id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.7 Rolnummer: P.09.0850.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 622 - laatst gezien 2026-07-02 20:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij; enkel de partijen die tijdens een aanleg de bijstand van een advocaat genoten of erdoor vertegenwoordigd werden, kunnen aanspraak maken op de voor die aanleg in die bepaling bedoelde rechtsplegingsvergoeding. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Toekenning Fiches 2 - 4 De in artikel 135, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalde mogelijkheid voor de burgerlijke partij om hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van de raadkamer laat niet toe dat uitsluitend op haar eigen hoger beroep haar toestand wordt verzwaard; dit is het geval wanneer de burgerlijke partij, die door de beschikking van de raadkamer niet tot betaling van enige rechtsplegingsvergoeding werd veroordeeld, uitsluitend op haar eigen hoger beroep, door de appelrechters veroordeeld wordt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de inverdenkinggestelde voor wat betreft de rechtspleging voor de raadkamer
(1).
(1)DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 4de ed. 2007, p. 1262, nr.
- Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Burgerlijke partij - Procedure voor de raadkamer - Geen veroordeling tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding - Uitsluitend hoger beroep van de burgerlijke partij - Veroordeling in hoger beroep tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de rechtspleging voor de raadkamer - Verzwaring van de toestand - Wettigheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Burgerlijke partij - Procedure voor de raadkamer - Geen veroordeling tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding - Uitsluitend hoger beroep van de burgerlijke partij - Veroordeling in hoger beroep tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de rechtspleging voor de raadkamer - Verzwaring van de toestand - Wettigheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Burgerlijke partij - Procedure voor de raadkamer - Geen veroordeling tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding - Uitsluitend hoger beroep van de burgerlijke partij - Veroordeling in hoger beroep tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de rechtspleging voor de raadkamer - Verzwaring van de toestand - Wettigheid Fiches 5 - 6 Wanneer een partij een afwijking van het basisbedrag van de op te leggen rechtsplegingsvergoeding vraagt zonder daarover een specifiek verweer te voeren, miskent de rechter de motiveringsplicht niet door zonder opgave van redenen het basisbedrag op te leggen. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Partij die een afwijking vraagt van het basisbedrag - Geen specifiek verweer - Motiveringsplicht van de rechter - Draagwijdte Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Partij die een afwijking vraagt van het basisbedrag - Geen specifiek verweer - Motiveringsplicht van de rechter - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.09.0850.N M. V. M. eiser, met als raadsman mr. Rudi Vermeiren, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
- W. L. B. inverdenkinggestelde,
- R. I. E. R. inverdenkinggestelde,
- P. G. B. C. inverdenkinggestelde,
- L. B. A. S. inverdenkinggestelde,
- A. M. J. R. inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek: de kamer van inbeschuldigingstelling mocht geen rechtsplegingsvergoeding zowel voor de rechtspleging voor de raadkamer als voor de kamer van inbeschuldigingstelling toekennen aan de vierde en de vijfde verweerder die in eerste aanleg niet verschenen en evenmin vertegenwoordigd werden.
- Artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Enkel de partijen die tijdens een aanleg de bijstand van een advocaat genoten of erdoor vertegenwoordigd werden, kunnen aanspraak maken op de voor die aanleg in die bepaling bedoelde rechtsplegingsvergoeding.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, in het bijzonder de beroepen beschikking van de raadkamer, blijkt dat de vierde en vijfde verweerder niet ter rechtszitting van de raadkamer verschenen, noch door een raadsman vertegenwoordigd werden. Het bestreden arrest dat aan de vierde en vijfde verweerder een rechtsplegingsvergoeding toekent voor de rechtspleging voor de raadkamer, schendt voormelde wetsbepaling. Het middel is in zoverre gegrond. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 135 Wetboek van Strafvordering: door ook een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen aan de inverdenkinggestelden voor de rechtspleging in eerste aanleg, hervormt de kamer van inbeschuldigingstelling de beschikking van de raadkamer zonder dat de eiser of de verweerders die beschikking wat de gerechtskosten betreft hadden aangevochten; aldus werd het voorwerp van het hoger beroep ambtshalve uitgebreid.
- In zoverre het middel gericht is tegen de beslissing de eiser te veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding voor de rechtspleging voor de raadkamer aan de vierde en vijfde verweerder, kan het, gelet op het antwoord op het tweede middel, niet tot ruimere cassatie leiden.
- Overeenkomstig artikel 135, § 1 Wetboek van Strafvordering kunnen het openbaar ministerie en de burgerlijke partij hoger beroep instellen tegen alle beschikkingen van de raadkamer. De in dat wetsartikel bepaalde mogelijkheid voor de burgerlijke partij om hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van de raadkamer laat echter niet toe dat uitsluitend op haar eigen hoger beroep haar toestand wordt verzwaard.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, in het bijzonder de beroepen beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 29 oktober 2008, blijkt dat de eiser niet tot betaling van enige rechtsplegingsvergoeding werd veroordeeld. Tegen deze beschikking werd uitsluitend door de eiser hoger beroep ingesteld. De appelrechters die de eiser ook veroordelen tot het betalen aan de eerste, tweede en derde verweerder van het bedrag van 1.200 euro als rechtsplegingsvergoeding wat betreft de rechtspleging voor de raadkamer, schenden aldus artikel 135 Wetboek van Strafvordering. Het middel is in zoverre gegrond. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters beantwoorden eisers verweer niet dat de rechtsplegingsvergoeding moest worden verminderd tot een minimumvergoeding en dat de rechtsplegingsvergoeding voor de procedure in eerste aanleg niet retroactief kon worden toegekend, alleszins niet voor de vierde en de vijfde verweerder die niet werden vertegenwoordigd door een raadsman.
- In zoverre het middel betrekking heeft op de rechtsplegingsvergoeding, toegekend aan de verweerders voor de rechtspleging in eerste aanleg, kan het niet tot ruimere cassatie leiden.
- Wanneer een partij een afwijking van het basisbedrag van de op te leggen rechtsplegingsvergoeding vraagt zonder daarover een specifiek verweer te voeren, miskent de rechter de motiveringsplicht niet door zonder opgave van redenen het basisbedrag op te leggen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel betrekking heeft op de rechtsplegingsvergoeding voor de rechtspleging in hoger beroep stelt de kamer van inbeschuldigingstelling vast dat de vierde en vijfde verweerder wel werden vertegenwoordigd door een raadsman. In zoverre beantwoordt het arrest eisers verweer dat de vierde en vijfde verweerder geen "raadsman hebben gelast". In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Overige grieven
- De overige middelen kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot betaling aan alle verweerders van het bedrag van 1.200 euro als rechtsplegingsvergoeding wat betreft de rechtspleging voor de raadkamer. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt alle verweerders elk tot één vijfde van de kosten van het cassatieberoep en veroordeelt de eiser tot de overige kosten. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Begroot de kosten in het geheel op 331,84 euro waarvan 49,20 euro verschuldigd is en 282,64 euro betaald werd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 15 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221102.2F.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131120.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div