id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091217.10 Rolnummer: C.08.0153.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-13 Raadplegingen: 479 - laatst gezien 2026-07-02 21:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een bouw- of verkavelingsverbod dat voortvloeit uit een definitief vastgesteld plan kan recht geven op planschadevergoeding indien het goed dat erdoor getroffen wordt op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan kan worden beschouwd als een te bebouwen of te verkavelen grond, ofwel op grond van de bestaande bestemming, ofwel op grond van de normale bestemming van het terrein. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Planschade en -baten Vrije woorden: Plan van aanleg - Bouw- of verkavelingsverbod - Planschadevergoeding Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, eerste lid Fiche 2 Een perceel grond heeft de normale bestemming van respectievelijk bouwgrond of verkavelingsgrond indien het ligt aan een, gelet op de plaatselijke toestand, voldoende uitgeruste weg, gelegen is in de nabijheid van andere woningen en technisch geschikt is om bebouwd of verkaveld te worden
(1).
(1)Zie Cass., 19 sept. 2002, AR C.01.0302.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020919.7, A.C., 2002, nr
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Planschade en -baten Vrije woorden: Plan van aanleg - Bouw- of verkavelingsverbod - Planschadevergoeding - Normale bestemming als bouw- of verkavelingsgrond Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, eerste lid Fiche 3 Indien een verkavelbaar perceel wordt getroffen door een bouw- of verkavelingsverbod, dient voor de planschadevergoeding slechts te worden onderzocht of het perceel gelegen is aan een bestaande en gelet op de plaatselijke toestand voldoende uitgeruste weg, zonder dat tevens moet worden nagegaan of de onderscheiden kavels aan een bestaande uitgeruste weg zouden grenzen. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Planschade en -baten Vrije woorden: Plan van aanleg - Bouw- of verkavelingsverbod - Planschadevergoeding - Normale bestemming als bouw- of verkavelingsgrond - Ligging langs een voldoende uitgeruste weg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, eerste en tiende lid, 5° Fiche 4 Het recht op planschadevergoeding wegens niet langer verkavelbare grond is niet beperkt tot het deel van het perceel grond dat zich situeert binnen de gebruikelijke bouwdiepte; de eigenaar van een verkavelbare grond heeft niet alleen recht op planschadevergoeding voor de kavels die zouden grenzen aan een bestaande en voldoende uitgeruste weg, maar er moet ook rekening worden gehouden met alle kavels die binnen de verkaveling hadden kunnen gerealiseerd worden. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Planschade en -baten Vrije woorden: Plan van aanleg - Bouw- of verkavelingsverbod - Planschadevergoeding Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 35, eerste en tiende lid, 5° Tekst van de beslissing Nr. C.08.0153.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering voor wie optreedt de minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Phoenixgebouw, Koning Albert II-laan 19, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen D. C. E., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 17 september 2007 gewezen door het hof van beroep te Brussel Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens het te dezen toepasselijk artikel 35, eerste lid, van het decreet van het Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening, is schadevergoeding al naar het geval verschuldigd door het Vlaamse Gewest, de vereniging van gemeenten of de gemeente, wanneer het bouw- of verkavelingsverbod volgend uit een plan dat bindende kracht heeft gekregen, een einde maakt aan het gebruik waarvoor een goed dient of normaal bestemd is de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding. Krachtens artikel 35, tweede lid, van het voornoemde decreet dient de waardevermindering die voor schadeloosstelling in aanmerking komt, te worden geraamd als het verschil tussen, eensdeels, de waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op schadevergoeding en verhoogd met de lasten en kosten, voor de inwerkingtreding van het plan en, anderdeels, de waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding na de inwerkingtreding van het plan; enkel de waardevermindering voortvloeiend uit dat plan kan in aanmerking worden genomen. Krachtens artikel 35, derde lid, van dit decreet ontstaat het recht op schadevergoeding ofwel bij overdracht van het goed ofwel bij de weigering van een bouw- of verkavelingsvergunning of nog bij het afleveren van een negatief stedenbouwkundig attest. Luidens artikel 35, in fine, sub 5, van dit decreet is er geen vergoeding verschuldigd, in het geval van een verbod om een stuk grond gelegen aan een weg die, gelet op de plaatselijke toestand, onvoldoende is uitgerust, te verkavelen of te bebouwen.
- Uit de samenhang van die bepalingen volgt dat een bouw- of verkavelingsverbod voortvloeiend uit een definitief vastgesteld plan recht kan geven op planschadevergoeding indien het goed dat erdoor wordt getroffen op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan kan worden beschouwd als een te bebouwen of te verkavelen grond, ofwel op grond van de bestaande bestemming, ofwel op grond van de normale bestemming van het terrein. Een perceel grond heeft de normale bestemming van respectievelijk bouwgrond of verkavelingsgrond indien het ligt aan een, gelet op de plaatselijke toestand, voldoende uitgeruste weg, gelegen is in de nabijheid van andere woningen en technisch geschikt is om bebouwd of verkaveld te worden.
- Hieruit volgt dat indien een verkavelbaar perceel wordt getroffen door een bouw- en verkavelingsverbod, voor de planschadevergoeding slechts dient te worden onderzocht of het perceel gelegen is aan een bestaande en gelet op de plaatselijke toestand voldoende uitgeruste weg, zonder dat tevens moet worden nagegaan of de onderscheiden kavels aan een bestaande uitgeruste weg zouden grenzen.
- Anders dan het middel aanvoert, beperken die wetsbepalingen het recht op planschadevergoeding wegens niet langer verkavelbare grond niet tot het deel van het perceel grond dat zich situeert binnen de gebruikelijke bouwdiepte maar heeft de eigenaar van een verkavelbare grond niet alleen recht op planschadevergoeding voor de kavels die zouden grenzen aan een bestaande en voldoende uitgeruste weg, maar moet ook rekening worden gehouden met alle kavels die binnen de verkaveling hadden kunnen gerealiseerd worden. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt het naar recht.
- Het middel voert tevens aan dat die uitlegging van de voornoemde decretale bepaling een met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet strijdige ongelijkheid zou creëren tussen de eigenaars van een enkel, niet verkavelbaar perceel en de eigenaars van meerdere percelen die een verkavelbaar geheel vormen, nu de eerste van planschadevergoeding zouden zijn uitgesloten omdat hun grond, de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan van aanleg, niet gelegen is aan een voldoende uitgeruste weg, terwijl de tweede voor eenzelfde niet aan een uitgeruste weg gelegen perceel, maar deel uitmakend van een verkavelbaar geheel, via mogelijkheid van verkaveling met aanleg van een nieuwe weg, wel recht op planschadevergoeding zouden hebben. De appelrechters stellen vast dat de twee percelen van de verweerster, die het verkavelbare (zeshoekig) stuk grond vormen, elk aan een weg lagen die voldoende was uitgerust. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de verweerster eigenaar is van een perceel grond, dat deel uitmaakt van een verkavelbaar geheel maar zelf niet grenst aan een voldoende uitgeruste weg, mist het feitelijke grondslag. Er bestaat derhalve geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 441,86 euro jegens de eisende partij en op de som van 104,36 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 17 december 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091217.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020919.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div