrouwelijk dossier door de kamer van inbeschuldigingstelling waarborgt volkomen de eerbiediging van het recht van verdediging. Het middel faalt naar recht. Prejudiciële vragen
  7. De eiser voert aan dat artikel 235ter, § 6, Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt doordat het Hof van Cassatie bij een cassatieberoep tegen een beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling op grond van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering geen inzage krijgt van alle gegevens die aan de kamer van inbeschuldigingstelling werden voorgelegd, meer bepaald de gegevens van het vertrouwelijk dossier, terwijl dit wel het geval is bij een cassatieberoep met betrekking tot zuivering van nietigheden (artikel 235bis Wetboek van Strafvordering). Artikel 235ter, § 6, Wetboek van Strafvordering zou daarenboven artikel 6 EVRM in samenhang gelezen met artikel 12 Grondwet schenden omdat de omstandigheid dat alleen de kamer van inbeschuldigingstelling en niet het Hof van Cassatie het vertrouwelijke dossier mag inzien, een onvoldoende daadwerkelijke compenserende waarborg zou betekenen voor de inverdenkinggestelde aan wie die vertrouwelijke informatie wordt ontzegd. De eiser verzoekt daarover twee prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof te stellen. Voorts verzoekt de eiser een derde prejudiciële vraag te stellen over de ongelijke behandeling van de inverdenkinggestelde die, anders dan vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en andere onderzoeksmethoden, niet meer aan de hand van het open dossier kan nagaan of de bijzondere opsporingsmethode voorafgaand werd gemachtigd.
  8. Zoals uit het hierboven gegeven antwoord op het middel blijkt, bestaat er geen ernstige twijfel over de verenigbaarheid van artikel 235ter, § 6, Wetboek van Strafvordering met voormelde Grondwetsbepalingen.
  9. Het bestreden arrest vermeldt dat andere inverdenkinggestelden van hun vrijheid zijn beroofd. De zaak is spoedeisend omdat er aangehoudenen zijn die overeenkomstig artikel 5.3 EVRM recht hebben op een spoedige behandeling van hun zaak. Er is dan ook geen reden de prejudiciële vragen te stellen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 15 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050823.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070925.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090310.8 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100302.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.