id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.3 Rolnummer: P.09.0946.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-01-12 Raadplegingen: 195 - laatst gezien 2026-07-02 20:52 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De regel volgens dewelke de rechter onafhankelijk en onpartijdig moet zijn, zoals neergelegd in de artikelen 6.1 E.V.R.M. en 14.1 I.V.B.P.R., wordt miskend wanneer de beslissing wordt gewezen of medegewezen door een rechter van wie terecht kan worden gevreesd dat hij in dat opzicht niet de vereiste waarborgen biedt; een gebrek aan onpartijdigheid van de rechter valt niet af te leiden uit de omstandigheid dat diezelfde magistraat gelijktijdig te oordelen had, eensdeels, in de echtscheidingsprocedure tussen partijen en, anderdeels, in een andere kamer van dat rechtscollege bij de behandeling van de burgerlijke gevolgen van een strafklacht van een van de partijen tegen de andere wegens opzettelijke slagen en verwondingen
(1).
(1)Cass., 2 juni 1992, AR 6649, A.C., 1992, nr. 518; Cass., 24 okt. 1995, AR P.95.0319.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951024.1, A.C., 1995, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechter - Begrip - Toepassing Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE Vrije woorden: Strafzaken - Onafhankelijke en onpartijdige rechter - Begrip - Toepassing Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE Vrije woorden: Artikel 14.1 - Strafzaken - Onafhankelijke en onpartijdige rechter - Begrip - Toepassing Tekst van de beslissing Nr.P.09.0946.N J H G, beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen M J, burgerlijke partij, verweerster, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Valérie Libert, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Wim De Gendt, advocaat bij de balie te Tongeren. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 IVBPR: een van de rechters die het bestreden arrest hebben gewezen, kan niet aangezien worden als een onpartijdige rechter omdat "hij tijdens het beraad [in de onderhavige strafzaak] in zijn hoedanigheid van raadsheer zetelend in de derde burgerlijke kamer van het hof van beroep te Antwerpen waarvoor de echtscheidingszaak [tussen de eiser en de verweerster] op 18 april 2009 werd gepleit, kennis had gekregen van de feitelijke gegevens van de burgerlijke procedure die, gezien de verwevenheid van beide zaken, ook de beoordeling omtrent de burgerlijke vordering in de strafprocedure zouden kunnen beïnvloeden".
- De regel volgens dewelke de rechter onafhankelijk en onpartijdig moet zijn, zoals neergelegd in de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR, wordt miskend wanneer de beslissing wordt gewezen of medegewezen door een rechter van wie terecht kan worden gevreesd dat hij in dat opzicht niet de vereiste waarborgen biedt. De enkele schijn van afhankelijkheid of vooringenomenheid kan daarvoor volstaan.
- De rechter wordt uit hoofde van zijn ambt vermoed onpartijdig te zijn tot bewijs van het tegendeel. De objectieve onpartijdigheid van de rechter kan in het gedrang komen wanneer het rechtscollege waarvan hij deel uitmaakt derwijze functioneert of georganiseerd is dat de waarborg van onpartijdigheid waarop de beklaagde recht heeft, ter discussie kan worden gesteld.
- Dergelijke twijfel dient evenwel rechtmatig te zijn. Dat vereist niet alleen dat twijfel redelijkerwijze aanvaardbaar is, maar ook dat hij objectief steun moet vinden in de concrete gegevens en de toedracht van elke zaak in het bijzonder.
- Aldus valt een gebrek aan onpartijdigheid van de rechter niet af te leiden uit de omstandigheid dat diezelfde magistraat, in hoger beroep, gelijktijdig te oordelen had, eensdeels, in de echtscheidingsprocedure tussen de partijen en, anderdeels, in een andere kamer van dat rechtscollege bij de behandeling van de burgerlijke gevolgen van een strafklacht van een van de partijen tegen de andere wegens opzettelijke slagen en verwondingen. De omstandigheid dat die beide zaken dezelfde partijen betreffen en wegens de concrete omstandigheden betrekking hebben op dezelfde problematiek, doet daaraan niet af. Voorkennis van de rechter van feitelijke gegevens uit de echtscheidingsprocedure, leidt immers niet noodzakelijkerwijze tot vooringenomenheid bij de beoordeling door dezelfde rechter van het eventueel aan een strafklacht te geven civielrechtelijk gevolg.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de in het middel aangewezen rechter, voorafgaand aan de beslissing uitgesproken door de correctionele kamer van het hof van beroep waarvan hij deel uitmaakte, in zijn hoedanigheid van rechter in een burgerlijke kamer van dat hof standpunt heeft ingenomen over de schuld van de eiser in de strafzaak. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 22 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951024.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div