id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.7 Rolnummer: P.09.1121.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-01-12 Raadplegingen: 640 - laatst gezien 2026-07-02 20:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche De kamer van inbeschuldigingstelling oefent haar bevoegdheid om ambtshalve vervolgingen te gelasten, zich de stukken te doen overleggen, de zaak te onderzoeken of te doen onderzoeken, en daarna te beschikken zoals het behoort, naar eigen goedvinden uit; een partij kan dit niet vorderen, zodat de kamer van inbeschuldigingstelling niet hoeft te beslissen over een door een partij gevorderde toepassing van artikel 235 Wetboek van Strafvordering en evenmin de redenen moet vermelden waarom ze op een desbetreffende vraag niet ingaat
(1).
(1)Zie: Cass., 25 okt. 2005, AR P.05.1063.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.10, A.C., 2005, nr 538; Cass., 4 april 2006, AR P.05.1650.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.5, A.C., 2006, nr
- Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Verdeling van de zaken Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bevoegdheid om ambtshalve vervolgingen te gelasten - Beoordeling Tekst van de beslissing Nr. P.09.1121.N C D, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39-40, waar de eiser woonplaats kiest, tegen W P E L C, inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 235 Wetboek van Strafvordering: de eiser heeft in conclusie bij de kamer van inbeschuldigingstelling aangevoerd dat er tegen de verweerder aanwijzingen van schuld bestaan wegens andere concreet bepaalde misdrijven dan waarvoor de eiser tegen de verweerder klacht met burgerlijke partijstelling heeft neergelegd en, met toepassing van artikel 235 Wetboek van Strafvordering, verweerders verwijzing naar de correctionele rechtbank heeft gevorderd; door enkel te stellen dat wegens de vermeende feiten van valsheid in geschrifte en gebruik nooit klacht werd neergelegd, geen toepassing te maken van artikel 235 Wetboek van Strafvordering en niet te motiveren waarom de kamer van inbeschuldigingstelling niet wenst over te gaan tot het gelasten van vervolging voor de bedoelde feiten, schendt het bestreden arrest de aangewezen wetsbepaling.
- Overeenkomstig artikel 235 Wetboek van Strafvordering kunnen de hoven van beroep in alle zaken, zolang zij niet beslist hebben of de inbeschuldigingstelling dient te worden uitgesproken, om het even of de eerste rechters al dan niet een onderzoek hebben ingesteld, ambtshalve vervolgingen gelasten, zich de stukken doen overleggen, de zaak onderzoeken of doen onderzoeken, en daarna beschikken zoals het behoort. De hoven van beroep oefenen deze bevoegdheid naar eigen goedvinden uit. Een partij kan dit niet vorderen, zodat de kamers van inbeschuldigingstelling niet hoeven te beslissen over een door een partij gevorderde toepassing van artikel 235 Wetboek van Strafvordering, noch redenen moeten vermelden waarom ze op een desbetreffende vraag niet ingaan. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 235 Wetboek van Strafvordering en artikel 21 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de eiser heeft in conclusie voor de kamer van inbeschuldigingstelling aangevoerd dat de feiten waarvoor klacht met burgerlijke partijstelling werd neergelegd (misbruik van vertrouwen en verduistering) samen met de nieuwe feiten die uit het onderzoek blijken (valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken), de veruitwendiging vormen van één en hetzelfde voortgezet misdadig opzet, zodat de verjaring pas begint te lopen vanaf het laatste feit, met name 28 juni 2007; dat voor valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken bij de onderzoeksrechter geen klacht werd neergelegd doet daaraan niet af.
- De verjaring van de strafvordering van een misdrijf dat een verdachte of inverdenkinggestelde ten laste word gelegd, wordt uitsluitend beoordeeld op grond van de feiten die onder deze telastlegging zijn begrepen. Feiten waarvan de kamer van inbeschuldigingstelling niet gevat is noch haar ambtshalve zelf vat bij toepassing van artikel 235 Wetboek van Strafvordering , kunnen niet bij de beoordeling van de verjaring van de ten laste gelegde feiten betrokken worden. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Huybrechts, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 22 december 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091222.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20151223.3 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231107.2N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.10 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150211.7 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div