id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.4 Rolnummer: P.09.1256.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-01-12 Raadplegingen: 503 - laatst gezien 2026-07-02 20:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche Om aan de door het Grondwettelijk Hof vastgestelde ongrondwettigheid te verhelpen, volstaat het de strafrechter ook rechtsmacht toe te kennen om de burgerlijke partij die de civielrechtelijk aansprakelijke partij rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het ongelijk wordt gesteld, te veroordelen tot het betalen aan de civielrechtelijk aansprakelijke partij van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek
(1).
(1)GwH, 5 mei 2009, nr. 74/2009, B.S., 11 juni 2009,
- Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN STRAFRECHT - TARIEF STRAFZAKEN - Gerechtskosten Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - In het ongelijk gestelde rechtstreeks dagende burgerlijke partij - Rechtsplegingsvergoeding aan de civielrechtelijk aansprakelijke partij Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.09.1256.N NIJS-VAN BEERS bvba, met zetel te 2480 Dessel, Zanddijk 53, civielrechtelijk aansprakelijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Gert Verreyt, advocaat bij de balie te Turnhout, tegen OPENBARE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ VOOR HET VLAAMSE GEWEST (O.V.A.M.), met zetel te 2800 Mechelen, K. De Deckerstraat 22-26, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 juni
- De eiseres voert in een verzoekschrift die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 162bis Wetboek van Strafvordering: de appelrechters hebben de verweerster onterecht niet veroordeeld tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de eiseres.
- Krachtens artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, wordt de burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het ongelijk wordt gesteld, veroordeeld tot betaling aan de beklaagde van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek.
- In zijn arrest 74/2009 van 5 mei 2009 oordeelt het Grondwettelijk Hof dat in zoverre artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering niet toestaat aan de civielrechtelijk aansprakelijke partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen ten laste van de in het ongelijk gestelde rechtstreeks dagende burgerlijke partij, het de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt.
- Wanneer het Grondwettelijk Hof vaststelt dat een wetsbepaling betreffende de strafvordering een leemte bevat waardoor de artikelen 10 en 11 Grondwet worden geschonden, moet de strafrechter zo mogelijk deze leemte opvullen. Of de strafrechter een leemte in de wetsbepaling betreffende de strafvordering kan opvullen, hangt af van de leemte zelf. Indien de leemte van die aard is dat zij noodzakelijk vereist dat een volledig andere procesregeling wordt ingevoerd, dan kan de rechter zich daarvoor niet in de plaats van de wetgever stellen. Indien evenwel aan de ongrondwettigheid zonder meer een einde kan worden gesteld door de wetsbepaling aan te vullen dermate dat ze niet strijdig is met de artikelen 10 en 11 Grondwet, kan en moet de rechter dit doen.
- Om hier aan de vastgestelde ongrondwettigheid te verhelpen, volstaat het de strafrechter ook rechtsmacht toe te kennen om de burgerlijke partij die de civielrechtelijk aansprakelijke partij rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het ongelijk wordt gesteld, te veroordelen tot het betalen aan de civielrechtelijk aansprakelijke partij van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek.
- Door de verweerster niet te veroordelen tot betaling aan de eiseres van een rechtsplegingsvergoeding op grond van de vaststelling dat artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering geen melding maakt van een veroordeling van de burgerlijke partij, rechtstreeks dagende partij, tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de civielrechtelijk aansprakelijke partij, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de door de eiseres gevorderde rechtsplegingsvergoeding. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerster in de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Begroot de kosten op 319,69 euro waarvan eiseres 213,87 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 22 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230310.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div