id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.8 Rolnummer: P.09.1167.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2009-12-22 Raadplegingen: 529 - laatst gezien 2026-07-02 20:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De kamer van inbeschuldigingstelling doet enkel uitspraak met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering wanneer zij de regelmatigheid van het haar voorgelegde strafonderzoek en van de ermee gepaard gaande strafvordering onderzoekt, dit is wanneer zij uitspraak doet over onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, van voormeld wetboek of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking of over een grond van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering; daaruit volgt dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak doet over het hoger beroep tegen de beschikking van de onderzoeksrechter die de vervreemding van een in beslag genomen vermogensbestanddeel beveelt, zij uitspraak doet met toepassing van artikel 6lsexies maar niet van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, zodat dergelijk arrest geen eindbeslissing is en geen uitspraak doet in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid van hetzelfde wetboek en het cassatieberoep niet ontvankelijk is
(1).
(1)Zie Cass., 11 mei 1999, AR P.99.0489.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990511.5, A.C., 1999, nr. 278; Cass., 16 dec. 2003, AR P.03.1298.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.45, A.C., 2003, nr.
- Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Uitspraak met toepassing van artikel 235bis Sv. - Draagwijdte Kamer van inbeschuldigingstelling - Uitspraak met toepassing van artikel 61sexies Sv. - Onmiddellijk cassatieberoep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Uitspraak met toepassing van artikel 61sexies Sv. - Onmiddellijk cassatieberoep - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.09.1167.N A. K. persoon ten laste van wie het beslag werd gelegd, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie te Tongeren. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee grieven aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De kamer van inbeschuldigingstelling doet enkel uitspraak met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering wanneer zij de regelmatigheid van het haar voorgelegde strafonderzoek en van de ermee gepaard gaande strafvordering onderzoekt, dit is wanneer zij uitspraak doet over onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, van voormeld wetboek of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking of over een grond van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering. Daaruit volgt dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak doet over het hoger beroep tegen de beschikking van de onderzoeksrechter die de vervreemding van een in beslag genomen vermogensbestanddeel beveelt, zij uitspraak doet met toepassing van artikel 6lsexies maar niet van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering.
- Het arrest doet uitspraak over het hoger beroep tegen de beschikking van de onderzoeksrechter die de vervreemding van een in beslag genomen bestanddeel met toepassing van artikel 61sexies Wetboek van Strafvordering beveelt. Aldus bevat het arrest geen eindbeslissing en doet het geen uitspraak in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid van hetzelfde wetboek. Het cassatieberoep is in zoverre niet ontvankelijk. Eerste grief
- De grief die de beslissing van het arrest met betrekking tot de vervreemding van het in beslag genomen vermogensbestanddeel aanvecht, houdt geen verband met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en behoeft bijgevolg geen antwoord. Tweede grief
- Het middel voert een motiveringsgebrek aan: het arrest beantwoordt eisers conclusie niet betreffende de regelmatigheid van de uitgevoerde observatie.
- Voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft de eiser geconcludeerd dat het gerechtelijk onderzoek gewag maakt van observaties en dat deze niet werden uitgevoerd conform artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering, hetgeen gevolgen kan hebben voor wat betreft de bewijslevering van het eventuele misdrijf. Aldus heeft de eiser de kamer van inbeschuldigingstelling gevraagd toepassing te maken van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, teneinde de regelmatigheid van de onderzoekshandeling observatie te onderzoeken.
- Het arrest doet geen uitspraak over deze in conclusie aangevoerde onregelmatigheid. Aldus beantwoordt het eisers verweer niet. De grief is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het geen uitspraak doet over eisers verzoek met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid van de onderzoekshandeling observatie te onderzoeken. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de helft der kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Begroot de kosten op 72,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 15 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990511.5 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031216.45 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div