← België

ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091217.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091217.6 Rolnummer: D.09.0004.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht - Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2010-01-13 Raadplegingen: 552 - laatst gezien 2026-07-02 20:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De (tucht)rechter bepaalt binnen de bij de wet en het E.V.R.M. gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken; het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat de Nederlandstalige kamer van beroep van het beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 E.V.R.M. heeft geschonden

(1).
(1)Cass., 5 sept. 2008, AR D.07.0016.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3, A.C., 2008, nr
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Tuchtzaken - Rechter - Sanctie - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Toetsing door het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Tuchtzaken - Rechter - Sanctie - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 3 - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Thesaurus CAS: ACCOUNTANT UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Boekhouder - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 Vrije woorden: Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten - Kamer van beroep - Tuchtzaken - Sanctie - Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 3 - Beoordelingsbevoegdheid - Evenredigheid - Toetsing door het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Tekst van de beslissing Nr. D.09.0004.N C. J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiser woonplaats kiest, tegen HET BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN, dat optreedt door toedoen van de Nationale Raad vertegenwoordigd door zijn ondervoorzitter, mevrouw Maria Ploumen, met zetel te 1050 Brussel, Legrandlaan 45, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 25 februari 2009 gewezen door de Nederlandstalige kamer van beroep van het beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF
  2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de inbreuken die de eiser ten laste werden gelegd, werden opgenomen in de aangetekende oproepingsbrief van 17 juli 2008 en dat het in het middel bedoelde stuk 18 een brief betreft uitgaande van de raadsman van de eiser van 8 oktober 2008, waarbij een medisch attest van arbeidsonderbreking is gevoegd van 7 tot 24 oktober 2008 en een attest van vergoedbare farmaceutische verstrekkingen op 7 oktober
  3. Voormelde brief beoogt een bijkomend uitstel door de Uitvoerende kamer van de behandeling op de zitting van 9 oktober 2008 en vermeldt dat: - de eiser wegens medische redenen niet bekwaam is om te verschijnen; - een medisch attest ter staving wordt bijgevoegd; - verzocht wordt de zaak zo mogelijk op een tweetal maanden uit te stellen daar de gezondheidsproblemen van de eiser van ernstige cardiale aard zijn; - de eiser persoonlijk op de zitting aanwezig wenst te zijn en een sneller herstel dan twee maand onwaarschijnlijk is.
  4. Anders dan waarvan het middel uitgaat, betreft dit stuk 18 enkel de redenen op grond waarvan de eiser een uitstel van behandeling beoogde op de zitting van 9 oktober 2008, en voert geen verzachtende omstandigheden aan met betrekking tot de hem tenlastegelegde feiten voorafgaand aan 17 juli
  5. In zoverre berust het middel op een verkeerde lezing en mist het feitelijke grondslag.
  6. De rechter bepaalt binnen de bij de wet en het EVRM gestelde perken, in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuken. Het Hof vermag evenwel na te gaan of uit de vaststellingen en overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat de Nederlandstalige kamer van beroep van het beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten een kennelijk onevenredige sanctie heeft opgelegd en zodoende artikel 3 EVRM heeft geschonden. De bestreden beslissing grondt de tuchtsanctie van schrapping op de redenen dat: - met betrekking tot de inbreuk die erin bestaat niet tijdig alle gevraagde inlichtingen over te maken aan de raad of de kamers en niet te reageren op briefwisseling van het Instituut, de eiser niet geantwoord heeft op de briefwisseling van het Instituut en de tenlastelegging op dit onderdeel gegrond is; - de laattijdigheid van het betalen van de bijdragen weerhouden wordt; - geen enkel stuk voorligt waaruit blijkt dat de eiser tevens verzekerd is voor het jaar 2008; - er geen verslagen inzake permanente vorming zijn ingediend en er enkel voor het jaar 2006 een aantal aanwezigheidsattesten betreffende de gevolgde permanente vorming worden neergelegd doch dat voor geen van de in de tenlastelegging vermelde jaren bewezen wordt dat voldaan werd aan de verplichting jaarlijks minstens 30 uren te volgen; - de tenlastelegging gegrond is voor wat betreft het laattijdig indienen van de verslagen en voor het niet volgen van de permanente vorming in de jaren 2002 tot en met 2005, 2007 en deels voor 2006; - het niet beantwoorden van de briefwisseling van het Instituut inzake de overdracht van het dossier van Comm. V. Bali het Instituut en de kamer verhinderd hebben hun wettelijke taken uit te oefenen; - het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering een wettelijke en deontologische verplichting is zowel in het belang van het cliënteel als de boekhouder zelf en dat tekortkomingen op dit vlak in het geheel niet aanvaardbaar zijn en moeten worden gesanctioneerd; - de eiser ernstig is tekortgeschoten en uiteindelijk slechts tot betaling van de voor 2008 verschuldigde bedragen en tot het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering is overgegaan na de veroordeling door de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer; - de eiser met betrekking tot gelijkaardige tenlasteleggingen inzake het volgen van permanente vorming en het indienen van verslagen voor andere jaren al op 21 januari 2002 door de kamer van beroep werd terecht gewezen en hiervoor gesanctioneerd werd waarbij de kamer uitdrukkelijk stelde dat een schorsingsmaatregel zich opdringt teneinde de eiser op een blijvende manier te wijzen op het belang van de deontologische verplichting; - de eiser terzake werd gesanctioneerd met een schorsing van drie maanden; - de eiser in een beschikking van 11 oktober 2005 van de kamer van beroep nogmaals werd gewezen op de verplichtingen inzake permanente vorming; - de kamer vaststelt dat deze sancties nauwelijks effect teweeg hebben gebracht bij de eiser en zijn houding ten aanzien van de verplichtingen inzake permanente vorming niet hebben gewijzigd; - de feiten ernstig zijn, in het bijzonder gelet op het feit dat inzake permanente vorming er al een eerdere veroordeling is; - de in de beroepen beslissing uitgesproken sanctie niet buiten verhouding tot de feiten en de persoon van de eiser staan. Uit voormelde vaststellingen en overwegingen blijkt niet dat de sanctie van schrapping die werd opgelegd wegens voormelde inbreuken kennelijk onevenredig is met de zwaarte van de inbreuken. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 599,43 euro jegens de eisende partij en op de som van 108,05 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 17 december 2009 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091217.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110530.1 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150211.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130222.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.