id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.1 Rolnummer: P.09.0701.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2010-01-12 Raadplegingen: 529 - laatst gezien 2026-07-02 23:28 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091222.1 Fiches 1 - 2 Wanneer een beklaagde bij eenzelfde akte gelijktijdig vervolgd wordt wegens verschillende strafbare feiten waarvoor de bestraffing ten tijde van die feiten verschilt van deze ten tijde van het vonnis, moet de feitenrechter eerst voor elk feit afzonderlijk nagaan welke de minst zware straf is zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, Strafwetboek en nadien indien hij samenloop tussen die feiten vaststelt, welke van die straffen de zwaarste straf is, zoals bedoeld in artikel 65 Strafwetboek; voor het bepalen van de minst zware straf, zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, Strafwetboek met betrekking tot de toepassing van de strafwet in de tijd, worden in eerste instantie de hoofdgevangenisstraffen in aanmerking genomen en niet de bijkomende straffen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Zwaarste straf Vrije woorden: Bepaling - Bestraffing verschillend ten tijde van de feiten en ten tijde van het vonnis - Toepassing Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Meerdaadse UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Zwaarste straf Vrije woorden: Zwaarste straf - Bepaling Fiches 3 - 4 Wanneer de feitenrechter de feiten bewezen verklaart op grond van de wettelijke bepalingen van toepassing ten tijde van het arrest, inzonderheid de artikelen 433decies, 433undecies en 433terdecies Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 16 van de wet van 10 augustus 2005, waarbij de bij artikel 433undecies, 1°, Strafwetboek bepaalde hoofdgevangenisstraf minder zwaar is dan de ten tijde van het misdrijf in artikel 77bis, § 2, (oud) Vreemdelingenwet bepaalde hoofdgevangenisstraf in geval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, dient de bestraffing in al zijn onderdelen te gebeuren met toepassing van de nieuwe wet, daarin begrepen de bijkomende straf van bijzondere verbeurdverklaring zoals bepaald in het nieuwe artikel 433terdecies Strafwetboek, thans verplicht gesteld zelfs in geval de zaken waarop zij betrekking heeft, niet het eigendom van de veroordeelde zijn
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Zwaarste straf Vrije woorden: Werking in de tijd - Straf - Zwaarste straf - Bepaling - Bestraffing verschillend ten tijde van de feiten en ten tijde van het vonnis - Toepassing Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Zwaarste straf Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring van artikel 433terdecies Strafwetboek - Bestraffing verschillend ten tijde van de feiten en ten tijde van het vonnis - Toepassing Fiches 5 - 6 Conclusie van eerste advocaat-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Zwaarste straf Vrije woorden: Bepaling - Bestraffing verschillend ten tijde van de feiten en ten tijde van het vonnis - Toepassing Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Meerdaadse UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Zwaarste straf Vrije woorden: Zwaarste straf - Bepaling Tekst van de beslissing Nr. P.09.0701.N
- H D, beklaagde,
- S Y, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 maart
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 43 en 433terdecies Strafwetboek, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 77bis Vreemdelingenwet in de versie voor de wijziging bij de wet van 10 augustus 2005: de appelrechters die oordelen dat het pand aan de beide eisers toebehoort, hebben onterecht geoordeeld dat het moet worden verbeurd verklaard; de verbeurdverklaring is immers slechts facultatief omdat het pand niet de eigendom van een van de beide eisers is, maar het aan elk van hen toebehoort voor de helft.
- Wanneer een beklaagde bij eenzelfde akte gelijktijdig vervolgd wordt wegens verschillende strafbare feiten waarvoor de bestraffing ten tijde van die feiten verschilt van deze ten tijde van het vonnis, moet de feitenrechter eerst voor elk feit afzonderlijk nagaan welke de minst zware straf is zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, Strafwetboek en nadien indien hij samenloop tussen die feiten vaststelt, welke van die straffen de zwaarste straf is, zoals bedoeld in artikel 65 Strafwetboek.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de appelrechters de feiten van de telastlegging A.a en A.b bewezen verklaren op grond van de wettelijke bepalingen van toepassing ten tijde van het arrest, inzonderheid de nieuwe artikelen 433decies, 433undecies en 433terdecies Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 16 van de wet van 10 augustus 2005 waarnaar het arrest verwijst.
- De wegens de bewezen verklaarde feiten A.a en A.b ten tijde van het arrest bij artikel 433undecies, 1°, Strafwetboek bepaalde hoofdgevangenisstraf bedraagt een jaar tot vijf jaar, wat minder zwaar is dan de ten tijde van het misdrijf in artikel 77bis, § 2, (oud) Vreemdelingenwet bepaalde hoofdgevangenisstraf van opsluiting van 5 jaar tot 10 jaar, in geval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt.
- Voor het bepalen van de minst zware straf, zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, Strafwetboek met betrekking tot de toepassing van de strafwet in de tijd, worden in eerste instantie de hoofdgevangenisstraffen in aanmerking genomen en niet de bijkomende straffen, zodat de bestraffing in al zijn onderdelen diende te gebeuren met toepassing van de nieuwe wet, daarin begrepen de bijkomende straf van bijzondere verbeurdverklaring zoals bepaald in het nieuwe artikel 433terde¬cies Strafwetboek, thans verplicht gesteld zelfs in geval de zaken waarop zij betrekking heeft, niet het eigendom van de veroordeelde zijn. De met toepassing van artikel 65 Strafwetboek uit te spreken zwaarste straf wegens de vermengde feiten A.a, A.b en B is deze bepaald voor de feiten A.a en A.b die bestraft worden met gevangenisstraf en geldboete. De feiten B werden ten tijde van de feiten bestraft met geldboete alleen zoals bepaald in artikel 17 (oud) van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers. Het arrest verwijst daarbij uitdrukkelijk naar de door de eerste rechter aangehaalde wettelijke bepalingen, inzonderheid de artikelen 2 en 65 Strafwetboek.
- Op grond van het geheel van de hoger vermelde artikelen is de beslissing over de aan de beide eisers opgelegde bestraffing, naar recht verantwoord, daarin begrepen de bijzondere verbeurdverklaring van de woning. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters de bijzondere verbeurdverklaring van de woning van de eisers uitspreken op grond van artikel 77bis, § 5, (oud) Vreemdelingenwet, mist het feitelijke grondslag.
- In zoverre de appelrechters ook melding maken van het artikel 77bis, § 5, (oud) Vreemdelingenwet, betreft het een overtollige verwijzing die de beslissing over de bijzondere verbeurdverklaring niet schraagt. In zoverre kan het middel niet tot cassatie leiden en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering.
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 22 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091222.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div